Een enkel woord van stagiaire Sijtje van der Lende is genoeg

Op het wereldkampioenschap allround voor vrouwen, dat vandaag en morgen in het Noorse Savalen plaatsvindt, wordt schaatscoach Ab Krook bijgestaan door een 43-jarige stagiaire. Sijtje van der Lende heeft zo te horen geen al te hoge dunk van haar inbreng: “Ik mag hier een bord met rondetijden vasthouden, denk ik.” Meent ze dat nou, of maakt ze een grapje? Waarschijnlijk het laatste. Want het afgelopen seizoen heeft ze Krook behalve borden toch flink wat werk uit handen genomen.

Acht jaar lang, van 1972 tot 1980, maakte Van der Lende deel uit van de kernploeg. Samen met legendarische rijdsters als Atje Keulen en Stien Kaiser reisde ze van de ene ijsbaan naar de andere om de wereld te laten zien wat Nederland aan schaatstalent te bieden had. Binnen de landsgrenzen - ze werd drie maal Nederlands allroundkampioene - ging dat haar trouwens beter af dan daarbuiten, waar haar beste prestatie een vierde plaats was op het WK van 1976. Al is zo'n magere lijst volgens Van der Lende ook maar betrekkelijk: “Ze konden mij altijd met een gerust hart meenemen naar internationale toernooien. Er zou door mij nooit een startplaats verloren gaan. ”

In 1984 werd ze trainster van het gewest Friesland. In die functie leerde ze Annamarie Thomas en Tonny de Jong kennen, die onder haar leiding uitgroeiden tot de twee beste allroundsters van de huidige kernploeg. Vooral voor de onervaren De Jong, die vorig jaar in het diepe werd gegooid en dit seizoen in de kernploeg debuteert, komt het goed uit dat er een bekend gezicht langs de ijsbaan staat. “Sijtje weet precies hoe ze me aan moet pakken”, vertelt De Jong. “Als zij iets tegen me zegt, weet ik meteen wat ze bedoelt. Vaak heb ik aan een enkel woord al genoeg. Zo'n goede verstandhouding zal ik met Krook op den duur ook wel krijgen, maar op dit moment ben ik maar wat blij dat Sijtje er is.”

Van der Lende hoeft maar naar De Jong te kijken om te weten hoe de 20-jarige schaatsster uit Langezwaag zich voelt. “Door al die wereldbekerwedstrijden, waar ze nooit eerder aan had meegedaan, is het voor Tonny een lang seizoen geweest. Van het schaatsen wordt ze natuurlijk niet moe, maar van de spanning en het reizen wel. Dat kost veel energie. Wanneer ze zenuwachtig is, zie ik dat aan haar en dan probeer ik haar af te leiden. Bij Tonny moet je dat simpel aanpakken. Of misschien niet simpel, maar wel begrijpelijk. 'Morgen wordt het gewoon weer zondag, hoor', zeg ik dan bijvoorbeeld.”

Schaatssters zijn onderling net zo verschillend als gewone mensen. De kunst van het coachen, weet Van der Lende, is om hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden, sterke en zwakke punten, zo goed mogelijk te leren kennen en daarop in te spelen. Zelfs iemand als De Jong, die op de buitenwereld overkomt als verlegen, naïef en ongecompliceerd, is een vat vol tegenstrijdigheden. Ze mag dan de indruk wekken dat ze op internationale toernooien niets anders aan haar hoofd heeft dan het breken van persoonlijke records, in werkelijkheid weet ze donders goed waar het om gaat. “Als Tonny zich ergens heel erg op concentreert, ziet ze overal bergen”, glimlacht Van der Lende. “Ze kijkt enorm op tegen de concurrentie, die geen concurrentie is. Waar ze ook is, altijd onderschat ze zichzelf. De enige keer dat ze het zag zitten, was onlangs op het NK allround. Ze was helemaal vergeten dat ze van outsiders als Van Schie wel degelijk iets te duchten had. Toen ik haar daaraan herinnerde, schrok ze, omdat ze daar helemaal niet meer aan had gedacht. Dat is nou typisch Tonny. Een mengeling van opperste concentratie en verregaande nonchalance.”

Het waren precies deze twee eigenschappen, die Van der Lende opvielen toen ze De Jong voor het eerst zag. “Op de ijsbaan van Groningen schaatste een klein meisje. De hak van haar schaats was open en de rits van haar pakje was kapot. Er stond zo'n harde wind dat ze bijna uit de baan woei, maar ze ging stug door. Toen ik dat zag, dacht ik meteen: 'Dit wordt wel wat'. Later is ze in mijn juniorenploeg gekomen, maar ze was nooit de beste. Dat kwam omdat ze altijd de kleinste en de magerste was. Bovendien reden de junioren korte afstanden en dat is nu eenmaal niet haar specialiteit.”

Via het gebruikelijke traject van gewest en Jong Oranje is De Jong uiteindelijk in de kernploeg beland. Dat geldt niet voor Annamarie Thomas. De 23-jarige schaatsster uit Bantega belandde pas op haar achttiende in Jong Oranje. De trainingen beschouwde ze als een noodzakelijk kwaad om de hele winter te kunnen reizen en trekken. Na twee jaar dolle pret werd ze door Jong Oranje-coach Leen Pfrommer uit de ploeg gezet. Briesend van woede klaagde ze haar nood bij Sijtje van der Lende. “Ze wilde ermee stoppen. 'Als je Leen Pfrommer gelijk wilt geven, moet je dat inderdaad doen', zei ik tegen haar. Ik wist dat je zoiets tegen iemand als Annamarie maar twee keer hoeft te zeggen. Dan gaat ze er dubbel hard tegenaan. Als zij met iemand ruzie heeft, kan ze zich zo opladen dat niemand meer van haar wint.”

Inhalen

Zelfs Gunda Niemann niet. “Ik denk beslist dat Thomas voorbij Niemann kan. Als ze in een rechtstreeks duel een of twee keer demarreert en haar inhaalt, is Niemann weg. Zo onzeker is ze. Jammer dat bijna niemand daar de kans voor krijgt. Ze is zo sterk, niemand komt er langs. Als je ook ziet hoe ze traint . . . Waar ze ook is, de hele dag rijdt ze rondjes. Ze moet het wel vreselijk leuk vinden, dat schaatsen, anders houd je dat niet vol. Al denk ik eerder dat ze het idee heeft dat ze geen keus heeft, omdat ze niks anders heeft. Een schoolopleidig heeft ze volgens mij nooit afgemaakt. Het zou best kunnen dat ze zo fanatiek blijft schaatsen, omdat ze aan het sparen is voor de toekomst.”

Van der Lende sluit de mogelijkheid niet uit dat Thomas ooit wereldkampioene wordt. “Dat geldt trouwens ook voor De Jong. En als Barbara de Loor nog een keer de mouwen opstroopt . . . Ze kan prachtig rijden, maar heeft hetzelfde probleem als Niemann. Zodra iemand haar voorbij gaat, laat ze onmiddellijk de moed zakken. Ze heeft het idee dat anderen beter zijn dan zij. De Loor is te zachtaardig, ze mist dat laatste stukje. Dat kan ze misschien nog leren, maar ik denk ook wel eens: als je karakter zo is . . .”

Geloof in eigen kunnen kan belangrijker zijn dan een technisch perfekte schaatsslag, benadrukt Van der Lende. “Als ik Carla Zijlstra dan zie . . . Elke keer denkt ze dat het nog goed komt op de 500 en 1500 meter, terwijl ze nooit harder zal gaan dan 43 en 2.07. Bart Veldkamp heeft dat ook. Dat soort mensen is er vast van overtuigd dat ook wat ze niet kunnen, ooit nog een keer zal lukken. Kijk maar eens hoe ze reageren als ze verloren hebben. Het vermogen om na een verloren wedstrijd chagrijnig te zijn, maakt 50 procent van het winnen uit. Atje Keulen had dat ook. Als die verloren had, kon je maar het beste een tijdje bij haar uit de buurt blijven.”

Nu we het toch over Atje Keulen-Deelstra hebben: wat vindt Van der Lende ervan, dat de Nederlandse schaatssters nooit meer aan de prestaties van voornoemde dame hebben kunnen tippen? Terwijl de mannen ieder jaar weer de internationale podiums mogen bestijgen? Van der Lende, misprijzend: “Bij de mannen heb je alleen de Nederlanders en een enkele Noor. Nu zijn er ook nog wat Japanners, maar dat was vroeger niet het geval. Ritsma wordt per definitie eerste, of hij nou goed rijdt of niet. Bij de vrouwen is de concurrentie veel groter en zijn de verschillen veel kleiner.”

Als de sfeer goed is, zegt Van der Lende, komen de prestaties vanzelf. En de sfeer is goed wanneer er binnen de kernploeg iemand opstaat die zich als leider profileert. “Als er eentje tussen zit die verreweg de beste is, heb je bijna nooit mot met elkaar.” Ook dat weet ze uit eigen ervaring: “Stien was bij ons de baas en later nam Atje dat over. Dat accepteerde je. Maar neem nou Thea Limbach en Yvonne van Gennip: dat waren toch geen leiderstypes? In de huidige kernploeg liggen de verhoudingen duidelijk. Thomas is beter dan De Jong en De Jong accepteert dat. Carla heeft haar eigen plek en de rest is er op toe. Zolang Carla niet de beste is, is er niets aan de hand. Wanneer iedereen haar plek weet, gaat het goed.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden