’Een familiefilm à la Ed van der Elsken’

De tienjarige Karo (Anna Franziska Jÿger) groeit op in de Amsterdamse kraakscene in de jaren zeventig. Beeld
De tienjarige Karo (Anna Franziska Jÿger) groeit op in de Amsterdamse kraakscene in de jaren zeventig.

Dorothée Van den Berghe verwerkte haar ervaringen als kind in de Amsterdamse kraakwereld in haar tweede speelfilm ’My Queen Karo’.

Jann Ruyters

Amsterdam, jaren zeventig. Een Belgisch meisje van tien belandt met haar Waalse moeder en Vlaamse vader in een kraakpand waar alles wordt gedeeld, ook elkaars lichamen. Huisgenoten slapen en vrijen op matrassen op de grond in dezelfde open ruimte. Het meisje raakt verscheurd tussen haar dominante vader die er nog een vriendin bij neemt, en haar fragiele maar praktische moeder die lijdt onder de driehoeksverhouding en minder boodschap heeft aan alle politieke principes.

]]>

’My Queen Karo’ is meer sfeerbeeld dan politiek drama, maar wel deels gebaseerd op de realiteit van toen. Bovendien is het na ’Krakende Welstand’ (1990) van Mijke de Jong pas de tweede speelfilm die zich afspeelt binnen de legendarische Nederlandse kraakbeweging. De Vlaamse regisseuse Dorothée Van den Berghe, die in 2002 veel indruk maakte met haar debuutfilm ’Meisje’, belandde zelf als kind in dit Sodom en Gomorra van de jaren zeventig in Amsterdam en legde in ’My Queen Karo’ haar herinneringen vast.

Vond u het niet eng om als Belgische een film te maken over de Amsterdamse kraakbeweging?

„Jazeker, vond ik dat eng. De film is deels gebaseerd op mijn eigen herinneringen, maar die moeten dan wel kloppen. Ik heb veel research gedaan in het Instituut voor Sociale Geschiedenis en in het Staatsarchief waar de info over de kraakbeweging zeer geordend verzameld is. Ik heb documentaires bekeken (zoals ’De stad was van ons’) en radio-uitzendingen van krakers beluisterd. Maar ik heb die historische feitelijkheid op gegeven moment ook weer losgelaten. Het ging me om het krakersgevoel, niet om de geschiedenis. Ik heb in het scenario vrij bewust de grote politieke momenten vermeden, dus niet 1980, het jaar van de rellen op Koninginnedag, en ook niet de rellen rond de Nieuwmarkt. Mijn film is geen politieke film, het is een familiefilm. We hebben de film ook als een familiefilm gedraaid. Ik wilde filmen zoals Ed van der Elsken en Johan van der Keuken in de jaren zeventig hun families filmden. Het moest een ’home movie’ van toen worden.”

De film is nogal radicaal in het communeaspect: neuken waar de kinderen bij zijn. Heeft u dat zelf zo mee gemaakt?

„Niet in die vorm, het is fictie, maar ik heb het wel gebaseerd op situaties uit die tijd, gesprekken die ik opving, en de wijze waarop ik zelf getuige ben geweest van seksuele verhoudingen van mijn vader en moeder. Die openheid kan voor een kind heel beklemmend zijn en dat wilde ik er per se wel in hebben. Direct autobiografisch is wel de antiautoritaire school waar het meisje naartoe gaat. Daar heb ik ook gezeten en voor een Belgisch meisje was dat nogal een overgang; het meest extreme wat Nederland te bieden had toen. Daar liep een jongen rond die had een plastic pak aan waar hij dan gewoon in kon kakken. Dan zag je door een gat achter in dat pak al zijn uitwerpselen zitten. Ook ten aanzien van de uitwerpselen moest je je remmingen loslaten, geloof ik. Een paar jaar later kon ik er wel om lachen, maar op dat moment was het nogal ongemakkelijk.”

De dominante Raven is deels gebaseerd op uw eigen vader. Wat wilde u in deze figuur naar boven halen?

„Raven is een egoïstische man, maar ook een charismatische man. Hij wordt hopeloos verliefd op een andere vrouw en heeft dan geen oog meer voor zijn omgeving, zoals dat gaat met mensen die op die manier verliefd zijn. De verliefdheid botst met de idealen, en dat onderkent hij niet. Hij is egoïstisch en dominant, maar je moest je wel voor kunnen blijven stellen dat vrouwen op hem vallen. In België hebben we ook nu nog veel theatercollectieven waar binnen ook vaak een leider op staat, iemand met meer charisma, die dan de dingen stuurt, ten goede en ten kwade. Maar voor mij horen dat soort mannen ook zeer bij toen, alsof mannen van nu meer glad gestreken zijn. Bijvoorbeeld zo’n Ed van der Elsken, een groot artiest, maar als je zijn films ziet zie je ook hoe hij soms over anderen heen walst.”

Wat vond uw vader zelf van Raven?

„Hij ervoer de film niet als kritiek. De strijdvaardigheid van Raven ziet hij nog steeds als een kwaliteit; consequent tot in het oneindige. Maar de figuren staan ook voldoende ver van mijn ouders af. Het werkte niet zoals bij ’De helaasheid der dingen’ waar de geportretteerden achteraf boos zijn geworden om de manier waarop ze zijn geportretteerd.”

Het meisje vindt steun bij een non, en bij een buurvrouw, een hoertje. Waar haalde u die vandaan?

„De non vond ik een heel aantrekkelijk personage, een vrouw die niet oordeelt, maar op haar manier het kind wel iets wil meegeven. Het hoertje heb ik ook ontleend aan het werk van Ed van der Elsken, zijn fotoserie op de Wallen. Ik vond het contrast tussen het toch burgerlijk uiterlijk van de hoeren en het veel wildere uiterlijk van de clan van Van der Elsken erg mooi. Dat contrast heb ik uitgewerkt.”

Hoe kwam u aan het meisje?

„Anna Franziska is de dochter van Anna Teresa De Keersemaeker (choreografe en danseres), maar ik heb haar het eerst op straat bij toeval gezien en ben haar toen gevolgd. Gelukkig ben ik vrouw, in België mag je geen kinderen achtervolgen. Toen zag ik haar bij De Keersemaeker in de auto stappen en wist ik hoe ik haar moest benaderen. Het was heel belangrijk dat het meisje goed was, omdat we via haar ogen kijken. De beslissingen van de ouders vang je op via haar. En hoe ze hun wereld ervaart moest je ook aan haar lichaam kunnen af lezen. Ze absorbeert alles. Het verzet zit in haar schouders. Eigenlijk was ze te oud voor de rol maar we merkten ook dat een jonger kind direct meer slachtoffer was van de situaties waar we haar in plaatsten, dat iets ouder, op de rand van de puberteit, eigenlijk beter was.”

Heeft uw vrije opvoeding van u zelf nu een andere opvoeder gemaakt?

„Ik heb de manier waarop mijn ouders mij opvoedden eigenlijk helemaal niet als vrij ervaren, meer als beklemmend en onberekenbaar. Ik heb daardoor wel vroeg geleerd om de dingen zelf op te lossen, maar later heeft dat me juist ook weer geremd, stilstand opgeleverd. Maar goed, ik begrijp mijn ouders nu beter. Ze waren heel jong, ze moesten hun eigen puberteit nog beleven. En het is ook complex, je sleurt je kinderen altijd mee in je eigen leven. Die van mij zouden soms ook liever thuis met de lego spelen, dan rond banjeren op filmfestivals.”

Heeft u al reacties gehad van de krakers?

„Ja, dat was heel spannend. Het Filmmuseum had voorpremières georganiseerd en speciaal krakers uitgenodigd. Maar het publiek was enthousiast, ik heb vooral veel jongeren van nu gesproken die zich in de film herkenden. Op Facebook krijgen we ook veel reacties van krakers die de film binnenshuis willen gaan vertonen.”

De tienjarige Karo (Anna Franziska Jÿger) groeit op in de Amsterdamse kraakscene in de jaren zeventig. (Trouw) Beeld
De tienjarige Karo (Anna Franziska Jÿger) groeit op in de Amsterdamse kraakscene in de jaren zeventig. (Trouw)
24 oktober 1985: Botsing tussen krakers en ME in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. ( FOTO ANP) Beeld
24 oktober 1985: Botsing tussen krakers en ME in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. ( FOTO ANP)
Karo moet toezien hoe het huwelijk van haar hippieouders bezwijkt. (Trouw) Beeld
Karo moet toezien hoe het huwelijk van haar hippieouders bezwijkt. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden