Een energiezuinig huis is best duur

Beeld ANP

Investeren in het energiezuinig maken van een woning is voor veel huiseigenaren nog steeds een onzekere onderneming.

Zat Alexandra Maris (33) in een klasje van woningeigenaren die hun huis energiezuiniger moeten maken, dan kreeg ze van de leraar vast een grote krul achter haar naam. In haar jaren-tachtig-woning maakte enkelglas plaats voor dubbelglas, de vloer kreeg een flinke isolatielaag en ook het dak werd ingepakt. Sinds vorig jaar telt dat dak ook nog eens twaalf zonnepanelen.

Vijftienduizend euro en een lagere energierekening later – “vorig jaar kregen we zo’n 500 euro terug”– laat ze fier zien hoeveel stroom haar zonnepanelen opwekken. Op sommige dagen is elektriciteit gratis, vertelt ze. En: zuiniger dan haar woning in het Utrechtse IJsselstein nu is, kan haast niet. “Of nou ja, we zouden het dak voor duizenden euro’s nog beter kunnen isoleren, maar de vraag is of we dat geld terugverdienen.”

Het is een financiële aarzeling die belangenbehartiger Vereniging Eigen Huis ook ziet bij haar leden. Dubbelglas, een geïsoleerd dak en een energiezuinige ketel hebben ze bijna allemaal, wijst een onderzoek van begin dit jaar uit. Maar zodra er termen vallen als ‘zonneboiler’, ‘warmtepomp’, of zelfs de meer toegankelijke ‘zonnepanelen’, vragen huiseigenaren zich af of die investering zich wel uitbetaalt. Daar komt nog eens bij dat wie hulp inroept bij het energie-technisch opkalefateren van zijn woning vaak zeer ambitieuze adviezen meekrijgt. ‘Zorg ervoor dat uw woning van energielabel D naar A gaat’, adviseren bedrijven. Of: ‘maak dat uw huis in zijn eigen energiebehoefte kan voorzien.’

Die adviezen stroken niet met de behoeftes van de consument, schreef Vereniging Eigen Huis afgelopen februari in een brief aan de Tweede Kamer. “Bedrijven leggen de lat te hoog”, aldus de club voor woningeigenaren.

Toch liever een nieuwe badkamer

Folkert Linnemans, innovator bij Bouwgroep Dijkstra Draisma die ook van die ambitieuze adviezen geeft, weet wel waarom. “In 2050 moeten we van het gas af, zei minister Henk Kamp van economische zaken in november.” Nog iets eerder, in 2030, horen alle koopwoningen label A te hebben, beveelt het Energieakkoord. Dus geen ramen die zingen bij harde windvlagen, maar driedubbelglas. Geen muren waar de kou in blijft hangen, maar een isolatieschil die zelfs geen briesje doorlaat. En geen cv-ketel die ronkt in de winter, maar een warmtepomp die het huis warm houdt.

Kosten? Voor een jaren-vijftig-rijtjeshuis komt dat neer op tienduizenden euro’s, zegt Linnemans. “Het is een grote investering waar we nu nog niet zo over nadenken. In plaats van isoleren kiezen we liever voor een nieuwe keuken of badkamer. Maar wie nu verbouwt en er geen rekening mee houdt dat we van het gas af moeten, zit straks misschien in de kou.”

Zelfs degenen die net als Maris goed bezig zijn, hebben nog flink wat stappen te maken, zegt Linnemans. Maar levert dat ze ook wat op? Absoluut, schreef hoogleraar Nils Kok van de Maastricht University in 2010.

Wie een oud, tochtig pand opkrikt tot een label A-woning, kan rekenen op een waardestijging van zo’n 6,5 procent, berekende Kok. Dat komt neer op bijna 10.000 euro extra. Een sprong van label C naar label B levert een waardestijging van zo’n twee procent op. En zelfs degenen die al energiezuinig wonen, kunnen rekenen een stijging van 5 procent als ze het A-label upgraden naar A++. Dat die renovaties vaak een nieuwe vloer, nieuwe kozijnen en een vers likje verf aan de muur opleveren, drijft de prijs nog verder op, schreef Kok.

Onzichtbare investeringen

Maar die waardestijging dekt niet honderd procent van de kosten, weet directeur Wonen en Vastgoed Bas Sievers van woningcorporatie Wonen Limburg uit eigen ervaring. ‘Zijn’ woningcorporatie staat voor de uitdaging om haar woningen op te krikken tot gemiddeld label B. Ook een afspraak uit het Energieakkoord. Maar van de miljoenen euro’s die ze de komende jaren in zo’n 4000 woningen gaan steken, zal de corporatie niet veel terug zien, treurt Sievers.

Een probleem waar volgens hem ook particulieren mee te maken hebben. Taxateurs kunnen namelijk moeilijk inschatten hoezeer de vaak onzichtbare energetische investeringen in trek zijn bij potentiële kopers. Simpelweg omdat ze geen vergelijkingsmateriaal ¬hebben. Dat een extra slaapkamer of een tuintje kijkers lokt, is duidelijk. Maar extra goed geïsoleerde muren? Ze hebben er ¬onvoldoende zicht op.

Toch speelt er meer dan alleen de ¬onwetendheid van taxateurs, nuanceert Stephen van der Vegt van DansenVanderVegt Vastgoedconsultants. Een grootschalige renovatie (lees: de woning voorziet daarna in zijn eigen energiebehoefte) kost klauwen met geld. Wel zo’n 80.000 euro, berekende het Economisch Instituut voor de Bouw. “Omdat deze grootschalige renovaties op kleine schaal worden uitgevoerd, blijven de kosten zo hoog. Zonder massa daalt het bedrag niet en blijft het lastig de kosten eruit te halen.”

Energieneutraal

Ook bij kleinere ingrepen is het de vraag of een hoger energielabel nog uitmaakt voor de waarde van het huis, zegt Van der Vegt. “In Leiden, Utrecht en Amsterdam zijn jarendertig-woningen nog steeds verreweg het populairst en dus het duurst. Die zijn allerminst energieneutraal te noemen.” Daar komt nog eens bij dat alleen de aanleg van een van de meest ingenieuze warmtepompen, die met grondwater een woning warm houden, al 20.000 euro kan kosten.

Dat de woningeigenaar daarna geen energierekening meer hoeft te betalen, weegt niet op tegen de extra kosten. Vanuit een financieel oogpunt, concludeert Van der Vegt, is investeren in energiezuinige maatregelen nog niet heel interessant.

De IJsselsteinse Maris maalt er niet om dat ze niet elke euro terug zal verdienen. Daar was het haar ook niet om te doen, zegt ze. “Mijn man was net zijn baan kwijt en ik maakte net een carrièreswitch. We wilden onze energiekosten terugdringen en besloten onze vloer te isoleren en zonnepanelen aan te schaffen.” En klussen doet het echtpaar toch al graag; ze hebben er al twee grote verbouwingen opzitten en fantaseren zelfs al over hun nieuwste bouwproject, een vrijstaand pand. Misschien wel een oude boerderij uit, laten we zeggen, 1890. Met balken aan het plafond, een rieten dak en een schuur in de tuin die omgebouwd kan worden tot werkplek.

Zo’n woning waar achter het vergeelde behang een marmeren muur schuilt. Of waar op de zolder nog oude dozen vol boeken van de vorige bewoners in een hoek staan te verstoffen. Doorleefd en vol karakter, zo omschrijft Maris haar nog te vinden droomhuis. En al die afspraken uit het Energieakkoord waaraan ze dan moet voldoen? “Tegen die tijd zijn de ontwikkelingen vast verder. Dan kan ik misschien een kleine windmolen in mijn tuin plaatsen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden