Review

Een eeuw Belgisch- Nederlands haasje-over

In 1885 bezocht Van Gogh de Antwerpse kunstacademie. Tientallen Nederlanders waren hem voorgegaan, van Alma-Tadema en de gebroeders Maris tot Jan Voerman en Willem Witsen. Vanuit Zundert lijkt Antwerpen een logische stap maar vanuit Leeuwarden, Den Haag, Kampen of Amsterdam al een stuk minder. Dit getuigt van het hoge aanzien van deze academie, de oudste in het Nederlands taalgebied.

België had een Nederlandse kunstenaar meer te bieden. Vanwege de sterkere economische groei aldaar besteedden overheid en particulieren meer aan kunst. Tussen 1840 en 1890 streek dan ook een uitgebreide kolonie Nederlandse kunstenaars in Brussel neer. Naast genoemde voordelen was er de ligging: 'Halverwege Parijs' - zoals Saskia de Bodt in 1995 haar studie over deze schilderskolonie noemde. Die ligging was gunstig omdat behalve naar het nationale artistieke verleden steeds meer werd gekeken naar de vernieuwingen in de internationale centra, Parijs voorop.

Vier recente publicaties trekken de lijn die De Bodt heeft uitgezet door tot het heden. 'Verwantschap en eigenheid - Belgische en Nederlandse kunst 1890-1945' is de catalogus van een tentoonstelling (tot 16 juni) in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Daar wordt sinds jaren met zorg en vasthoudendheid de vroeg-moderne Belgische kunst in een internationaal kader geplaatst.

De nieuwe tentoonstelling is door haar speelsheid een buitenbeentje. Ze is opgebouwd vanuit tweetallen: confrontaties van Belgische en Nederlandse werken die sterk op elkaar lijken. Zo is ook het illustratiegedeelte van de catalogus opgebouwd. Soms zijn kunstenaars met atypisch werk vertegenwoordigd of zijn kunstenaars van ongelijk niveau naast elkaar geplaatst omdat het beeld toevallig overeenstemde. Dan lijkt de methode een pretentieus soort Memory. Vaker dringt de vergelijking door tot de kern en prikkelt ze de nieuwsgierigheid. Die nieuwsgierigheid wordt bevredigd door de inleidende essays, waarin kundig en zonder omhaal wordt gewezen op de onderliggende reden van al die overeenkomsten.

'Avantgarde! Voorhoede?' beperkt zich tot het decennium na de Eerste Wereldoorlog en tot kunstenaars die meenden bij te dragen aan een internationale culturele revolutie die de grenzen van de kunst ruim zou overschrijden. Het is de neerslag van een symposium van Nederlandse, Vlaamse en Duitse kunst- en literatuurhistorici, dat in 2000 een samenwerkingsproject van de universiteiten van Groningen en Oldenburg bekroonde.

'Kunst in België na 1945' dateert uit 1983, maar werd heruitgegeven en aangevuld met een even kloek deel 'Kunst in België na 1975'. Het eerste is geredigeerd door Karel J. Geirlandt, ooit artistieke mentor van de bekende Gentse museumdirecteur Jan Hoet, het tweede door Florent Bex, directeur van het Antwerpse Museum voor Hedendaagse Kunst. Beide delen bevatten naast essays een uitgebreide kroniek waaruit de naoorlogse artistieke betrekkingen te reconstrueren vallen.

Tussen 1890 en 1940 namen Nederland en België om beurten het voortouw. Dankzij de artistieke infrastructuur en de nabijheid van Parijs zette België ten tijde van het symbolisme de toon. Nederlandse kunstenaars als Jan Toorop keken op naar internationaal georiënteerde verenigingen als Les XX, tijdschriften als L'Art Moderne en Van Nu en Straks en naar de Belgische kunst zelf. Naast het symbolisme bloeide in Vlaanderen een weinig vernieuwend, maar fraai ogend laat-impressionisme, dat bij verzamelaars zeer geliefd was.

Wellicht kwam het door dit succes dat de evolutie in Vlaanderen aan het begin van de twintigste eeuw stagneerde. Intussen vond Nederland in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog juist aansluiting bij internationale vernieuwingsbewegingen. Daarbij zette niet alleen Frankrijk, maar ook Duitsland de toon. Tijdens de Eerste Wereldoorlog haakte een aantal Vlaamse kunstenaars als balling op Nederlandse bodem aan bij deze internationale ontwikkelingen, daarbij de weg gewezen door collega's in Bergen en het Gooi. Ze lagen aan de basis van het Vlaamse Expressionisme, dat lange tijd het beeld heeft bepaald van de Belgische kunst uit het interbellum.

De Stijl ging kort daarop het beeld van de Nederlandse kunst bepalen. Deze beweging speelt een bescheiden rol op de Gentse tentoonstelling, maar Van Doesburg staat met Werkman en Van Ostaijen wel centraal in 'Avantgarde! Voorhoede?' Die avant-garde was een verzameling splinterbewegingen van soms niet meer dan één persoon. Ze communiceerden via allerlei tijdschriftjes, manifesten en manifestaties. Hun houding tegenover de wereld varieerde van hautain negeren tot vijandigheid. Ondanks die afkeer voor de wereld waren ze overtuigd richting te geven aan een beweging die de gehele wereld zou veranderen. Opvallend gemakkelijk werden daarbij internationale contacten gelegd, maar die bleven oppervlakkig omdat men wel vaak elkaars vormgeving herkende, maar zelden elkaars taal sprak.

Waar de taal geen barrière vormde, zoals in de relatie tussen Vlamingen en Nederlanders, zorgden de radicale standpunten en de vaak moeilijke karakters voor de nodige spanningen, waardoor ook deze contacten vaak van korte duur waren. De contrasten tussen de ambities en de haalbaarheid en tussen het internationalisme van de contacten en hun oppervlakkigheid of kortstondigheid bepaalt het dubbele beeld van deze beweging: objectief heeft ze nauwelijks iets bereikt, als utopie en voorbeeld is ze onovertroffen.

Aan de andere kant van het spectrum was er in de jaren twintig en dertig het retour à l'ordre van de verschillende realismen. Ook hier zijn stilistische overeenkomsten te ontdekken tussen Belgische en Nederlandse kunstwerken, maar minder dan voorheen is sprake van intensief contact. Eerder lijken de realistische kunstenaars aan weerszijden van de grens op te gaan in een internationaal idioom dat meer eenheid vertoonde in vorm dan in inhoud - getuige het feit dat de stijl van uiterst links tot uiterst rechts in het politieke spectrum aanhang vond.

Na de oorlog verloor Parijs verder zijn internationale leiderspositie en nam New York het voortouw. Toch valt dit niet meteen af te leiden uit de geschiedenis van de kunst in de Nederlanden. Het aanzien van de Amerikaanse kunstenaars werd gebruikt in de roep om erkenning van de moderne kunst, maar de bronnen zelf bleven Europees. Zo sluit de vroegste naoorlogse abstractie vooral aan bij de tweede Parijse School. Alweer in Parijs richtten Belgische, Nederlandse en Deense kunstenaars Cobra op, een beweging die ondanks haar dwarsheid sterk in de Europese cultuur is verankerd. Ook de samenwerking van de Nieuwe Realisten in de jaren zestig -met in Nederland onder anderen Lucassen en in Vlaanderen Raveel- steunde eerder op Europese dan op Amerikaanse popart-tendensen. Ondertussen markeerde de status van het Stedelijk Museum of het Museumjournaal de officiële erkenning van de moderne kunst in Nederland op een moment dat in België de hedendaagse kunst haar erkenning steeds weer moest bevechten.

Niet langer waren lokale centra maatgevend. Na de oorlog hadden internationale contacten een meer officiële en gestructureerde positie gekregen in manifestaties als de Dokumenta (in het Duitse Kassel) en de biënnales in Venetië en São Paulo. Steeds meer werden de contacten tussen Belgische en Nederlandse kunstenaars bepaald door hun positie in het internationale veld. En weer, net als in de jaren dertig, hebben overeenkomsten tussen kunstenaars aan weerszijden van de grens meer te maken met een internationaal idioom dan met directe individuele beinvloeding. Dat na Rudi Fuchs Jan Hoet de Dokumenta organiseerde getuigt van de inhaalslag die België maakte.

Ook daar kwam een aantal musea voor hedendaagse kunst van de grond, zodat Belgen minder de grens oversteken om zich te informeren. Dat het publiek van deze musea voor een groot deel uit Nederland komt, bewijst dat hedendaagse kunst hier kan rekenen op een publieke belangstelling die in de omringende landen ongekend is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden