Een einde aan dertien jaar droogte

Niki Terpstra wint Parijs-Roubaix en bevestigt dat het Nederlandse wielrennen op de weg terug is

ROUBAIX - Niki Terpstra rekende gisteren in Parijs-Roubaix af met een klein nationaal syndroom. Zestien was hij, een jong rennertje nog, toen Servais Knaven in 2001 een van de vijf grote wielerklassiekers won. In de daaropvolgende jaren kwamen de Nederlanders nog maar hoogstzelden in de buurt van een ereplaats in Roubaix, de Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik, Milaan-Sanremo of de Ronde van Lombardije.

"Het is te lang geleden", zegt de winnaar uit Beverwijk over het hiaat. Dertien jaar na Knaven wint een Nederlander nog eens een 'monument'. Dertien jaar een ongewild record in handen. Er zijn leukere zaken om aan te worden herinnerd, lacht Knaven bij de bus van Team Sky. "Het waren vooral journalisten die mij er telkens op wezen. Vanaf nu krijg ik het in elk geval lekker rustig." Hij had, vanzelfsprekend, liever een ploeggenoot op de volgepakte wielerbaan zien zegevieren. Maar als het toch iemand moest zijn die de ploegleider van zijn eretitel moest beroven, dan Terpstra. De twee waren jaren geleden kamergenoten bij Milram. Terpstra als talentvolle nieuwkomer, Knaven als doorgewinterde 'patron'. "Een mooiere opvolger kan ik me niet wensen."

Terpstra's Vlaamse compagnon bij Omega Pharma-Quick Step, Tom Boonen, deed op het middenveld van het vélodrome zonder morren zijn verhaal. Hij had recordhouder in Roubaix kunnen worden met vijf zeges. "Natuurlijk ben ik blij voor Niki. Hij heeft een gat van vijftien seconden dichtgereden na die val van Lars Boom waardoor wij beiden werden opgehouden. Als je dan in volle finale nog kunt wegrijden bij alle favorieten ben je de beste van de koers."

Vier keer zette de Belg een aanval op poten, om even zo vaak weer ingerekend te worden. Boonen hield de benen stil, toen medekopman Terpstra uiteindelijk de gelukkige vlucht forceerde, zes kilometer voor het oprijden van de piste in Roubaix. De Belg zag vooral de sponsor blij zijn: "Het monument is binnen voor de ploeg. Nu niet klagen."

Geluk is een grote bepalende factor, meent het geweten van de Vlaamse wielerpers Luc Lamon (62) van De Gazet van Antwerpen. "Niemand stak er vandaag bovenuit. Cancellara was niet echt top, Boonen ook niet. In Roubaix moet de kaart goed vallen. Voor Terpstra viel alles in een plooi."

Wie er gewonnen heeft, wil een meer dode dan levende Maarten Tjallingii weten. Zijn met bruine stof besmeurde gezicht licht op. De Belkin-renner vocht na een kapotte fiets in het Bos van Wallers een hopeloos gevecht om kopmannen Sep Vanmarcke en Lars Boom in de finale bij te staan. "Een Nederlander", is zijn eerste reactie. "Weet je, wij rijden als land dit hele seizoen al heel goed. Dan is het wachten tot het muntje de goede kant op valt."

"Ik zeg het al vaker maar het wielrennen zit in de lift." Tjallingii's teamgenoot bij Belkin, Boom, had zich iets meer voorgesteld van deze Parijs-Roubaix. Een uitglijder blokkeerde zijn ketting. Boom was veroordeeld tot een kansloze achtervolging. "Als sportman win je liever zelf. Of desnoods een ploeggenoot. Maar deze zege bevestigt wel mijn woorden. Niki, gefeliciteerd!" Tjallingii valt Boom bij: "Er worden eindelijk prestaties neergezet."

Teammanager Iwan Spekenbrink van Giant-Shimano wil de nieuwe Hollandse wind niet los zien van de progressie die zijn eigen ploeg dit jaar doormaakt. Was de Tour vorig jaar de doorbraak, de tweede plek van John Degenkolb in de Hel van het Noorden en diens winst in Gent-Wevelgem, tonen volgens Spekenbrink een groeiende zelfbewustzijn in het vaderlandse wielerpeloton. "Het Nederlandse wielrennen is op de weg terug." Met wat Duitse hulp in het geval van Giant.

Stilstaan bij de oorzaken van de lange droogte? "Je kunt ook vooruit kijken", reageert Spekenbrink geprikkeld. "Het is belangrijker dat er nieuwe generatie renners aankomt. Jongens die goed begeleid worden."

Terpstra is 29. Je kunt hem met wat respijt de voorhoede van zijn generatie noemen. Vorig jaar werd hij derde. In 2012 vijfde. Spekenbrink: "Deze jongens laten een natuurlijke progressie zien. Ze zijn stap voor stap gegroeid."

Lamon gaat niet mee met de golf van euforie die gisteren te horen viel op en achter de vervallen wielerbaan in de grauwe Noord-Franse stad. "Hoeveel goede eendagsspecialisten kent Nederland? Eentje maar, hè. En dat is Terpstra. Een prima hardrijder. Alléz, hij is geen knecht. Maar ook geen absolute kopman."

Een uitschieter is misschien een betere typering, meent Lamon. Het wielrennen in Nederland werd heel lang gedomineerd door een monotone opleiding, memoreert de Vlaming. "Jullie zijn goed in het produceren van klassementsrenners. Wij in klassiekerspecialisten. Al zie je vandaag maar weer dat dat geen garantie is."

Oud-winnaar Servais Knaven laat zich evenmin meevoeren met de uitgelaten Hollandse stemming na afloop. "Dit land won deze keiharde koers pas zes keer. Zes van de 112 maal dat Parijs-Roubaix werd verreden. Dat is niet vaak."

En de winnaar? Had hij al het geluk van de wereld in een klassieker die, los van nationale sentimenten, meeslepend was van begin tot het einde? Terpstra, op fluisterende toon: "Ik zou nu eigenlijk nog een kraslot moeten kopen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden