Een eeuw lopende band

De T-Ford bezorgde de toen hypermoderne productielijn een plekje in de geschiedenisboeken. Honderd jaar later zijn er ook in Nederland nog lopende banden te vinden, maar de mens raakt steeds verder op de achtergrond.

Honderd jaar geleden begon Henry Ford met een lopende band zijn Ford Model T te produceren. Ford geldt als de aartsvader van de lopende band én de massaproductie, al is twijfelachtig of hij die eer helemaal verdient. De eerste auto die in grote aantallen werd geproduceerd, was niet zijn T-Ford, maar de Oldsmobile Curved Dash. De aartsvader van die auto, Ransom Eli Olds, werkte al met een productieband, zij het geen lopende band. Dat deed Ford wel: in zijn fabriek bepaalde de band (oftewel het management) het tempo van de productie - en niet de arbeiders. Die arbeiders kregen, een jaar na de introductie van de band, een forse loonsverhoging. Dat kwam de ingezakte motivatie ten goede.

Wanneer de lopende band in Nederland zijn entree maakte, is niet precies bekend en ook niet welk bedrijf de primeur had. Zeker is dat een aantal apparatenfabrieken er in de jaren twintig gebruik van maakte. Volgens historicus Rienk Vermij die in 2001 een artikel schreef over de lopende band in Nederland, waren de wens om modern te zijn en om meer invloed te krijgen op de productie de belangrijkste redenen van fabrikanten om met lopende banden te gaan werken. Vaak ging het in Nederland om transportbanden - niet om banden die, zoals bij Ford, het werktempo dicteerden.

Voor fotograaf Rob Huibers was het 100-jarig bestaan van de lopende band reden om foto's te zoeken en te maken van lopende-bandwerk in Nederland. Hij zocht vooral naar foto's uit fabrieken die al decennia met banden werken. Geen eenvoudige klus. Veel fabrieken zijn in de loop der tijd verdwenen en het bijhouden van een archief heeft zelden prioriteit bij Nederlandse bedrijven. Huibers werkte zelf aan de lopende band. "Best leuk en best relaxed", noemt hij zijn werk bij Douwe Egberts in Utrecht, waar hij in 1972 met 'een paar studenten en hippies' 's nachts pakken koffie in dozen moest stoppen. In elke doos moesten 48 pakken, in één beweging moest hij een rij van acht pakken in een doos doen. Het tempo varieerde van zestig tot tachtig pakken per minuut.

Bij Johnson in Mijdrecht, waar hij doppen op spuitbussen moest drukken, was het minder leuk. Huibers: "Het moest heel snel en het was daar een enorme herrie. Ik heb het er een dag uitgehouden."

Auto's
Wildenthousiast zijn de verslaggevers van het blad Auto en Motortechniek als ze begin 1959 een kijkje nemen bij de productie van de nieuwe DAF 600.

De DAF-fabriek hoort bij 'de modernst ingerichte automobielfabrieken van Europa' en er wordt gewerkt met 'geraffineerde werkmethoden, waarbij automatisering een belangrijke plaats inneemt'. Er werken 3000 mensen. Het is de bedoeling dat zij jaarlijks 50.000 auto's maken, maar dat aantal zal bij lange na niet worden gehaald. Het blad beschrijft vooral de vele machines: alleen al 100 voor de fabricage van de motoren. Een 'robotmachine die enige tientallen bewerkingen achter elkaar verricht' wekt bewondering op. Bijna alle onderdelen van de DAF worden in de fabriek gemaakt.

In het oog springend is de eindmontagelijn, waar motor, benzinetank en wielen in of aan de DAF'jes worden bevestigd. Toch besteedt Auto en Motortechniek daar weinig aandacht aan. Impliciet bevestigt het blad zo een conclusie die de historicus Rienk Vermij later trekt in een artikel over de lopende band. "Vanuit productietechnisch oogpunt lijkt de lopende band geen heel belangrijke innovatie. Hij is slechts een klein onderdeel van het proces van mechanisering en rationalisering dat in de twintigste eeuw gestaag voortgang vond.'' Tegenwoordig maakt DAF geen personenauto's meer. De fabriek waar de DAF 600 tot 1963 werd geproduceerd, is gesloten.

Wel is er nog de Nedcar-fabriek in Born, opgezet omdat de DAF-fabriek te klein geworden was. Ten tijde van de foto, in 2004, werden er in de fabriekshal Mitsubishi's geassembleerd: de onderdelen worden elders gemaakt. 'Robotmachines' hebben de productie vrijwel geheel overgenomen. In 2012 rolt de laatste Mitsubishi van de band. De Nedcar-fabriek is nu eigendom van de VDL-Groep en wordt geschikt gemaakt voor de productie van Mini's. De robots die de Mini's gaan maken, worden bij VDL Steelweld in elkaar gezet - met de hand.

Schoenen
Wanneer de eerste lopende band in Nederland verschijnt, is niet bekend. De band maakt zijn entree in de jaren twintig en breekt in sommige sectoren door in de jaren dertig. Vlak voor de oorlog zijn de meeste te vinden in de confectie-industrie, met de schoenenindustrie als tweede. Onder meer Van Haren en Bata werken ermee. Zij produceren op, voor die tijd, vrij grote schaal. De meeste schoenenfabrieken - er zijn er dan nog honderden - doen dat niet. Veel fabriekjes halen niet eens de duizend paar per jaar.

De foto's zijn gemaakt bij Bata in Batadorp. De fabriek verrijst in 1934: arbeiders maken er dames-, heren- en kinderschoenen. In de jaren vijftig worden er rubberlaarzen gemaakt. Opvallend is dat het personeel uit mannen én vrouwen bestaat.

Vandaag de dag produceert Bata veiligheidsschoenen in de fabriek en machines doen bijna al het werk.

Koekjes
Tot de Tweede Wereldoorlog kent Nederland nauwelijks massafabricage. Toch doet de lopende band hier zijn intrede, ook in de voedingsindustrie. Chocolademaker Van Houten is een van de eerste. Fabrikanten van koekjes gaan de band ook gebruiken. Aan de band zitten vrijwel altijd meisjes, net als in de confectie-industrie. Niet iedereen kan de herrie en het soms hoge werktempo aan, maar van breed verzet of van grote bezwaren van de Arbeidsinspectie tegen de lopende band lijkt geen sprake, al zijn er soms misstanden en zijn er meisjes en vrouwen die last krijgen van 'nervositeit' en van 'tremoren': trillende handen. Opvallend is, schrijft historicus Rienk Vermij, dat klachten over rugpijn en over het geestdodende karakter van het werk in de jaren dertig vrijwel niet worden gerapporteerd.

De zwart-witfoto is in de jaren vijftig gemaakt bij een koekjesfabriek van Albert Heijn. Rob Huibers maakte de kleurenfoto bij Punselie in Gouda, bekend om zijn stroopkoekjes. De van oorsprong Zwitserse familie Punselie begon in 1872 een bakkerij in Gouda en ging al snel koekjes maken. Het stroopkoekje, twee laagjes koek met stroop ertussen, is een vinding uit 1945. Punselie maakt er nu 40.000 in een uur. Het bedrijfje ging in 2011 failliet, maar beleefde een doorstart.

Het verschil tussen de AH-fabriek en het fabriekje van Punselie lijkt op de foto's niet groot. Belangrijkste verschil: de medewerksters van Punselie zijn veel ouder dan de meisjes van Albert Heijn, ongeveer zestig jaar geleden.

Elektrische apparaten
De meeste lopende banden in Nederland waren in de jaren dertig transportbanden. 'Tempobanden', waarbij de band de productiesnelheid bepaalt, waren vrij zeldzaam. Bij de fabricage van radio's en andere apparaten waren ze een tijdlang regel, zoals bij Van der Heem & Bloemsma en bij Philips, al kwam Philips er rond 1935 op terug. De nauwgezetheid liet te wensen over.

In 1950 opent Philips in Drachten een fabriek voor scheerapparaten. In eerste instantie werken er dertig mensen, vooral vrouwen. Het aantal personeelsleden groeit daarna snel. Hier wordt de beroemde Philishave gemaakt, dan nog met twee scheerkoppen - de derde kop komt in 1967. Nog altijd maakt Philips er scheerapparaten, al is er sinds 2008 nog maar één productielijn. De fabriek is gerobotiseerd: de modernste van de modernsten, volgens topman Frans van Houten. Hij verwacht dat een deel van de productie die ooit naar Azië verhuisde, terugkeert naar Europa. Robots doen dan het werk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden