Jelle's weekdier

Een ei hoort erbij, wil de slogan. Maar wat is nou eigenlijk een ei?

Beeld Getty Images

Onze bio-industrie blijft een constante bron van zorg, ergernis, schandalen, dierenleed, maatschappelijke onrust, boze brieven en af en toe een massavernietiging. 

Het Q-koortsspook waart nog altijd als een wit wief over de Brabantse velden, en onderwijl brandt er een megastal af waardoor twintigduizend varkens omkomen. Volgende maand komt er vast wel weer een vogelgriepuitbraak, en krijgen we volgend jaar weer mond-en-klauwzeer, BSE of wat anders. Zo tobben we voort. In de loop van jaren is de bio-industrie uitgegroeid tot een onmisbare pijler onder onze economie. Wat de toeristen voor Griekenland zijn en de olie voor Venezuela, is de bio-industrie voor Nederland. Er is een ongezonde afhankelijkheid ontstaan.

En nu zijn daar de gifeieren. Een paar miljoen eieren moet worden vernietigd omdat ter bestrijding van bloedluis met sjoemelgif is gewerkt. En hoewel in de praktijk niemand ziek zal worden van het eten van een met zulke eieren gemaakte uitsmijter, leven we in toenemende mate in een angstcultuur en dat maakt het er ook niet beter op. Heel Nederland heeft intussen zijn doosje eieren gecontroleerd op verdachte nummers. Weg ermee.

Ontstaan

Een ei hoort erbij, zo wil de slogan. Maar wat is nou eigenlijk een ei? De meest geconsumeerde eieren zijn uiteraard kippeneieren, maar ook kwarteleitjes vinden gretig aftrek. Laatst zag ik ganzeneieren op de markt in Utrecht. Maar u eet ook eieren als u kaviaar eet of knapperig gebakken kuit bij de visboer. Een ei is het middel dat dieren benutten om nieuwe dieren te maken. De aloude vraag wat er eerder was, de kip of het ei, is in die zin beantwoordbaar dat er allang eieren bestonden voordat er kippen waren, maar uiteraard waren dat geen kippeneieren. In het Cambrium plantten de trilobieten zich ook al door middel van eieren voort en toen was de kip er nog lang niet.

Eieren zijn ooit ontstaan omdat het voor meercellige organismen voordeliger is om zich via een eencellig stadium voort te planten dan dat door middel van afsnoering of tweedeling, ofwel kloneren, te bewerkstelligen. Eencellige geslachtscellen kunnen fuseren en daarmee genetische variatie teweegbrengen, wat op termijn een grotere overlevingskans biedt dan kloneren. Daarbij - vraag me niet wanneer en hoe - is een verschil ontstaan tussen grote geslachtscellen waarvan er weinig worden gemaakt, de eicellen, en kleintjes die vaak in astronomische aantallen worden gevormd, de zaadcellen. Daarmee was meteen het verschil in geslachten ontstaan: de eicelproducenten noemen we vrouwtjes, de zaadcelmakers mannetjes. In de loop van de evolutie werden de eicellen ter voorkoming van uitdroging omhuld in een eischaal van kalk of iets leerachtigs. Omdat het zich ontwikkelende embryo een hoop bouwstoffen en energie nodig heeft, moest er in die eischaal ook voedsel worden verpakt, voornamelijk vetten en proteïnen ofwel - u raadt het al - eiwitten.

Een eicel met een berg reservevoedsel in een stevige verpakking, ziedaar het vogelei. Eieren zijn vanwege al dat voedsel een gewild hapje, van slangen en eksters tot vossen en hotelgasten, iedereen lust wel een eitje. De rest van het verhaal is economie en soms wat zwendel.

Jelle Reumer is paleontoloog

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden