Een échte jutter wacht op storm

Een container met bananen spoelt niet elke dag aan, maar toch is er genoeg te jutten op het strand van Terschelling.

Een échte jutter gaat op pad bij een herfst-storm, met windkracht 8, witte schuimkoppen op de golven en het striemende zand tegen de benen. En dan maar wachten wat de zee brengt. Maar om te oefenen kun je ook met mooi weer jutten. Blauwe lucht, zon op het hoofd, bries in de haren, ogen naar de grond: de vloedlijn langs. Lege flessen. Hé, weer zo'n oranje handschoen. Mooie plank! En waar zou de rechterschoen zijn gebleven als de linker hier tussen het wier ligt?

Zolang je aangespoelde kabels, een losgeslagen boei of een door de zee gladgeschuurde boomstronk mee naar huis neemt, is er weinig aan de hand. Maar kostbare goederen moet je eigenlijk aanmelden bij de strandvonder. Dat is veel gevallen de burgemeester. Die slaat de spullen dan op en zoekt naar de eigenaar die de lading op zee is verloren. Komt ie niet opdagen, dan mag de strandvonder de voorwerpen verkopen. De jutter heeft dan recht op 'vindersloon', een percentage van de waarde is.

De Terschellingers hebben door de eeuwen heen altijd geprobeerd de strandvonder te slim af te zijn. Zij vonden dat alles wat de zee bracht, hún eigendom was. . In de nacht trokken ze te voet of met een paard met platte kar het strand langs. En als er dan wat aanspoelde, brachten ze de spullen snel naar huis voordat het licht werd, of verstopten ze de buit in de duinen. Zo waren ze de politie net voor. Na een paar dagen pikten ze die goederen dan ongezien weer op.

Dat kat en muis-spel tussen politie en jutters vindt nog steeds plaats. Als er nu een container aanspoelt, geldt nog steeds dat de Terschellingers er snel bij willen zijn. Sneller dan de politie tenminste. In het Wrakkenmuseum van Terschelling kun je films zien van aangespoelde containers vol bananen, of met sportschoenen. De bevolking verzamelde die schoenen op het strand, met honderden tegelijk. Alleen was het vervelend dat de linker- en rechterschoenen niet aan elkaar vastzaten. Maanden hebben de eilanders moeten puzzelen om de paren weer bij elkaar te krijgen. Maar die zomer waren er wel overal op het eiland prachtige aangespoelde schoenen te koop. Voor een spotprijsje.

Soms werkten de jutters ook samen met de strandvonder. Als er een grote lading was aangespoeld, gaf hij opdracht aan de boeren deze met hun karren van het strand te halen. 'Strandrijden', noemden ze dat toen. En dan had je ook nog het 'wrakslijten'. Als er een houten schip op een zandbank voor de kust was vastgelopen, gingen de jutters bij eb naar het schip toe, zaagden dat in stukken en sleepten de houten onderdelen weg. Op het eiland kom je boerderijen en schuren tegen waarin delen van schepen zijn verwerkt. Een flinke mast is namelijk ook een prima nok, van de planken van de scheepswand is een goede zolder te timmeren.

Heel af en toe ligt er op de vloedlijn nog iets dat thuis bruikbaar is, maar jutten is vooral een verzamelspel geworden. Sommige eilanders maken er vreemde bouwsels van: een hek bijvoorbeeld met op elke paal een oranje handschoen. Maar er zijn ook wandelaars die alle aangespoelde 'mensenspullen' juist laten liggen, en vooral zoeken naar voorwerpen die door de natuur worden achtergelaten. Nergens zijn er zoveel verschillende schelpen te vinden als op Terschelling, maar in de lente vind je er ook haaieneitjes, zeeklit, rogge-kapsels, en het legsel van de wulk. En met een beetje geluk loop je tegen een aangespoelde dode bruinvis aan. Vanwege de stank kun je die toch echt beter later liggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden