Een eigenzinnige keuze uit een vitaal dichtjaar

Vanavond wordt de winnaar bekendgemaakt van de VSB Poëzieprijs 2011. Het was een rijk jaar, met veel vitaliteit, oordeelde de jury, om vervolgens veel vitale dichtbundels te negeren. Op de shortlist springt één bundel eruit.

De jury van de VSB Poëzieprijs 2011 had een luxeprobleem. Ze had keus uit maar liefst 159 bundels, waaronder een flink aantal van gerenommeerde dichters. Groot was dan ook de verbazing toen afgelopen najaar de nominaties voor de prijs bekend werden gemaakt.

Onder voorzitterschap van hoogleraar Maaike Meijer koos de jury voor Armando, Paul Bogaert, Eva Cox, Kreek Daey Ouwens en Henk van der Waal.

Geen slechte bundels, maar er had met gemak een ander lijstje uit kunnen rollen, want het was een rijk jaar – de jury spreekt van ’vitaliteit’. Maar de jury negeerde nu juist de dichters die bij uitstek van die vitaliteit getuigen.

Want in het afgelopen jaar verscheen ook ’Bij eb is je eiland groter’ van K. Michel, vrijwel unaniem lovend ontvangen. Er was een nieuwe (en goede) bundel van Mark Boog en ook Hélène Gelèns’ ’zet af en zweef’ had in een rijtje ’beste bundels’ niet misstaan, evenmin als het verontrustende ’gemraad slasser d.d.t.’ van Robert Anker. De nieuwste bundel van Nachoem Wijnberg viel reglementair buiten de nominaties – Wijnberg won de prijs in 2008.

Overigens bekeek de jury de oogst van anderhalf jaar, een ruimere periode dan gebruikelijk: in 2010 werd de prijs niet uitgereikt, om nu de winnaar aan de vooravond van Gedichtendag bekend te kunnen maken. Een gemiste kans dat voor dit overgangsjaar het aantal nominaties niet met twee of drie werd uitgebreid.

Deze jury besliste anders en koos voor poëzie die de grenzen van het genre opzoekt, voor gedichten op de rand van proza.

Van de vijf genomineerden schreef de tweeëntachtigjarige Armando in dat opzicht de meest conventionele bundel, zijn eerste in tien jaar tijd. In ’Gedichten 2009’ staan merendeels korte gedichten van twee, soms drie kleine strofen samengebalde taal. Oorlog en geweld, dat wat mensen drijft tot daden die het verstand te boven gaan, dat zijn Armando’s thema’s. In zijn wereld is alles bezield en kan alles dader zijn of slachtoffer – zoals zijn ’schuldig landschap’ dat zo treffend samenvat. Het zijn grimmige gedichten, zonder de humor die veel van zijn andere werk wel bezit.

Steeds wordt het licht besmeurd,/ de schijn beticht van schuld,/ verwarrend is de zienswijze der zorgelozen./ Er wordt vertolkt, er wordt geschreven,/ de doelstelling is in gevaar,/ gedachten draven rond,/ in vredesnaam gespleten.

Kreek Daey Ouwens heeft zelden in de schijnwerpers gestaan. Dat komt niet alleen doordat ze spaarzaam publiceert – ’De achterkant’ is haar vierde in bijna twintig jaar tijd – maar ook doordat haar werk balanceert op de grens tussen proza en poëzie. Het laat zich nauwelijks in hokjes vangen. De gedichten in ’De achterkant’ zijn te typeren als miniaturen over de dood. Impressionistisch schrijft ze over oma’s overlijden vroeger, rauw over het recente verlies van een echtgenoot.

Ik ren een winkel uit. Ik zie iemand die op jou lijkt. Hij draait/ zich om./ Uilenogen. Een uilenblik./ Langzaam stijgt het bloed mij naar de wangen: Nee. Nee. Dat/ kan toch niet!

Schrijvend probeert de dichter zich staande te houden, niet verloren te gaan in verdriet. De prozapoëzie in ’De achterkant’ bevat regels van filigrein, maar ook regels die net dat missen wat proza poëtisch maakt.

’een twee drie ten dans’ van de Vlaamse Eva Cox is de meest wisselvallige bundel van de vijf, maar ook de bundel die het meeste plezier uitstraalt. Hij laat zich lezen als een oefening in verschillende stemmen. Cox schrijft pastiches op bekende gedichten, zoals het geestige ’De pinguïn’, naar ’Het schrijverke’ van Guido Gezelle. Ze schrijft verzen in briefvorm, gericht aan collega-dichters, absurde vertellingen en prozagedichten. Er zit schwung in haar poëzie, er zit ritme in haar taal en soepel schakelt ze van beschaafd Nederlands, naar sappig Vlaams:

En dan./ Gebeurt het./ Ge botst met uwe kop tegen het hoofdeind van het bed en/ het breekt af./ Niet dat hoofdeind, was dat maar waar./ Nee, het is uwe kop die van u af rolt, over de plankenvloer.

De prozastukken horen tot de mooiste van de bundel omdat vooral daar de dieper liggende ernst of tragiek achter haar absurdisme voelbaar wordt.

Paul Bogaert is de tweede Vlaming in de lijst. Hij schreef met ’De Slalom soft’ een lang verhalend gedicht in fragmenten.

’De Slalom soft’ is de naam van een reuzenglijbaan in een zwemparadijs, waar een werknemer een ernstige fout heeft begaan. Wat er precies gebeurd is, blijft ongezegd, maar associaties met warme lucht, verstikkende chloordampen en het gevaar van verdrinking, geven een dramatische spanning.

Daarbij schmiert Bogaert met marketingclichés en kantoortaal, wat het geheel een wat onderkoelde toon geeft:

In het hoofd van een collega/ zit een hamster,/ nog embryonaal, opengesneden,/ interessant, genoeg voor vandaag./ Voor je het weet/ zit je in die twintigers/ hun mindmaps vast./ () We nemen het later nog op.

In dit fragmentarische vers, dat ook gaat over het ontstaan ervan, speelt Bogaert graag leentjebuur bij andere genres – met deze jury maakt hij beslist een kans op de prijs.

Toch is de grootste kanshebber Henk van der Waal. Hij was al eerder genomineerd met ’De aantochtster’ en schreef met ’zelf worden’ de meest consistente bundel van dit vijftal. In de hem zo typerende strakke, sterk visuele vorm onderzoekt hij het ’zelf’, dat wat zo onvervreemdbaar bij ons hoort en zich toch zo moeilijk laat kennen. Daarbij rekt hij de taal op en komt met intrigerende nieuwvormingen. Zijn gedichten bestaan uit één lange zin, die kan doorlopen in een volgend gedicht. Die zinnen kunnen verleidelijk zijn, sensueel, en huiveringwekkend:

zie haar gewoon, de dode die waart door de/ holtes van je beendergestel, de bewaarster/ van je voortijd die de gang in je trekt die jij gaan/ zult en ten opzichte waarvan je langzaam maar/ zeker een teruggeworpene wordt.

Overigens vertaalde hij ooit werk van Armando naar het Frans.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden