Weblog

Een eenvoudige man, een vriend

Oom Hamidullah (\N)

Zolang ik me kan herinneren heeft oom Hamidullah bestaan. Hij bestond al vóór mij en hij zal zeker ook na mij bestaan. In de herinneringen, in de harten van de Charikaris. Hoewel hij sinds zijn pelgrimstocht naar Mekka Hadji wordt genoemd, noem ik hem nog steeds kâkâ – oom – Hamidullah. In mijn ogen is hij altijd een man van aanzien geweest.

Dagelijks gaat hij, na zijn ochtendgebed en nadat hij zijn hanen te eten heeft gegeven, met zijn thermosfles vol groene thee naar zijn winkel. Deze bevindt zich in het hart van de bazaar langs de hoofdweg. Hij zit daar als een Sultan op zijn troon en aanschouwt bazaarlieden, kopers, mannen, vrouwen, scholieren. Iedereen die voorbij komt.

Zoals elke man heeft hij een zwakte, zijn morgh-e kolangi – gevechtshanen. “Ze krijgen van mij amandelen, pistache, maïs en twee keer per week vlees.” Hij legde zijn hand op zijn rug en vervolgde: “In mijn goede dagen liet ik mijn hanen trainen, een aantal rondjes om de tuin rennen.” “En nu?” vroeg ik. “Ach, nu houd ik ze alleen om naar te kijken, om terug te kijken op mijn jonge dagen samen met mijn maten.”

Het hanengevechtseizoen in Afghanistan begint over een maand. In grote steden zoals Kabul, Mazar-e Sharif, Kandahar en Herat worden hanengevechtwedstrijden gehouden. “De beste hanen komen uit de Shamali vlakte. Vorig jaar was er zelfs iemand helemaal uit Iran gekomen om hier hanen te kopen,” zei Fawad – een vriend – tegen mij wanneer ik met oom Hamidullah zijn haan kwam bewonderen. “Ze hebben er pas Afg. 50.000 (€ 780,-) voor geboden, maar ik doe hem voor geen goud weg,” zei Fawad aaiend over de rug van zijn haan.

“Ik heb veel vrienden overgehouden aan die jaren, van koninklijke families tot aan bedelaars, van geestelijken tot aan boeven,” zei mijn oom, de veren van de haan inspecterend. Bij die wedstrijden zit iedereen broederlijk naast elkaar, er zijn geen rangen en standen, geen etnische geur en kleur. “Zelfs Talibanleden hebben we hier gehad!” Plotseling zei hij tegen mij: “Weet je hoe ik ooit jouw neef Farhad uit de handen van de Taliban heb gered?” Op mijn ontkennende antwoord, begon hij zijn verhaal:

“Zoals je weet ben ik een bloemenliefhebber. In die zwarte dagen dat de Taliban hier huis hebben gehouden, wilden ze Farhad meenemen zoals duizend andere jongens van Shamali. Een van de Talibanleden, die toevallig gezegend was met menselijke gevoelens, liep wat rondjes in mijn tuin, bewonderend kijkend naar mijn rozen. Op het moment dat ze Farhad geboeid het huis uit leidden, keek hij nog eenmaal naar mijn rozen. Plotseling schoot mij iets te binnen. Ik riep “wacht!” en verzamelde binnen een mum van tijd een prachtig boeket rozen, van elke kleur een. “Hier, deze rozen zijn voor u. Wilt u mijn roos teruggeven?” De Talib zei: “Laat hem vrij.”

Ik zag een traan langs zijn wang in zijn grijze baard verdwijnen.

Oom Hamidullah heeft een enorm netwerk. De familie en de vrienden, samen 180 man, die naar de stad Mazar-e Sharif gingen om de bruid voor zijn zoon Belal op te halen, zijn allen opgevangen, voorzien van eten en drinken en in een hotel ondergebracht. “Uit de dagen dat echte mannen bestonden en hun woorden meer waard waren dan goud ken ik jouw vader. Doe hem de groeten en houd je geld in je zak.” Zei de vriend van oom Hamidullah, toen mijn neef hem probeerde te betalen.

Ik heb hem altijd gekend als mijn oom terwijl hij geen familie is. Vanaf zijn winkel wees hij naar een oude poort, het huis van mijn grootvader. “Daar verkocht ik ooit halwa – snoeppasta. Juist vanuit die poort kwam dagelijks een rijke schooljongen die ik zijn hele leven zou vergezellen. Hij toonde respect voor mij en ik respecteerde hem. Hij werd mijn beste vriend.” Hij keek naar mij met zijn blik ver in het verleden: “Die schooljongen was jouw vader. Moge hij in het paradijs rusten.”

Hij is het boegbeeld van Charikar. In zijn schaduw voel ik me in die stad thuis.

Met hem staat – en zonder hem valt de stad. Hij is een ode aan de vriendschap.

Oom Hamidullah oom Wakiel en (Tora) (\N)
Fawad en zijn gevechtshaan (Sorgak) (\N)
Met oom Hamidullah (\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden