Minaret

Een Facebookpost voor een terreurtribunaal

Beeld ANP XTRA

De doodstraf die de dertigjarige Pakistaan Timoor Raza het afgelopen weekeinde kreeg opgelegd is bij nader inzien toch wel opmerkelijk. Op het eerste gezicht lijkt het harde oordeel van de rechter juist voor de hand te liggen, althans gemeten naar de zonderlinge maatstaven van het hedendaagse Pakistan.

Een officier van de dienst terreurbestrijding arresteerde Raza en nam zijn smartphone in beslag, toen de bus waarin hij zat een pauzestop maakte. Raza zou op Facebook de wet tegen godslastering hebben overtreden.

De dienst terreurbestrijding is een knoeiwerk van menselijke juristen dat de almachtige God, de profeet, diens vrouwen en diens 'metgezellen' beschermt. Op belediging van deze protegés van de Pakistaanse overheid staat de doodstraf. De mensen onder hen zijn allen al sinds ruim dertien en een halve eeuw dood en begraven.

Reden

Er was nog een reden voor de strenge sanctie. Het was de berechting in eerste instantie. Lagere rechters spreken in blasfemiezaken liever maar de zwaarste straf uit, bang als ze zijn voor wraak van het publiek bij een mildere veroordeling, en in de verwachting dat in beroep het vonnis wel zal sneuvelen. Een complicatie is dat op die vrijspraak door de hogere rechter een lynching van de verdachte kan volgen.

Raza behoort tot de minderheid van de sjiitische islam. Het verschil tussen de sjiitische en soennitische islam is niet in een paar woorden uit te leggen, maar een strijdpunt is de vraag welke personen uit de begintijd van de islam de eretitel 'metgezel van de profeet' verdienen.

Op Facebook zou Raza daarover in debat zijn geraakt met een soennitische opponent. Hij verdedigde het sjiitische standpunt en dat zou beledigend zijn geweest voor mensen die volgens de soennitische islam wel en volgens de sjiieten niet tot de 'metgezellen' behoren. Vandaar dus die doodstraf, want zo gaat dat in Pakistan. Verzwarend was dat hij ook lelijke opmerkingen zou hebben gemaakt over vrouwen van de profeet en de profeet zelf, vooropgesteld dat de aanklager dat niet bij elkaar loog.

In de val

Die opponent op Facebook bleek een rechercheur te zijn, die ambtshalve Raza via uitlokking in de val liet lopen. De rechter vond dat blijkbaar prima. Het betekent dat de Pakistaanse overheid in de nationale hysterie rondom 'godslastering' een principiële grens is overschreden. Tot nu toe maakte de beruchte blasfemiewet slachtoffers via valse beschuldigingen, lynchpartijen of laffe rechters. Maar bij Raza ging justitie zelf actief op jacht en lokte ze zelfs een 'misdrijf' uit.

Eerlijk is eerlijk, premier Nawaz Sharif had gewaarschuwd dat het gezag God en zijn profeet energieker zou gaan beschermen. Hij meldde dat na de groepsmoord op de linkse 'blasfemische' student Mashal Khan, op de campus in de stad Mardan, in april. Over een energiek beleid tegen lynchpartijen repte de premier niet en evenmin over de vraag of God wel blij zou zijn met dat gruwelijke levenseinde van Khan.

Het proces tegen Raza kende behalve de uitlokking nog twee primeurs die zijn veroordeling bijzonder maken. Het was het eerste doodvonnis wegens blasfemie op Facebook en verder verscheen Raza niet voor een gewone rechtbank maar voor een terreurtribunaal.

Daarmee is de gotspe compleet. Godsdienstdwepers plegen in Pakistan de ene na de andere aanslag, vaak van het kaliber Parijs of Nice. Maar een terreurtribunaal houdt zich onledig met de berechting van iemand die geen vlieg kwaad heeft gedaan. Met als bekroning een bejubeld doodvonnis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden