Review

Een echte alt kan ook uitbundig en rap zingen

AMSTERDAM - Met als toegift die heerlijke valse-chanté 'Les chemins de l'amour' van Francis Poulenc besloot de Franse alt Nathalie Stutzmann dinsdagavond haar recital in de kleine zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Na een nogal serieuze avond met liederen van Brahms, Chausson en Poulenc was die wals als ontlading een juiste beloning voor het geconcentreerde publiek. Maar wie dat lied nog kent in de uitvoering van Yvonne Printemps, voor wie Poulenc het schreef, moest zijn oren honderdtachtig graden draaien voor Stutzmanns uitvoering.

Printemps had een hele lichte, soubrette-achtige stem; typisch Frans met een prettig nasale kleur. Stutzmann behoort tot het uitstervende ras van de echte alt. Een diepe en donkere stem, op het eerste gehoor weinig wendbaar. Maar Stutzmann kon in dat lage timbre perfect de lichte, flexibele kleur vinden die dit lied zo bijzonder maakt. Een andere, maar net zo waardevolle interpretatie als die van Printemps. Het publiek onderkende dat en beloonde Stutzmann met een staande ovatie; en dat is in de vocale serie lang niet altijd het geval.

Stutzmanns volledige overwinning kwam echter pas met deze toegift; de weg ernaar toe was niet altijd even makkelijk. Een probleem met vol klinkende, verzadigde stemmen ... la Stutzmann kan de dictie zijn. Althans, zo bleek tijdens het concert, want op haar vele prachtige opnamen met lied-repertoire is Stutzmann woordelijk te volgen. In de zaal was dat allerminst het geval. Het kostte de grootste moeite om Stutzmann te verstaan. Met tekst erbij, of bij bekende liederen vanuit de eigen herinnering, was het uiteraard makkelijker, maar een lied-zangeres moet toch in eerste instantie verstaanbaar zijn.

Misschien lag de grote discrepantie tussen Stutzmanns cd-opnamen en haar live-optreden aan haar begeleidster Inger S"dergren. De Zweedse pianiste speelde in het Brahms-gedeelte veel te luid; in de nagalm van haar forse toucher verdween Stutzmanns dictie als het ware. Naast luid, speelde S"dergren erg grof. Ik ben geen voorstander van ellenlang uitklinkende slotakkoorden, maar de manier waarop S"dergren haar eigen naspelen afkapte (met slordig pedaalgebruik) was zeer storend voor de sfeer. S"dergrens mimiek (meebewegende mond) zag er curieus uit, ergerlijker was het feit dat de pianiste gelijk Glenn Gould het niet kon laten om zich ook vocaal in het gebeuren te mengen.

Hoe dan ook, Nathalie Stutzmann zong prachtig. Ze benutte haar opmerkelijke lage register volop, waardoor Brahms' 'Sapphische Ode' een schitterende unheimische sfeer kreeg. In 'An eine üolsharfe' bleek hoe grondig Stutzmann zich had voorbereid op dit recital. De frase vanaf de woorden 'Geheimnisvolles Saitenspiel' werd met een mysterieus mooi legato doorgetrokken naar een fantastisch gezongen 'deine melodische Klage'. Nog fraaier was de spanningsopbouw in 'Wie rafft ich mich auf'; verbazingwekkend hoe Stutzmann in heel korte tijd een heus drama vocaal vorm kan geven. S"dergren verprutste overigens Brahms' mooie modulatie na het eerste couplet.

De liederen van Ernest Chausson zijn favoriet bij Stutzmann. De vijf die ze er dinsdagavond van zong toonden dat onomstotelijk aan. Hier vond Stutzmann naast rijke kleuren ook de goede dictie; het Frans ligt haar misschien toch beter. Vooral 'Amour d'antan' klonk als een juweeltje. De vijf liederen van Poulenc wisselden sterk van karakter. Het zwart van 'C' ontlokte Stutzmann haar meest desolate klank en het lollige roze van 'Fêtes galantes' deed Stutzmann haast struikelen over haar eigen woorden. Het was het ultieme bewijs dat een echte alt ook uitbundig, rap en scherp-ritmisch zingen kan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden