Een eigenzinnige dorpspartij

Meine Henk Klijnsma: Om de democratie, De geschiedenis van de Vrijzinnig-Democratische Bond, 1901-1946. Bert Bakker, Amsterdam. ISBN 9789035132399; 840 blz. euro 39,95

Meine Henk Klijnsma schreef de afgelopen zeven jaar naast zijn werk (ambtenaar op het ministerie van binnenlandse zaken) een proefschrift over de VDB, ruwweg de voorloper van D66.

’De VDB was een eigenzinnige partij, met eigenzinnige mensen, grote ego's ook. Marchant bijvoorbeeld, twintig jaar politiek leider, was een zeer dominante man. Zelfs tegenover z'n eigen vrouw verzweeg hij dat hij was overgestapt naar het katholicisme. Toen het bekend werd, was het gedaan met z'n politieke loopbaan.

De centrale stelling van mijn boek is dat de VDB een herkenbaar profiel had, tussen de sociaal-democratie en het klassieke liberalisme in. De partij had ook een duidelijk eigen aanhang. Aan de ene kant de intellectuele burgerij: dokters, dominees en notarissen, en aan de andere kant de vrijzinnig-protestantse kleine luyden, zoals ik ze noem: boeren, middenstanders. Dat was een veel grotere groep. Ze waren vooral te vinden in het noorden, en in Noord-Holland. Het waren over het algemeen mensen uit de hervormde kerk die net als de gereformeerde kleine luyden van Kuyper bezig waren met hun eigen emancipatie: goed onderwijs, een redelijk bestaan. Ze stuurden hun kinderen naar de openbare school, waren lid van de Avro of VPRO.

De VDB was een typisch Nederlandse partij die echter deel uitmaakte van een internationale beweging. Je had radicale liberalen in Denemarken en Duitsland, en de liberals in Groot-Brittannië.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft de VDB zich opgeheven, Een deel van de aanhang is bij de zogeheten doorbraak overgestapt naar de nieuwe PvdA, een ander deel naar de VVD. Twintig jaar later konden vrijzinnig-liberalen weer terecht bij D'66, aanvankelijk met een apostrof geschreven. Al zijn er wel verschillen tussen de twee partijen. Zo bestaan de vrijzinnig-protestanten bijna niet meer - D66 moet het hebben van de intellectuele elite en van zwevende kiezers. D66 is meer een stadspartij, de VDB was een dorpspartij. Maar er is dezelfde sfeer, hetzelfde mensbeeld, een identieke opvatting over democratie. En net als D66 heeft ook de VDB een rechtse coalitie ooit aan een meerderheid geholpen: het tweede kabinet-Colijn van 1933 tot 1935.

Ik ben zelf lid van D66, heb voor deze partij in Provinciale Staten in Zuid-Holland gezeten. Nee, dat heeft mij niet gehinderd; ik ben mezelf steeds bewust geweest van m'n betrokkenheid. Het boek is zeker geen hagiografie geworden.

Ja, 840 pagina's is misschien veel. Al heb ik het zonder het archief van de VDB moeten doen, dat is in de oorlog verloren gegaan, er is natuurlijk ontzettend veel te vertellen over zo'n partij. Het is een proefschrift, een naslagwerk ook. ’Een soort monument', zei mijn promotor. Dat vond ik wel een mooi compliment.

Het boek is actueel. Er zijn plannen om de VDB opnieuw op te richten, de socioloog Dick Pels loopt daarmee rond. Aanhanger van D66 en GroenLinks - waar onder Femke Halsema de vrijzinnig-liberale stroming sterker is geworden - kunnen zich daarbij dan aansluiten. Ook ik wil wel een nieuwe partij, maar dan niet naast D66 en GroenLinks. Die twee partijen zouden er juist de kern van moeten uitmaken. Ja, een soort tweede doorbraak.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden