Een echte Vermeer

De energierekening stijgt fors, benzineprijzen breken record na record, de AOW-leeftijd gaat omhoog, subsidies worden afgeschaft, paarden hebben het Schmallenbergvirus, en dusgeeft het de burger moed dat we de beste kaas ter wereld maken. De buitenwereld heeft het op ons gemunt maar van binnen deugen we nog. De winnende kaas had nog een mooie Nederlandse naam ook, Vermeer, en het schijnt een zachte Gouda te zijn. Niet mijn favoriet, ik houd meer van oude kaas, maar op de zachte markt is de concurrentie dan weer veel groter en smaakt de overwinning dus zoeter.

Me dunkt dat je beschaafde, eerbiedwaardige landen aan hun kaastraditie kunt herkennen. Grote, poenige economieën bijvoorbeeld doen er niet echt aan. De kaas in Amerika, als je niet uitkijkt een kunstmatig geproduceerde cheddar, is niet te eten, daarom smelten ze 'm ook meestal half op lauwe hamburgers; kazen uit China en Japan, maar ook India en Brazilië, hebben geen enkele naam, ik vrees dat het voornamelijk nepkazen zijn. Ons Vermeertje won van twee Zwitserse kazen, ook heel eerbaar, Zwitserland heeft een prachtige kaastraditie, net zoals trouwens Frankrijk waar ik bij ieder bezoek aan een grutter een Roquefort probeer mee te nemen. Ik heb ook wel eens een lekkere Deense kaas gegeten. Mooie landen, mooie kazen. Dat het Wereldkampioenschap Kaasmaken in zo'n kaasgruwelland als de VS werd gehouden, moeten we maar voor lief nemen, ze doen daar nu eenmaal graag Europees als het om cultuur gaat: Griekse zuilen, Romeinse bibliotheken, Hollandse kaas. Die stinkkaas van mij beliefden ze er overigens niet, herinner ik mij uit mijn Amerikaanse tijd. Om er oude kaas te kopen moest je naar een exotisch warenhuis met drop en hagelslag, een plaats voor gekken en onruststokers. En dan had je nóg niet wat je echt wilde.

Ik heb eens in de buurt van het Drentse Westerbork een negen jaar oude kaas op de kop getikt. Hij kostte een klein kapitaal maar ik telde het er graag voor neer. Aan snijden, laat staan schaven viel niet te denken, alleen met een drilboor of een cirkelzaag kreeg je er wat splinters van af; 'mooi wark', zoals ze in die streken zeggen. Laten ze mij maar een kaaskop noemen, het is een geuzennaam die ik graag draag.

Denk niet dat ik als kaasliefhebber ook iets weet van kaasmaken. Geenszins. Ik laat het voor mij doen. Wel heb ik ooit als student in een kaasmakerij gewerkt, maar ik deed daar niet anders dan kazen in een warm bad dompelen. Het is de enige periode in mijn leven geweeest waarin ik geen kaas meer kon zien en het stemt me des te dankbaarder jegens de kaasmakers, die in reclameboodschappen, altijd verlekkerd op een stukje zelf gefabriceerde kaas knabbelen. Vergeet het maar. Ook de kaasmaker heeft wel eens genoeg van zijn eigen product. Ze zeggen dat kaas naar vieze tenen riekt, of andersom, maar dat is kwaadsprekerij. Vieze tenen mochten dat willen. Dacht u dat ze bij de buren Frau Antje binnenlieten als ze onwel rook? Onze kaas smaakt naar Nederland, een oud en eerbaar land en een zuivere, onbetwiste kaasnatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden