’Een echt Toorop-oog’ en taalklank uit het Melkwoud

¿Zittend meisje¿ (1913) van Charley Toorop. (COLL. GEMEENTEMUSEUM DEN HAAG)

Op het Zeeuwse Nazomerfestival weerklinken een dialoog over schilderes Charley Toorop en het zelden gespeelde stemmenspel ’Under Milkwood’ van dichter Dylan Thomas.

Plaats van handeling: de duinen van Westkapelle. Schilder Charley Toorop kwam hier liever dan in het naburige Domburg, waar haar vader Jan Toorop zijn Zeeuwse boerenkoppen en Piet Mondriaan zijn vlammende vuurtorens schilderden. „Ik niet. Is mij veel te mondain. Al die kunstenaars bij elkaar in een kolonie.”

Toneelschrijver Nirav Christophe schreef met ’Zittend meisje’ een toneelstuk over een weerbarstige Charley Toorop. Of eerder een dialoog: tussen Toorop en de Zeeuwse boer Toos Dingemanse, die zich door haar wil laten portretteren zodat zijn dochter op haar sterfbed hem keer op keer kan zien. Charley Toorop is dan 47 jaar. „Ik ga met steeds grotere stappen op de vijftig af. Een periode waarin verrassingen alleen nog maar onaangenaam kunnen zijn.”

De titel ’Zittend meisje’ verwijst naar een portret dat Charley Toorop in 1913 maakte („Ik noem mijn schilderijen nooit naar het model.”)

Als voorbereiding op een interview dat hij met haar gaat houden, reist een radioverslaggever naar Zeeland waar Charley Toorop tussen beide wereldoorlogen veel schilderde, en constateert: „Hier ligt de grote kracht die zij liefheeft en daarom zo graag verbeelden wil. De bouwende oude kracht aan de rand van de zee, al die onregelmatige vruchtbare akkers en weiden, al die geurige lieflijkheid der meidoornhagen, al die prachtige esthetische verlatenheid.”

De Zeeuwse boer Dingemanse blijkt, in navolging van zijn stervende dochter, begeesterd door filosoof Friedrich Nietzsche. Hij doopte zijn Zeeuwse trekpaard met die mooie ’trotse en dienstbare ogen’ niet voor niets naar Nietzsches ’boek voor allen en voor niemand’ Zarathoestra.

Charley Toorop heeft amper oren naar Nietzsche of naar onderworpen paardeogen, wel naar ’een echt Toorop-oog’ en maant haar model stilstaand tegen een muur te leunen, en verhaalt in inwendige monoloog over haar kinderen, opdrachtgevers, minnaars, scheidingen en haar eigen balsturigheid: „’t Is misschien waar; dat ik soms van ’t ene uiterste in het andere zwaai. Ik zeg het is misschien waar. Er is in mij blijkbaar een hartstochtelijk verzet tegen overgave”.

Tot een hechte samenspraak tussen schilder en model komt het in ’Zittend meisje’ niet. Zonder spoor van ironie verwijst Charley Toorop naar brieffragmenten van Vincent van Gogh: „Mijn leven is onbeholpen. Dat woord, dat is het. En mijn werk ook. Ook mijn werk is onbeholpen”.

Als model Dingemanse haar vraagt van wie zij de meeste portretten heeft vernietigd, antwoordt zij, die nou uitgerekend triomfeerde in raadselachtige, onaanraakbare en desalniettemin haarscherp getroffen portretten: „Karrevrachten zelfportretten vernietigd. Een zelfportret, geschilderd of getekend, moet meer lijken dan een foto. Een foto geeft niet meer dan een moment. Maar in een goed portret herken je iemand in al zijn uitdrukkingen. Je moet er iedere dag weer wat anders in kunnen zien”.

’Een hartstochtelijk verzet tegen overgave’, zoals Charley Toorop bij zichzelf signaleert, is wel het allerlaatste wat je de Welshe dichter Dylan Thomas (1914-1953) toe kunt schrijven. Dylan Thomas gaf zich in onbekommerde deining over aan drank, aan wurgende liefde voor echtgenote Caitlin, aan de taal en vooral poëzie van het Welsh.

Naast gedichten schreef Thomas ook essays en hoorspelen. ’Under Milkwood’ schreef hij als luisterspel voor de BBC-radio. Heel zelden wordt het als toneelstuk uitgevoerd, zoals het RO-theater in regie van Guy Cassiers overtuigend in 1997 deed. Het stuk leent zich daar lastig voor aangezien het eerder een stemmenspel dan een kijkdoosspektakel is. In 1972 is het (met Richard Burton, Peter O’Toole en Elizabeth Taylor) zelfs verfilmd. Voor een Oosterschelde-oeverenscenering koos het festival voor de zwierige en spitse vertaling van Hugo Claus, en voor Koen de Sutter en Jan Decleir als vertolkers van de tientallen personages.

’Onder het melkwoud’ is een hallucinerend verslag van de etmaalse beslommeringen, afgunsten, venijnigheden en verlangens in het denkbeeldige vissersdorpje Llareggub (achterstevoren: ’Bugger all’), gemodelleerd naar Thomas’ woonplaats Laugharne in een zeebaai in Wales. Dezelfde baai trouwens, waar buitengaats varende Nederlandse koopvaardijschepen hun heil zochten bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Onder de dorpelingen bevinden zich de stemmen van de verdronken bemanning (’Hoe is het daarboven?’ ’Is er rum en zeekraalkoek?’ ’Een schatje om te schommelen?’), de brieven openstomende postbodevrouw mrs. Willy Nilly, de elkaar vergiftigende mr. en mrs. Pugh (’Varkens lezen niet aan tafel, liefste’), de immer kuisende mrs. Ogmore-Pritchard (’Die oude Bessie zou het grasperk boenen om de vogels te doen slippen’) en de blinde Kapitein Kat.

Ook de dorpshaan kreeg een Melkwoudrol, al was het maar omdat hij steevast te laat het ochtendgloren toekraait. „Want de stad is al in de helft van de morgen. De morgen is bezig als bijen.”

Luister maar: „Er is het klopklop der paarden op de zonhoningkeien van de zoemende straten, het gehamer van paardehoeven, het geklok, gekwaak en gekakel, het gesjirp van pimpelmezen in de takken, boordevol met vogels, het gebalk in de Ezelsweide. Brood wordt gebakken, de varkens knorren. ’Hak’ zegt de slager, melkbussen ratelen, geldladen rinkelen, schapen kuchen, honden roepen, zagen zingen.”

Ondertussen verliest Kapitein Kat zich in droomflarden en koortsachtige tweespraak. „Ik vertel je geen leugens. De enige zee die ik zag was de schommelzee. En jij reed op de baren. Lig neer, lig zacht, laat mij schipbreuk varen in je dijen.”

Nadat de schemering is gedaald nadert de voltooiing. Dylan Thomas richt zich rechtstreeks tot zijn luisteraar en keert terug naar de nacht waarmee hij zijn Melkwoudetmaal begon. „U alleen kunt de huizen horen slapen in de straten in de trage, diepzouten en stilzwarte, omzwachtelde nacht. U alleen kunt in de verdonkerde slaapkamers zien: de kammen en de rokken over de stoel, de kannen en de kommen, het glas met de tanden, ’Gij zult niet’ aan de wand en de vergelende Kijk-naar-het-vogeltjeportretten der doden. U alleen kunt horen en zien achter de ogen der slapers, de bewegingen en landen en doolhoven en kleuren en ontzetting en regenbogen en wijsjes en wensen en vlucht en val en wanhoop en de grote zeeën van hun dromen. Van waar u bent kunt u hun dromen horen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden