Een eigen bekoring van schuchterheid, schemering en fluistering

Literatuur

’Arabesken’, halfjaarlijks tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap, nr.30, issn 1567-8067, www.louiscouperus.nl.

De strijd om het behoud van het Couperushuis in ’s-Gravenhage speelt zich allicht ook af in ’Arabesken’, het tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap. De Egyptische ambassade wil haar onderkomen aan de Surinamestraat kwijt, en de gemeente Den Haag wil het niet voor de gevraagde drie miljoen euro kopen. Voilá: een probleem dat niet zomaar door een toevallig passerende vastgoedontwikkelaar kan worden opgelost.

Het actiecomité voor behoud van het Couperushuis (’tussen deze vier muren zag ’Eline Vere’ ooit het licht!’) doet de gemeente drie voorstellen. Samenwerking met het Letterkundig Museum, het Museum Meermanno, het Gemeentemuseum en het Haagsch Historisch Museum. „Het Couperushuis zou dan kunnen worden omgetoverd tot een instituut dat is gewijd aan de cultuur van het fin de siècle in de breedste zin van het woord.”

Voor een gedeeltelijke verwerving van het Couperushuis is wel degelijk een vastgoedontwikkelaar nodig, die het pand koopt, restaureert en de begane grond doorverkoopt aan een nog op te richten Stichting Couperushuis Surinamestraat, die dat gedeelte van het huis vervolgens als tentoonstellingsruimte aan het Louis Couperus Museum aanbiedt. De bovenste verdiepingen kunnen dan als appartementen aan particulieren worden verkocht.

Het tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap interviewt medelid van het actiecomité Helga Ruebsamen. Als meisje al viel ze voor de zangerige taal in Couperus’ debuutroman ’Eline Vere’.

„Ik vind het prettig te luisteren naar een stem uit een andere tijd, wat dus het geval is als ik Couperus lees. Wat mij bijzonder trof in ’Eline Vere’, de eerste keer, en zeker nog sterker bij latere, herhaalde lezingen, was die merkwaardig zachte, zangerige taal, in een parlando dat als het ware voor zich uit klonk en er niet speciaal luidkeels om vroeg gehoord te worden. Je ving het terloops op. Het was alsof je op straat liep, op een warme avond, en uit een raam een muziekstuk hoorden komen voor piano en viool. En op de muziek kwamen de dingen die gezegd moesten worden vanzelf wel mee, of desnoods dan maar niet, maar dan bleef er toch nog altijd de schoonheid van de klanken.”

Ruebsamen werd onmiddellijk lid van het actiecomité voor behoud van het Couperushuis vanwege haar ’simpele liefde voor een stad, voor een leefomgeving, voor Den Haag’. „En in Den Haag wordt er hard aan gewerkt om ook dát nog te laten verdwijnen, zo onverschillig en onbehouwen als er vaak wordt omgesprongen met de subtiele, ingetogen schoonheid van wat uniek Haags is... of in vele gevallen wás.”

Het was Couperus die Ruebsamen leerde dat er een andere vorm van schoonheid buiten de tekst bestond, buiten het somber, hard, grauw en koud dat het ’Indisch’ kind Ruebsamen aanvankelijk als Hollands, als Haags (’een kerkhof in het schimmenrijk’) ervoer.

Ruebsamen: „Er heerste leven in Den Haag, maar men moest het leren zien. Het liet zich echter niet zo gemakkelijk kennen, want het was allerminst bont, lawaaiig en vrolijk, maar het had zijn eigen schoonheid, de bekoring van het introverte, van schuchterheid, schemering en fluistering.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden