'Een facebookgroep is ook een gemeenschap'

Vrijzinnig | interview | oost Röselaers is de nieuwe voorman van de Remonstrantse Broederschap. 'Vooral mensen met een open geest en een liberale levenshouding voelen zich tot ons aangetrokken.'

Hij weet nu al wat hij zal missen in Engeland: "De wellevendheid." Joost Röselaers, sinds deze week algemeen secretaris van de Remonstrantse Broederschap, vertelt hoe hij zich vanochtend een NS-trein moest binnenwurmen. "Dat dringen. Ik had er niet meer echt aan gedacht hoe dat was. In Engeland is het altijd 'after you, sir'."


Zoveel kerkleiders zijn er niet met een baan in het buitenland. Joost Röselaers (37) moet sinds deze week zijn tijd zien te verdelen tussen Londen, waar hij nog tot de zomer predikant is, en Nederland. Hier is hij sinds deze week het landelijke gezicht van de Remonstrantse Broederschap, een klein en vrijzinnig kerkgenootschap.


Het is een hectische periode voor hem en zijn gezin, vertelt Röselaers terwijl hij voorgaat in het kantoor aan een fraaie Utrechtse gracht. Hij vliegt momenteel elke twee weken heen en weer tussen Groot-Brittannië en Nederland. Komende zomer verhuist Röselaers met zijn vrouw en twee jonge kinderen naar Nederland. Naar een huis in de buurt van Utrecht wordt momenteel gezocht.


Waarom voelt u zich thuis bij de remonstranten?


"Van huis uit ben ik hervormd. Ik besloot remonstrant te worden toen ik in de Haagse Kloosterkerk de remonstrantse hoogleraar Marius van Leeuwen hoorde. Toen wist ik: dit past bij mij. Niet alleen wat inhoud betreft - de openheid naar de wereld en de cultuur -maar meer nog vanwege het type mens dat ik veel bij de remonstranten aantrof: erudiet, cultureel, intellectueel, geïnteresseerd in maatschappelijke onderwerpen en bereid om met elkaar in gesprek te gaan. Mensen die je ook in het Concertgebouw kunt tegenkomen."


Röselaers neemt de bestuurszetel van de Remonstrantse Broederschap (5.000 leden) onder gelukkig gesternte over. Zijn voorganger Tom Mikkers slaagde erin het kerkgenootschap in een paar jaar tijd weer kleur op de wangen te geven. Mede dankzij opvallende radiocommercials en postercampagnes op treinstations met teksten als 'Mijn God trouwt ook homo's' en 'Mijn God gelooft in mij'.


Voor het eerst sinds jaren hebben de remonstranten weer aanwas. De remonstranten vormden ooit een elitaire kerk, voor intellectuelen, industriëlen en havenbaronnen. Maar dat is volgens Röselaers niet meer zo. "De nieuwe aanwas is misschien nog wel hooggeschoold maar zeker niet elitair. Vooral mensen met een open geest en een liberale levenshouding voelen zich aangetrokken."


Röselaers, zoon van een diplomaat, bracht een groot deel van zijn jeugd door in het buitenland. Eerst in Genève, waar hij werd geboren, later in Dakar. Als predikant begon hij in Nieuwkoop en Boskoop. Al snel volgde een predikantschap in Amsterdam-Zuid. De afgelopen jaren woonde hij met zijn gezin in Engeland, waar hij verbonden was aan de Nederlandse kerk in het hart van de City in Londen.


Uw kosmopolitische achtergrond is nogal atypisch voor een Nederlandse predikant.


"Ik ben zelfs de eerste theoloog in de familie. Ik had ook niet zoveel met mijn medestudenten aan de universiteit van Leiden. Veel jongens uit streng kerkelijke milieus."


Daarnaast bent u actief lid van D66. Ook geen plek waar je meteen dominees verwacht.


"Ik voel mij thuis binnen de partij. Er is veel ruimte voor goede gesprekken en men zit niet vast aan allerlei dogma's."


Tegelijk rekent D66 als geen ander af met de erfenis van het christendom. Waarom heeft u zich aangesloten bij deze partij?


"Soms denk ik: ik verlaat die partij. Er is bij D66 geen gevoel voor dat waar de kerken voor staan. Dat stoort mij. Kerkleden doen waanzinnig veel op sociaal gebied. Daar is geen oog voor. Ook niet voor de zingevende kant van de kerken. Als de christelijke basis onder de samenleving verdwijnt en er komt niets voor in de plaats, dan houd je een soort vrijheid blijheid over. Het vrijwilligerswerk wordt niet voor niets voor het grootste gedeelte door kerkmensen gedaan. De mensen die vluchtelingen helpen in Griekenland zijn grotendeels kerkmensen of oud-kerkmensen. Het christendom legt een sociale basis onder de samenleving. Toch blijf ik actief in deze partij. Er moet toch ook iemand zijn die ze daaraan herinnert. Het christendom is te belangrijk om alleen aan het CDA over te laten."


Wat spreekt u zo aan in een liberale levenshouding?


"Elkaar niet de maat nemen, maar de kans geven zich te ontplooien zoals je dat wil. Het is niet de bedoeling dat kerk en maatschappij daar een negatieve invloed op hebben."


Ziet u uw liberale opvattingen terug in de Bijbel?


"Vrijheid en bevrijding zijn voor mij de belangrijkste begrippen in de Bijbel. Denk aan het verhaal van de uittocht. Het volk Israël laat Egypte achter zich en vertrekt naar het beloofde land. Dat beeld spreekt me enorm aan. Je bevrijden van alles waar we vroeger aan vastzaten, ook maatschappelijk, en je leven zelf invullen."


School of Life


Röselaers noemt het potentieel van zijn kerk 'enorm'. "Kerken zijn vaak de enige plekken voor rust en ontmoeting in het hart van een dorp of stad." Maar, zo zegt hij er meteen bij, dan moet er wel veel veranderen.


"Een kerk die zich alleen richt op de zondagse dienst heeft geen toekomst meer. Alleen al het moment van de kerkdienst is verdraaid onhandig. Maandag tot en met vrijdag moet je vroeg uit bed voor het werk. Op zaterdag moeten de kinderen naar sport. Op zondag ben je blij dat je een keer niet op tijd het huis uit hoeft." En dan heeft Röselaers het nog niet eens over de liturgie, die veel jonge mensen niets meer zegt.


Het organiseren van activiteiten door de week, naast de traditionele vieringen, is volgens Röselaers de richting die de remonstranten meer en meer op moeten.


Een grote inspiratiebron is de School of Life van de Britse publieksfilosoof Alain de Botton. Bij dit instituut, dat ook een vestiging heeft in Amsterdam, zijn cursussen te volgen die mensen helpen bij kwesties waar ze in het leven tegenaan lopen (zoals 'Rust in je hoofd', 'Hoe vind je de ware?', 'De kunst van het gesprek').


In Londen heeft Röselaers al ervaring opgedaan met deze aanpak. Hij organiseert zo'n twee, drie keer per maand diners voor Nederlandse bankiers. "Die formule heb ik afgekeken van Alain de Botton. De Nederlandse Kerk ligt midden in het zakendistrict. Ik vind het een logische stap om dan iets voor bankiers te organiseren. Het blijkt een gouden formule, het is altijd uitverkocht."


Hoe komt dat, denkt u?


"De bankiers, elke keer zo'n twintig man, komen voor ontmoeting. Bankier zijn is eenzaam. Collega's zijn elkaars concurrenten. De meesten werken ontzettend hard, zien hun familie zelden. Bij zo'n diner komen bankiers in een andere setting samen. Daar is ruimte voor reflectie en verdieping. We nodigen een bekende spreker uit en praten daarna verder."


Opvallend is uw verzoenende toon over deze beroepsgroep. 'Een bankier is geen zondebok', schreef u in NRC Handelsblad.


"Ik vind die veroordeling van bankiers ook heel flauw. Ik snap wel dat mensen bankier willen zijn in Londen - het is een mooi vak en daar in Londen zit toch wel de Champions League van het bankwezen. Wij moeten niet de bankier veroordelen, maar onszelf. Wij maken allemaal onderdeel uit van dit systeem. Wij willen een lage hypotheekrente, economische groei en twee keer per jaar met vakantie. Bankiers faciliteren die behoefte. Het is aan politiek en samenleving de regels te veranderen."


Kunt u een voorbeeld geven van een cursus die in Nederland aan zou kunnen slaan?


"Neem burn-out. Een actueel en interessant thema. Veel dertigers en veertigers kampen daarmee. Je zou daarover zo een avond in een dinersetting kunnen houden. Heel christelijk trouwens - de eerste christenen kwamen ook bij een maaltijd bij elkaar. Je zou het bijbelse verhaal van Jezus in de woestijn als vertrekpunt kunnen nemen. Ik doe dat ook in Londen. Ik begin met een bijbelverhaal, om aan te geven wat het vertrekpunt is. Van daaruit zoeken we verder. Verder worden er ervaringen gedeeld. En dan kom je twee, drie keer bij elkaar rondom dit thema. Dat is het."


Wordt bij een kerk geen langere verbondenheid verwacht?


"Hoezo ben je geen gemeenschap als je drie keer bij elkaar komt? Van de diners in Londen hebben we een facebookgroep. Dat is ook een gemeenschap. Het hoeft niet zo te zijn dat je elkaar structureel tien jaar lang ziet, hoe mooi dat ook is. Ook losse gemeenschappen zijn heel belangrijk. Er zijn thema's die enorm spelen in de samenleving: kwetsbaarheid, burn-out, presteren. We hebben daarvoor alle mogelijkheden in huis. Mooie gebouwen, goede sprekers. We kunnen even vooruit."

Veertig gemeenten

De Remonstrantse Broederschap is een van de kleinere protestantse kerken, ontstaan nadat ze door orthodoxe calvinisten op de nationale synode van Dordrecht (1618-19) waren verketterd omdat ze te los in de leer waren. In de negentiende eeuw beleefde de kerk haar grootste bloei. Veel vrijzinnigen, voor wie de Nederlandse Hervormde Kerk te strikt was, sloten zich aan. Momenteel telt de kerk ruim 5.000 leden en een ruime kring van belangstellenden verdeeld over zo'n veertig gemeenten.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden