'Eén echt schilderij had ik in Suriname nog nooit gezien'

PARAMARIBO - Op de vloer van de hal van het gerieflijke huis aan de Anton Drachtenweg, de langs de rivier gelegen 'goudkust' van Paramaribo, ligt de kop van Hans van Mierlo te wachten op nadere bestemming. Erwin de Vries vroeg de minister te poseren, toen deze in Paramaribo was om de gevoelige relatie tussen beide landen te masseren.

Het beeld was eigenlijk bedoeld voor de expositie die morgen wordt geopend in het Stedelijk Museum in Amsterdam, de overzichtstentoonstelling 'Twintig jaar beeldende kunst in Suriname'. Het werk van schilder/beeldhouwer Erwin de Vries neemt daarop een belangrijke plaats in. De Vries is de grand old man van de Surinaamse moderne kunst.

Het leek hem een prachtig idee als de Surinaamse ambassadeur in Nederland zondag bij de opening van de expositie een afgietsel van het beeld aan Van Mierlo zou aanbieden. “De Surinaamse regering zou het beeld als relatiegeschenk voor Nederland moeten kopen. Ik heb president Wijdenbosch hierover geschreven en gesproken. Maar Jules vindt het allemaal nog wat te gevoelig. Het is nog te vroeg.”

Koopmansinstinct

Erwin de Vries (Paramaribo, 1930) mag het gevoeglijk op zijn naam schrijven de moderne kunst naar Suriname te hebben gebracht. Naast een uitbundig talent, in 1956 onderkend door professor Esser die hem toeliet op de Rijksakademie in Amsterdam, ligt een onmiskenbaar koopmansinstinct ten grondslag aan het internationale succes van de schilder/beeldhouwer.

Dat instinct heeft hij van z'n vader, H. de Vries, die met niet meer dan een lagereschoolopleiding een omvangrijk handelsconcern opbouwde in Suriname. Die kop van Van Mierlo zal De Vries zeker nog wel eens van de hand doen, zoals hij eerder celebrities vroeg te poseren, om de beelden daarna in klinkende munt om te zetten.

Toon Hermans, Simon Carmiggelt, Joop den Uyl, Wim Kan, De Vries kneedde de beroemde hoofden in klei, om de afgietsels daarna te slijten aan schouwburgen, musea en gemeentehuizen. Laatstelijk ging Jozef Luns nog weg voor vijftienduizend gulden.

“Die had ik vanaf 1983 al liggen, ik raakte hem maar niet kwijt. Tot de moeder van de Nederlandse ambassadeur hier op bezoek was. Ze zag de kop liggen en zei: 'Hé, dat is Jozef Luns, dat is een neef van mij.' Ze schreef een brief naar buitenlandse zaken, Van Mierlo had het inmiddels ook gezien, en vijf maanden later was het verkocht.”

Tekenleraar

Als in het Stedelijk de expositie 'Twintig jaar beeldende kunst in Suriname' wordt geopend, is het al weer meer dan een kwart eeuw geleden dat De Vries de definitieve erkenning van 'groot kunstenaar' kreeg, door een eenmanstentoonstelling in hetzelfde Stedelijk.

Ver daarvoor, als tiener nog, werd hij door z'n vader op de stoomboot naar Nederland gezet, om tekenleraar te worden. Daar gingen de ogen van de jonge Erwin open. “Van kinds af aan speelde ik met klei en maakte ik tekeningen. Maar een echt schilderij had ik in Suriname nog nooit gezien.”

Na de opleiding in Den Haag wachtte de door vader gewenste loopbaan als tekenleraar in Paramaribo, maar Erwin wilde maar een ding: teruggaan naar Nederland, om daar kunstenaar te worden.

Een vijfjarig contract als docent werd voortijdig afgebroken, en weer ging Erwin, met nu als reisdoel de Rijksakademie in Amsterdam, waar professor Esser het talent onder handen nam. De 'bevrijding' tot, zo wordt hij door de deskundigen gekwalificeerd, neo-expressionist, kwam onder meer via kennismaking met de Cobra-beweging. Met Corneille is hij nog steeds goed bevriend.

In de stormachtige carrière die volgde, koppelde De Vries zijn kunstenaarschap aan dat van de vrije ondernemer die voortdurend aan de weg timmert. En daarmee haalde De Vries veel kritiek op zijn hals in het kunstenaarsvriendelijke klimaat van de jaren zestig en zeventig, waarin de contraprestatie hoogtij vierde en het not done was met je werk te leuren.

“Ik walgde daarvan. Met verfvlekken op je broek en een penseel in je zak de hele dag in café Reijnders kunstenaar zitten te zijn.”

In plaats daarvan kneedde en schilderde De Vries vijfentwintig jaar lang in zijn atelier aan de Utrechtsedwarsstraat in Amsterdam zijn inspiratie tot kunst. Critici prezen de Surinaamse artiest in Nederland de hemel in, onder de indruk van de eigen wijze waarop De Vries uiting gaf aan wat indruk op hem maakte: de kunst van oervolken, pre-Colombiaanse beelden in Mexico, en vooral het lichaam van de vrouw.

Naast de handel in gebeeldhouwde hoofden van bekende Nederlanders en opdrachten voor grote werken van Nederlandse gemeenten reisde De Vries de wereld rond om zijn werk te slijten. Exposities in onder meer Mexico, Jamaica, Washington, Stockholm, Kopenhagen, en als hoogtepunt de, zoals hij het zelf noemt, 'onemanshow' in het Stedelijk.

In 1984 echter was de weerzin tegen het Nederlandse klimaat, zowel wat betreft weersomstandigheden als de kunst, zo hoog opgelopen dat De Vries zich weer in Suriname vestigde.

Schoon genoeg

“Ik had er schoon genoeg van. Al die rommel die werd verkocht, van die zogenaamde kunstenaars die neefjes en nichtjes waren van galeriehouders. En ondertussen maar schelden op De Vries, omdat ik handig was in het maken en verkopen van beelden en portretten. Het was zo hypocriet. En de winter, daar heb ik altijd een hekel aan gehad.”

In Suriname geniet De Vries, hij is zelf niet de laatste om dat te benadrukken, de status van de enige kunstenaar die internationale faam geniet. Een beetje eenzaam voelt hij zich soms wel, alleen in dat grote huis, met het weidse uitzicht op de Surinamerivier, de schepen en bootjes die af en toe voorbijgaan, onder de vogels in de tropenlucht. Toch is het goed toeven daar, op het terras waar een rivierbriesje wat lucht brengt in de warme namiddag.

Pinaren

Ook het culturele klimaat in Suriname vindt De Vries redelijk aangenaam, in ieder geval stukken beter dan toen hij er vertrok, in de koloniale tijd.

“Voor zo'n kleine bevolking, nog geen vierhonderdduizend mensen, zijn er ontzettend veel jonge mensen bezig met kunst. En ze pinaren bijna allemaal hoor. Als er al materiaal is te krijgen, is het voor die jonge jongens meestal niet te betalen. Een goede opleiding is er ook niet.”

De Vries voelt er zelf weinig voor om voor de klas te staan. “Ik heb het nooit in mij gehad, leraar zijn. Wel staat mijn huis altijd open voor die jonge jongens, om te komen kijken, om te komen praten.”

Hij relativeert de opmerking van de directeur van het Stedelijk, Rudi Fuchs, onlangs in een van de Nederlandse kranten, dat de Surinaamse kunst op De Vries na eigenlijk geen knip voor de neus waard is. “Hij heeft natuurlijk wel een beetje gelijk, als je het vergelijkt met het niveau in Nederland. Maar je moet het in Surinaams perspectief zien, in de ontwikkelingsmogelijkheden die de jonge jongens hier hebben. Dan valt het mee.”

Moraalridders

Wat in Suriname nooit is veranderd, vindt De Vries, is de kleinburgerlijke hypocrisie, de moraalridders die de voorliefde voor vrouwelijk naakt in zijn werk pornografie noemen. “Wat is nou porno? Niet meer dan door een gaatje in de muur kijken naar wat andere mensen doen. 99 van de honderd mensen die door dat gaatje kijken zeggen tegen anderen dat het zo vies en walgelijk is, terwijl ze zelf gewoon doorkijken, zolang ze maar niet gezien worden.”

Borsten, billen en benen, De Vries zegt er nog steeds mateloos door geboeid te worden, en ze beheersen dan ook zijn schilderijen nog steeds. In een oplichtende gloed komen ze los van het doek, tuimelend door de ruimte. De inmiddels bejaarde meester doet het ook in de verkoop nog goed, zijn werk vindt onder het koopkrachtige Surinaamse kunstenaars publiek grif aftrek.

“Ik verkoop alleen uit de hand”, zegt de handelaarszoon. “Niets via galeries. Die pakken toch gauw veertig, vijftig procent.”

In Nederland, waar hij toch een soort haatliefdeverhouding mee heeft, hoopt hij nog een paar flinke klappers te maken. “Ik zou toch graag weer eens een eigen expositie in het Stedelijk willen hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden