Een eeuw golvend baksteen

In 1916 werd voor het eerst gesproken van 'De Amsterdamse School', een eeuw later duikt deze stijl weer op in nieuwbouwwijken. Zaterdag begint een expositie in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Hollandser dan de Amsterdamse School kan bijna niet, juist omdat er zoveel internationale invloeden in zitten", zegt Alice Roegholt. De directeur en initiatiefnemer van Museum Het Schip kijkt vanuit de museumlunchroom aan de overkant van de straat pal op het wereldberoemde woonblok van Michel de Klerk aan het Amsterdamse Spaarndammerplantsoen. Het gebouw heeft zo ongeveer alles wat de dit jaar honderdjarige kunststroming kenmerkt - althans, het architectonische gedeelte van de beweging: golvende bakstenen, ver naar beneden doorgetrokken dakpannen en houten roosterkozijnen. Hier zien we Michel de Klerk, dé artistieke voortrekker van het gezelschap, op zijn allerbest, al mag dat woonblok aan de andere kant van het plantsoen er ook zijn.

Wat een weelde, vooral de vroeg-Amsterdamse School, toen de ontwerpers nog iets te bewijzen en te doorbreken hadden. Huizen en huisraad waren in de beginperiode veel wilder en experimenteler van vorm. Met als boegbeeld voor die tijd dus Het Schip, ontworpen in de Eerste Wereldoorlog, en gebouwd toen die was afgelopen.

Arbeiderspaleis

"Een echt arbeiderspaleis moest het worden van De Klerk", vertelt Roegholt. Waarom zouden alleen welgestelden in een mooi huis kunnen wonen, zo was de verheffingsgedachte, die sowieso een deel van het ideaal van de beweging was. Die ontstond toen Michel de Klerk, samen met collega-architecten Joan van der Mey en Piet Kramer voor zichzelf begonnen, na eerst voor het bureau van Eduard Cuypers getekend te hebben. Later voegden ook architecten als Jan Staal, Jan Gratama en Margaret Staal-Kropholler (de eerste vrouwelijke architect in Nederland) zich bij de beweging, met in hun kielzog sterk aan de Amsterdamse School verwante kunstenaars als Hildo Krop en Hendrik Wijdeveld.

Volgens Roegholt was het de Groningse architect Gratama die de naam de wereld in hielp. "Om wat orde in de discussie over het Scheepvaarthuis en de nieuwe bouwwerken op het Spaarndammerplantsoen aan te brengen, zei hij: 'Dat noemen we dan maar Amsterdamse School'. En zo kreeg het deze geuzennaam."

De sierlijke details en frivoliteiten waren een reactie op de sobere bouwstijl van Berlage, die gek genoeg en geheel ten onrechte vaak tot de Amsterdamse School wordt gerekend.

"Het is ook moeilijk uit te leggen wat de Amsterdamse School nu precies is, wie ze waren, hoe ze dachten en wat ze deden", zegt Roegholt. Daarom is ze ook zo blij dat haar museum er een enorm vloeroppervlak bij krijgt nu het eindelijk de voormalige school - onderdeel van Het Schip - heeft kunnen overnemen. "Dat is dus 1200 vierkante meter erbij. Tot nu toe toonden we alleen het meubilair van een arbeiderswoning, nu komt er ruimte om de beweging breder te tonen, dus ook de duurdere Amsterdamse School."

Volgens Roegholt is de kern van de beweging toch vooral dat wat ze deden aansloot bij de actualiteit. "De volkswoningbouw, bijvoorbeeld, stond hoog op de agenda. Er was een grote vraag naar woningen, en De Klerk en consorten zagen het ook als een sociale taak om aan die vraag te voldoen. Die huizen moesten ook nog mooi zijn en passen bij de omgeving. Er was altijd discussie. Neem het blad Wendingen, het tijdschrift van de Amsterdamse School. Alles werd erbij gehaald, maar niet zomaar alles, alleen alles wat op dat moment speelde, in de maatschappij en in de vormgeving."

Roegholt noemt ook de natuur als belangrijke inspiratiebron. "Ze keken heel erg naar de natuur. Geen golfslag is hetzelfde in de zee, dat zie je terug in de ontwerpen. Maar ze hanteerden geen dogma's. Er waren geen regels."

Messi

Toen Michel de Klerk in 1923 kwam te overlijden was dat een onwaarschijnlijke creatieve aderlating. Alsof je Messi van het veld haalt. Het waren vooral zijn artistieke begaafdheid en zijn internationale blik, die maken dat deze beweging honderd jaar later nog zo in het oog springt. Zoals Van Gogh schilderde, zeggen ze wel eens, zo metselde De Klerk. Toch maakten de anderen - Kramer, Staal, Kropholler voorop - nog tot 1935 mooie dingen. Naast huizen ontwierpen ze straatmeubilair en huisraad, van zeer exclusieve buffetkasten, tafels, wandkleden en klokken voor de rijken, tot eenvoudige stoelen en kasten voor de minder welvarenden. Dat de vormgeving hoe langer hoe soberder werd, had niet alleen te maken met het wegvallen van De Klerk. Frivool raakte gewoon uit de mode.

Zo golvend als het baksteen, zo golvend is ook de populariteit van de kunststroming.

Uitgerekend nu de Amsterdamse School honderd jaar bestaat, duiken in heel het land weer overal nieuwbouwwoningen op, gebouwd in die stijl. Van rijtjeshuizen tot exclusieve villa's. In de Enschedese wijk Roombeek staat het meest gewaagde en in het oog springende voorbeeld. Wooncomplex Eekenhof, ontworpen door het voormalige architectenbureau Claus en Kaan. Het gebouw, met golvende balkons, zou zo van Kramer of Kropholler kunnen zijn. "Het is wel weer aan het terugkomen, ja", zegt Felix Claus. Hij heeft met veel genoegen aan Eekenhof gewerkt: "Het was een plezier om zo'n gebouw te maken, maar het moest ook een plezier zijn om erin te wonen. Mensen moesten er trots op zijn. Het is ook zo mooi om te zien, al die ronde vormen. Het is een heel erotisch gebouw geworden."

Om het complex te kunnen tekenen, bereidde Claus zich voor door het lezen van boeken over de Amsterdamse School. Hij bekeek het werk van De Klerk en co net zo lang tot hij die stijl in zijn vingers had. Het bevalt Claus wel, die heropleving van de Amsterdamse Schoolstijl. "Zeker als je ze vergelijkt met hun tegenhanger, de veel geprezen Berlage. Zijn woningbouw vind ik lomp en fantasieloos."

Claus geeft als verklaring van de weer populaire neo-klassieke speelsheid in nieuwbouwwijken, de liberalisering van de woningmarkt: "Daardoor moeten architecten zich weer onderscheiden met uiterlijk vertoon."

Vakmanschap kost geld

Claus maakt wel een kanttekening bij het 'tweede leven' van de Amsterdamse School. Wie een huis wil dat aan de hoge kwaliteit van toen voldoet, zowel in ontwerp als in materiaal, moet wel met geld over de brug komen. "Anders kun je dat vakmanschap niet betalen. De beste metselaars, de timmerlieden, het kost wel wat. Plus: Je moet niet alleen A en B zeggen bij zulke projecten, maar ook C. En die C staat voor onderhoud."

Collega Jan van Vliet is het met Claus eens. "Goede en zorgvuldige vormgeving heeft bovendien een bepaalde waarde en de opdrachtgever moet die waarde er wel in zien." Van Vliet bouwde in het Noord-Hollandse Bergen twee exclusieve villa's, en die moesten van de opdrachtgever helemaal in de stijl van de Amsterdamse School. "Echte liefhebbers. Die ene had niet ineens zoveel geld, dus moest het bouwen in fasen gebeuren. Maar dat huis moest er op die manier komen, dan maar een tijdje sparen." Met 'op die manier' bedoelt Van Vliet geen zuivere imitatie van een villa in Park Meerwijk, een groepje villa's van de Amsterdamse School in Bergen. Van Vliet: "Ik wil geen exacte kopieën maken, een huis moet op zichzelf staan. Dat doe je door eigentijdse toevoegingen aan te brengen. Teruggrijpen is goed - en ik ben voorstander van die golfbewegingen in de architectuur - maar dan wel het liefst aangevuld met elementen uit deze tijd."

Helemaal Amsterdamse School aan de Bergense villa's van Van Vliet is het versmelten van het ontwerp met de natuur. In Bergen aan Zee met de duinen en aan de Eeuwigelaan met het bos. Van Vliet verwacht de komende tijd meer villa's te bouwen in deze stijl. De Amsterdamse School heeft weer school gemaakt.

De toegepaste kunst van K3: Klerk, Kramer en Krop

Het Stedelijk Museum organiseert vanaf 9 april een grote tentoonstelling over 'Wonen in de Amsterdamse School 1910-1930'. Tot en met 28 augustus.

Vanaf nu wordt elke tweede zondag van de maand een bijzonder Amsterdamse School-monument geopend voor publiek. De eerste is komende zondag de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West.

Op Open Monumentendag Amsterdam - even in de agenda zetten, want pas in september - zijn tientallen monumenten te bezoeken die normaal gesproken niet toegankelijk zijn.

Stap eens naar binnen

Terwijl in heel Nederland het ene na het andere huis wordt gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School, is de waarde van huisraad juist gedaald. "Dat komt onder meer doordat de verzamelaars van die objecten sterk zijn vergrijsd", vertelt Rob Driessen, taxatie-expert toegepaste kunst. Volgens Driessen is de opkomende groep verzamelaars, de dertigers en veertigers, nu meer geïnteresseerd in hip Scandinavisch design. "Zestigers richten zich nog wel op art nouveau en art deco, maar over het algemeen kunnen we stellen: het is even niet cool. Als taxateur krijg ik dingen voor me die door de bank genomen 20, 30 procent minder waard zijn dan 10 tot 15 jaar terug."

Driessen ziet de hardste klappen vallen in het middensegment, dat het meest gevoelig is voor schommelende trends. "Je zou dus nu moeten kopen", is zijn advies. De topstukken van de Amsterdamse School blijven hun waarde wel houden. Driessen: "De toegepaste kunst van laten we zeggen K3 - De Klerk, Kramer, Krop - daar is gewoon weinig van en dat is zo bijzonder en zo belangrijk, dat blijft veel waard, al is het dan even niet hip.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden