Een feest waar niemand ooit te laat komt

Toen het Tilburgs Byzantijns Koor in 1944 begon was men vol missionaire plannen oostwaarts. Zestig jaar later bedient hetzelfde koor met zijn gedragen muziek en sonore stemmen een kring van gelovigen die in hun eigen kerk iets missen. Vaste voorganger Piet Al roemt de schoonheid van de liturgie, die diep kan raken en meevoert op een stroom, de twijfel voorbij.

Dr. Piet Al, 69ste abt van Berne, het norbertijner klooster in Heeswijk-Dinther, heeft de liefde voor het christelijke oosten van kinds af aan - niet uit de muziek, wel van de Maria-iconen waarvan thuis in Den Haag kopieën hingen. Later bezocht hij ook de Russisch-katholieke kerk.

Het Oosten trok hem onweerstaanbaar, toch koos de jezuïetenleerling Al niet voor de jezuïetenorde, die sterk present is in het Midden-Oosten; hij ging naar de norbertijnen, die wel hele verdienstelijke Brabantse pastoors kweken, maar die met de kerk van het Oosten weinig hebben. Al, gepromoveerd in de kerkgeschiedenis, twijfelde wel eens, maar koestert de dubbele liefde: voor zijn westerse orde en voor de geestelijke schatten uit Griekenland en Oekraïne.

De liefde was er, bleef, hij leerde Russisch, uit een boekje, later Oekraiens, kende de liturgie, herderde over Oekraïense ballingen in de België en Nederland. Min of meer per ongeluk raakte hij betrokken bij de liturgie in de Byzantijnse ritus. Dat is een gecompliceerd geheel van woorden, gebaren, intochten, kruisen slaan, buigen, links om, rechtsom lopen, zegeningen, wieroken, poortje in poortje uit. Dertig jaar na zijn debuut als voorganger in de byzantijnse viering is het voor Al zo vertrouwd als ademhalen. Zelfs de kleine frictie van het koor dat zingt in het kerkslavisch, terwijl hij Oekraïens zingt is harmonieus.

Er is een groot verschil tussen de liturgie van Oost en die van West. De abt kent ze beide goed - wat is beter?

,,Ze hebben elk hun eigen waarde. Als het maar móói is'', zegt Al. Schoonheid is wezenlijk. ,,Je moet niet geëxalteerd doen over oosterse liturgie'', relativeert hij. Toch klinkt het verheven als hij uitlegt. Deze vieringen zijn een voorsmaak van de hemelse, goddelijke liturgie zelf. Het visioen van Jesaja en van de Apocalyps, van engelen die voor Gods troon 'Heilig, Heilig' en 'Amen, Amen' zingen. Een en al prijzen en aanbidden. Daarom, gaat Al door, kom je in deze liturgie nooit te laat. Mensen komen later of vroeger, maar nooit te laat. Je voegt je in een stroom die al gaande was en die ook doorgaat als je thuis bent. Laat ze maar komen, laat ze maar weggaan. In het Westen is dat anders, de kerkdiensten zijn catechetisch, je moet er iets van opsteken.

Geestelijken in de oosterse liturgie dragen vaak de prachtigste gewaden en hoofddeksels, van zijde en van goudbrokaat. Maar Al relativeert hun rol. De priester is net als de andere aanwezigen maar een smekeling, hij staat in dezelfde houding als de anderen, niet ertegenover, al is er ook veel interactie met geloop en begroetingen, niet afstandelijk. In het Westen vliegt iedereen overeind als de voorganger binnenkomt. In de kerken van het Oosten zie je tot op de plechtigste momenten oude vrouwtjes kriskras door de ruimte scharrelen, kaarsjes opsteken, iconen kussen; of ze geven nog een briefje door om ook voor die en die te bidden. De liturgie is hoogverheven en alledaags tegelijk.

Komen westerse mensen naar deze diensten voor nog iets anders dan hun esthetisch welbehagen? Pater Al weet het wel - het is echt mooi, die sonore stemmen en alles wat er te zien is. Maar het kan werkelijk diep raken, verzekert hij, het is niet alleen interessant en exotisch.

In het Westen zijn velen zuinig geworden met geloofszekerheden en klinken de twijfels en misschiens tot in de gebeden. In de oosterse liturgie is het één niet te stelpen stroom van zekerheid en hoge woorden. Piet Al zegt het maar zoals hij het zelf beleeft: de lange liturgie met Pasen werkt toe naar het moment suprême waarop Christus' opstanding wordt aangekondigd. ,,En dan ís die opstanding er ook, vast en zeker.'' Kerkhistoricus Al is thuis in de geschiedenis van de eerste eeuwen en van de concilies waar ze de woorden en definities vonden voor de grote heilsmysteries van het christelijk geloof. Tussen neus en lippen merkt Al op dat de inbreng daarbij van de bisschop van Rome gering was. Voor hem een oude, rijke bron, voor verreweg de meesten een gesloten boek.

Vooral Nederlanders bezoeken de maandelijkse vieringen met het 60-jarig koor in Tilburg. De voorgangers, het koor allemaal Nederlanders. Piet Al denkt aan vroeger, toen de vluchtelingen kwamen; ze hadden alles verloren, land, huis, familie alles, maar de liturgie die was van hen. Voorgaan in de byzantijnse liturgie bevalt hem toch het beste met enkele ware erfgenamen onder de aanwezigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden