Een familie voor al uw royalty

OFFICIEEL ORGAAN VAN HET NEDERLANDS GENOOTSCHAP TER BEVORDERING EN VERBREIDING VAN NUTTELOZE KENNIS. OPGERICHT 14 JULI 1989 TE AMSTERDAM. VOORZITTER:JAN KUIJK, SECRETARIS/PENNINGMEESTER: RUUD VERDONCK, LID: ROB SCHOUTEN. 5e JAARGANG NUMMER 2

De familie van Saksen-Coburg-Gotha boeit ons vooral omdat ze, afkomstig uit een klein Duits vorstendommetje, in de negentiende eeuw op de tronen van liefst vier Europese landen wist te geraken. En 'Zaunkonige' (koningen die bij wijze van spreken vanuit het raam de schutting van hun koninkrijk konden zien - 'Zaunkonig' is Duits voor Winterkoninkje, maar de bekende Winterkoning Frederik V van de Palts, een seizoen lang koning van Bohemen, heet in het Duits 'Winterkonig') waren ze zeker niet. Ze bestierden namelijk Groot-Brittanie, Belgie, Bulgarije en Portugal.

Saksen

Al eerder, vlak na de Wiedervereinigung, stelden we in deze kolommen vast dat het herenigde Duitsland kennelijk een voorkeur voor de naam van Saksen koesterde; liefst drie Lander voeren haar: Nedersaksen, Saksen-Anhalt en Saksen. Dit ten detrimente van de naam van Pruisen, die je alleen nog maar verdonkeremaand tegenkomt bij de voetbalclubs met 'Borussia' erin.

Mogelijk heeft het voortrekken van 'Saksen' iets te maken met de internationale allure van het begrip Angelsaksisch (de Angelsaksen vormen een branche van de volksstam der Saksen, wier naam overigens iets als 'zwaardbroeders' betekent), dat ons immers de belangrijkste wereldtaal en nog het een en ander heeft opgeleverd.

Hoe het ook zij, niet alleen de naam van de oude volksstam der Saksen leeft voort, ook haar belangrijkste vorstenhuis haalt nog dagelijks de krant. Om precies te zijn heet de familie 'Wettin', naar de oude burcht aan de rivier de Saale, die haar oudste vertegenwoordigers bewoonden. In de vijftiende eeuw splitste het geslacht zich in een Ernestijnse en een Albertinische tak.

Aanvankelijk haalde vooral de oudste, Ernestijnse tak de dynastieke succesjes binnen. Haar keurvorst Frederik August I werd als August I, bijgenaamd de Sterke (vanwege zijn indrukwekkende potentie), koning van Polen. Diens nazaat Frederik August III wist in 1806 het keurvorstendom Saksen tot koninkrijk op te hogen.

Kruimelwerk

De Albertinische tak leek eerder bestemd voor vorstelijk kruimelwerk. Zij verdeelde zich over allerlei kleine staatjes als Saksen-Altenburg, Saksen-Coburg-Gotha, Saksen-Hildburghausen, Saksen-Meiningen en Saksen-Weimar-Eisenach. Het succes van Saksen-Coburg-Gotha begon in de negentiende eeuw toen met de opkomst van nieuwe onafhankelijke staten als Griekenland, Belgie, Bulgarije, plotseling een schreeuwend tekort aan monarchen ontstond.

Vooral vanuit Duitsland, waar de vorstenzonen elkaar voor de voeten liepen, werd druk gesolliciteerd naar de nieuwe tronen en kronen; ook kwamen de kersverse naties zichzelf presenteren.

En zo besteeg in 1830 Leopold Georg Christian Friedrich van Saksen-Coburg (1790-1865), de vierde zoon van de plaatselijke hertog, als Leopold I de Belgische troon, overigens nadat hij een paar maanden eerder de Griekse had afgewezen. Zonder zich tot een uitgesproken nepotist te ontwikkelen wist hij ook zijn familieleden goed onderdak te brengen.

Zijn dochter huwde met Maximiliaan van Oostenrijk, de latere keizer van Mexico. Zijn neef Albert trouwde, onder Leopolds impulsen, met zijn nichtje Victoria, al gauw koningin van Engeland. Een andere neef, Ferdinand, werd door zijn huwelijk met Maria II da Gloria van Portugal koning van dat land. En achterneef Ferdinand werd in 1887 eerst vorst daarna koning (of eigenlijk tsaar) aller Bulgaren.

Het verhaal gaat dat zelfs uit Amerika iemand bij Leopold I kwam informeren of hij geen koning voor de Verenigde Staten van Amerika kon leveren. Het huisje Saksen-CoburgGotha groeide zo in de negentiende eeuw uit tot Europees hofleverancier van monarchen.

Zowel het koninklijk huis van GrootBrittanie (dat zich in 1917 alleen 'Windsor' ging noemen om niet al te Duits te klinken) als dat van Belgie ressorteren er nog altijd onder. De Saksen-Coburg-Gotha's in Portugal daarentegen verloren in 1910 de troon en stierven vervolgens in 1932 nog uit ook, zodat van die kant niets meer valt te verwachten. Wel hebben we nog de Saksen-Coburgs-Gotha's van Bulgarije die zo nu en dan, meestal in vakantietijd, de krant halen en de meest spraakmakende tak van de familie (ongetwijfeld de Windsors) soms zelfs even overstemmen.

Het hart

Zo was het vorig jaar de Opel uit 1936 van de voorlaatste tsaar der Bulgaren, Boris III, die in het nieuws kwam omdat een Bulgaarse zakenman trachtte de brik voor twee miljoen gulden te slijten. Dit zomerseizoen is het het hart van diezelfde vorst dat de aandacht weet te trekken, overigens net als in 1991.

In dat jaar werd namelijk in een exkoninklijke tuin te Sofia een gebalsemd hart in een urn aangetroffen, dat wellicht aan Boris III heeft toebehoord. Waarschijnlijk is het bij het lichten van het graf door de communisten, die na de oorlog nogal met het lijk van de monarch hebben rondgezeuld, over het hoofd gezien. De rest van het koninklijk lichaam is nog altijd niet terecht, vermoedelijk is het verbrand.

Het hart van Boris is een niet onbelangrijk orgaan voor de Bulgaarse geschiedenis omdat nooit duidelijk is geworden hoe de vorst aan zijn einde is gekomen. Volgens de aanvankelijke lezing stierf hij in 1943 aan een hartaanval (in Keesings historisch archief lezen we dat hij op 28 augustus om 17 uur 22 in het koninklijk paleis te Sofia is overleden. 'Koning Boris was reeds enige dagen ernstig ziek').

Maar de communisten hebben altijd een andere versie geautoriseerd. Volgens hen is hij door de Nazi's vergiftigd. Zijn onverwachte dood vond namelijk plaats twaalf dagen na een bezoek aan Hitler, waarbij bondgenoot Boris geweigerd zou hebben Bulgaarse troepen naar het Oostfront te sturen en de Bulgaarse joden uit te leveren. Inmiddels komt volgens de aanhangers van de vergiftigingstheorie overigens ook de geheime dienst van Stalin als dader in aanmerking.

Raadsel

Iets van een klucht heeft het wel. Na de vondst van het hart in 1991 maakte een speciale onderzoekscommissie bekend dat het toch heus een hartinfarct was geweest dat de vorst had geveld. Maar de twijfel bleef, al was het maar aan de authenticiteit van dit hart. Zo beweerde een peetoom van Boris, een zeker Boris Georgiev, vlak voor zijn dood in 1992 dat het hart in de pot een namaak-exemplaar was (een namaak-hart of het hart van iemand anders? zo vragen wij ons af), bedoeld om onderzoekers om de tuin te leiden.

Inmiddels is het vermeende hart van Boris III een paar weken geleden in Sofia herbegraven, in aanwezigheid van de weduwe van de voormalige eigenaar, koningin Johanna. Misschien betekent dat dat men zich bij de onoplosbaarheid van het Oosteuropese raadsel heeft neergelegd.

Daardoor blijft wel in het ongewisse of Bulgarije en het huis Saksen-Coburg-Gotha twee primeurtjes hebben gehad, te weten leveranciers te zijn geweest van het eerste vergiftigde staatshoofd in de moderne geschiedenis van Europa alsmede van het enige staatshoofd dat slachtoffer is geworden van de tweede wereldoorlog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden