Een ecodorp bouw je niet alleen

zelfvoorzienend | Met gelijkgestemden in een zelfbouwdorp wonen. Hoe verwezenlijk je die droom?

De Oost-Groningse gemeente Vlagtwedde heeft een ontheffing gegeven aan een groep van twintig idealisten. Ze mogen en ecodorp bouwen. Een duurzame leefgemeenschap, bevolkt door groene gelijkgestemden. Maar dat is pas het begin. Hoe voorkom je dat je, met al die bevlogen mensen, verzandt in eindeloze discussies? Hoe voorkom je dat je vaak experimentele bouwplannen niet alsnog vastlopen. Ecodorpen zijn hip. Want wie leeft er niet liever in een groenere, circulaire wereld? Ecodorpen hebben de ambitie om zelfvoorzienend te zijn. Geen energiebedrijf maar zonnepanelen of windmolens. Geen riool of waterleiding, maar je wassen met gezuiverd regenwater en zelf je eten verbouwen. Met je eigen uitwerpselen als compost.

Het eerste echte ecodorp verrees in Bergen (2013), maar kent vele voorlopers. Al in 1969 ontstond in Drenthe een duurzame leefgemeenschap (de Hobbitstee), door de buitenwereld vaak lacherig afgedaan als geitenwollensokkendorp. Het is tegenwoordig een lichtend voorbeeld voor de huidige generatie idealisten.

Een ecodorp bouwen, vergt een lange adem. Dat zal ook gelden voor Vlagtwedde. Het begint allemaal met het op papier zetten van een droom, het verwoorden van verlangens en wensen. Dat is niet eenvoudig, want een ecodorp bouw je niet alleen. Hoe moet dat dorp eruitzien? Maar ook: waar staan we voor? Belangrijke vragen waar je het gezamenlijk over eens moet worden. Wie deze droomfase overleeft, kan op zoek naar grond, waarbij nieuwe hindernissen opdoemen. Voor grond zijn ecodorpen vaak afhankelijk van gemeenten en lang niet iedere wethouder is even bevlogen. Soms moet er gewoon grond worden gekocht. En dat kost, voor de aanvang van de bouw, vaak al een klein fortuin. Initiatiefnemers van drie bestaande ecodorpen geven advies.

Paul Hendriksen (48) van de Vereniging Aardehuis Oost-Nederland had er negen jaar voor nodig om zijn droom te verwezenlijken. Met zijn gezin woont hij sinds vorig jaar in een van de 23 Aardehuizen in Olst (Overijssel); woningen die volledig zelf zijn gebouwd met milieuvriendelijk en tweedehandsmateriaal. Een dikke laag aarde bedekt de huizen. Voor het eerst schieten er wilde bloemen uit: het huis van Hendriksen staat in bloei.

De muren van zijn huis zitten vol aangestampte autobanden en glas, wat goed isoleert. Zijn drinkwater, grondwater natuurlijk, pompt Hendriksen zelf omhoog. De woning aan de rand van Olst oogt comfortabel, ademt een huiselijke sfeer. De vloer ligt nog te wachten op een laatste deklaag ('Aangestampt leem, dat houdt de warmte goed vast'), maar de halfronde zithoek is klaar en gerieflijk bekleed met kussens. Onder een van de grote ramen groeien, binnenshuis, tomaten. Ze zien er gezond uit. Trots laat Hendriksen zien hoe een oud, ingemetseld olievat het meubilair verwarmt. Zijn huis is op het zuiden gebouwd, zodat Hendriksen lang zon heeft. Dankzij de goede muurisolatie blijft die warmte lang hangen. "We zijn de winter goed doorgekomen."

Maar er zijn genoeg zaken die Hendriksen en zijn dorpsgenoten de volgende keer anders zouden doen. De financiering was eigenlijk geen probleem. Elk aardehuis kostte zo'n twee ton, maar met een baan en hypotheek is dat wel op te brengen. Het waren vooral bouwtechnische problemen die hun parten speelden. Hendriksen wijst vanuit zijn woonkamer op een grote koepel op het dak van zijn overburen. "Die zouden we niet meer bouwen." Het ontwerp van de architect zag er erg aantrekkelijk uit, maar bleek ontzettend ingewikkeld om zelf te bouwen. "Achter ieder bijzonder bouwwerk zit een onzichtbare complexiteit voor leken. Wees dus extra kritisch op tierelantijntjes. Laat een architect bewijzen dat je het écht zelf kunt doen."

Vakmanschap

Ernstiger was dat het gebrek aan vakmanschap zich begon te wreken. Hendriksen: "We waren allemaal leek en leerden het bouwen niet snel genoeg. Het bouwtempo was op een gegeven moment te laag, we moesten overstappen op een andere bouwwijze. Anders zouden we failliet gaan. Die hobbel hadden we nooit kunnen nemen zonder wederzijds vertrouwen." Alle besluiten in het ecodorp moeten unaniem worden genomen, voegt Hendriksen nog toe.

Ad Vlems (52) stond aan de wieg van het Ecodorp Boekel, waarvoor de grond nu bouwrijp wordt gemaakt. Fredjan Twigt (62) is geestelijk vader van het groene dorp van Bergen, dat gebouwd wordt op een oud militair terrein. Om geld voor de bouw binnen te halen, doet het dorp van Twigt aan crowdfunding. Boekel doet hetzelfde maar wil ook geld lenen bij een duurzame bank. Ook wil het bouwbedrijven uit de 'innovatieve sector' betrekken.

Voor succes is het volgens Twigt en Vlems belangrijk de mensen die je toelaat in je dorp van haver tot gort te leren kennen. Als iemand er niet tussen past, zeggen de twee, drijft dat onvermijdelijk een wig tussen bewoners. Daarom kennen Bergen en Boekel informatiemiddagen en een toelatingsprocedure. Wie geïnteresseerd is moet zichzelf bewijzen tijdens vrijwilligersdagen. Vlems: "Pas je bij ons, dan ben je een jaar lang aspirant-lid. Voelt het daarna nog steeds goed, dan ben je dat permanent. Twigt: "Mensen moeten er makkelijk uit kunnen, maar moeilijk erin."

Maar er is één gouden regel, die volgens het drietal het spreekwoordelijke fundament is onder een ecodorp: het 'sociale cement'. Je moet blijven investeren in onderlinge relaties, je moet het samen leuk hebben en houden.

Hendriksen: "Dat is cruciaal om sociale veiligheid te creëren. Als wij bouwvergaderingen hebben, doen we eerst een rondje 'hoe zit je erbij'? Zo is na te gaan wat er bij mensen speelt. Negen van de tien keer komt dan lief en leed voorbij. Als mensen dan een luisterend oor vinden bij toekomstige buren, kunnen er ook tranen vloeien. Dat is dan helemaal oké."

Vier gouden tips voor een succesvol ecodorp

1 Ga er onbevangen in

Diversiteit binnen een groep zorgt voor wendbaarheid. Het levert een andere kijk op het daadwerkelijke bouwen van je ecodorp, zegt Hendriksen. "In onze groep zitten lassers, postbodes, verpleegkundigen en ambtenaren. We hadden alleen geen bouwvakkers." Als leek bouwen aan een ecodorp heeft een voordeel, vindt Hendriksen, het levert een onbevangen blik op. Dat helpt om de droom levend te houden, om geen rem te zetten op je fantasie. Zo blijf je volgens Hendriksen als groep optimistisch. "Als een gemeenschap precies weet wat haar te wachten staat, kan dat ervoor zorgen dat mensen cynisch worden. Hadden wij geweten wat er allemaal voor ons lag, dan waren we er waarschijnlijk ergens tijdens het bouwen mee gestopt. Houd een goede mix tussen met je hoofd in de wolken lopen en met beide benen op de grond staan."

2 Vind een tussenpersoon

Haal iemand van buitenaf, een procesbegeleider, die de totstandkoming van je ecodorp begeleidt. Iemand die je helpt realistisch te blijven en gedoseerd vertelt hoeveel werk het nog gaat kosten. Om te voorkomen dat je overweldigd raakt.

Binnen je eigen club kan iemand daar heel geschikt voor lijken, zegt Hendriksen, maar het gevaar dat daarbij op loer ligt, is dat diegene ten prooi valt aan 'bedrijfsblindheid'. Een procesbegeleider helpt je doelen nog beter toe te spitsen, zegt Hendriksen, maakt je bewust van het kostenplaatje en kan perfect fungeren als tussenpersoon in het contact tussen ecodorp en gemeente. "Het is ook voor een gemeente vaak een ontdekkingstocht. Dan is het handig als je iemand hebt die van de hoed en de rand weet."

3 Zie overheden als partner

Veel ecodorpen hebben het idee dat de overheid hen belemmert, zegt Ad Vlems. Maar de initiatiefnemer van het Ecodorp Boekel heeft juist gemerkt dat een omgekeerde benadering beter werkt. Veel ambtenaren en bestuurders zijn volgens hem net als ecodorpen uit op de transitie naar een groenere samenleving. Zij zien de waarde van ecodorpen in. "Sta dus open voor samenwerking en profileer je als een open proeftuin." Daarbij helpt het volgens Hendriksen om in overleg met de gemeente transparant te zijn. Leg je kaarten meteen op tafel, maak van jouw probleem een gedeeld probleem. Hendriksen: "Een gemeente is een machtige partner die er belang bij heeft dat jouw project er komt. En het liefst op een manier die onderscheidend is in Nederland. Citymarketing is belangrijk voor gemeenten. Daar moet je op meevaren als ecodorp, verplaats je in de wethouders en ambtenaren tegenover je."

4 schrijf een visie

Een ecodorp zonder duidelijke visie is gedoemd te mislukken. Het opschrijven van je ideeën en dromen is volgens het drietal cruciaal. Het is een van de pilaren waar een gemeenschap op steunt, zegt Twigt. "Je moet je op een idee concentreren, niet op een plek. Veel mensen zijn bij ons in het eerste jaar afgevallen omdat hun insteek een mooi huis bouwen was, terwijl die van ons vooral het vormen van een gemeenschap is."

Laat nieuwe bewoners je visie onderschrijven, adviseert Vlems. Daarin is vastgelegd wat je als dorp wilt bereiken en hoe. Daarmee voorkom je dat elke nieuwe bewoner je dwingt het hele proces opnieuw tegen het licht te houden. Vlems: "De wereld verandert uiteindelijk niet door te blijven discussiëren, maar door iets te doen. Als je elke keer een nieuwe discussie aangaat blijf je ideeën overdenken en omgooien. Dat zuigt energie en levert niets op." Hendriksen zweert bij sociocratie, waarbij een knoop pas wordt doorgehakt bij consent: iedereen moet het eens zijn. "In een democratie heb je altijd een mokkende minderheid. Dat is het recept om mensen met slaande deuren te laten vertrekken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden