Review

Een dynastie van kloeke vrouwen

Beatrix geldt als een directe afstammeling van Willem van Oranje. Minder bekend is het feit dat door het Hollandse huis van Oranje-Nassau heel wat Fries bloed heeft gestroomd. Een dubbeltentoonstelling vertelt de geschiedenis van de Friese Nassaus.

Even zoekt conservator E. Ezenga naar de juiste omschrijving. ,,Grauw. Ja, dat is het juiste woord voor de Friezen die in 1795 de graven schonden van de Nassaus die tot dan waren begraven in de Jacobijnenkerk in Leeuwarden.''

Ezinga, adjunct-directeur van paleis Het Loo en gastconservator van de tentoonstelling in Leeuwarden over de Friese Nassaus, geeft daarmee een deftige omschrijving van de woedende meute die, analoog aan de Franse Revolutie, definitief wilde afrekenen met zijn adellijke heersers.

Bij gebrek aan levende personen die konden worden opgeknoopt of onthoofd, vergreep het gepeupel zich aan het kwetsbare interieur van de kerk. Het imposante grafmonument van de Nassaus werd in gruzelementen veranderd en ook voor de overledenen was er weinig rust. Ezenga: ,,Men groef de botten op en voetbalde in de kerk met de schedels van wat toch Friese stadhouders waren.''

Hoe definitief met de Friese Nassaus is afgerekend, blijkt als je nu in Leeuwarden rondkijkt. Deze tak van het op de Duitse Dillenburg ontstane Huis van Nassau heeft sinds de 16de eeuw haar sporen in de noordelijke dreven uitgezet, tot in 1747 het hof in Leeuwarden naar Den Haag verhuisde. Maar in de Friese hoofdstad zijn daarvan opmerkelijk weinig bewijzen terug te vinden.

Uit de naam van één gebouw, het Princessehof, spreekt nog iets van de heerschappij van de Nassaus. Wie daar gaat kijken krijgt een interieur te zien dat op één zaal na niets authentieks van de Nassaus bevat. Die ene zaal is gerestaureerd in een stijl waarin de bewoonster van destijds, Maria Louise, prinses van Hessen-Kassel en beter bekend als Marijke Meu, zich zal hebben thuisgevoeld. Tegen een decor van met goudleer behangen muren, een fraai blauwgemarmerde schouw en nog onlangs in Frankrijk geweven gordijnen staat een tafel gedekt met een servies dat waarschijnlijk nooit door vorstelijke handen is aangeraakt, al wordt die suggestie wel gewekt.

Maria Louise werd in de Nassau-dynastie opgenomen door haar huwelijk met een heuse Prins van Oranje. Dat was Johan Willem Friso met wie ze slechts kort getrouwd was. Geboren in 1687 werd hij prins op vijftienjarige leeftijd. Hij verdronk jammerlijk in 1711. Zijn vrouw was op dat moment zwanger van de erfopvolger: Willem Carel Hendrik Friso, die van 1747 tot zijn dood in 1751 de eerste Stadhouder was van de Verenigde Nederlanden. Maar hij regeerde vanuit de Haagse residentie, niet vanuit Leeuwarden.

De Friese Nassaus, die allemaal in rechte lijn afstamden van Jan VI de Oude, graaf van Nassau-Dillenburg en broer van Willem van Oranje, huwden allemaal sterke vrouwen, om niet te zwijgen van kloeke verschijningen. Dat was al begonnen met de echtgenotes van de Friese stamvader Jan VI de Oude die in zijn 70-jarige leven drie keer zou trouwen. Jan VI kreeg zestien kinderen, bij onder meer zijn laatste vrouw Johanna von Sayn. Maria Louisa's schoonmoeder, Henriëtte Amalia, die prinses van Anhalt-Dessau was en zou huwen met Hendrik Casimir II, schonk haar man zeven dochters en twee zoons.

In een eindeloze stoet portretten in de twee Leeuwarder musea poseren de Nassau-vrouwen als onverzettelijke types. Je ziet het er zogezegd aan af dat het met deze dames slecht kersen eten was bij het politiek gekonkel dat ook in hun tijd aan de orde van de dag was.

Overigens verbleven ze weinig in de Friese hoofdstad. Vochten de stadhouders niet op de diverse Europese slagvelden, dan hielden ze wel de politieke strijd in het oog. Die speelde zich in hoofdzaak in Den Haag af. Daar lag ook de voornaamste huwelijksmarkt voor de Friezen, die maar al te graag aan het Huis van Oranje geparenteerd wilden worden. In Den Haag aasde Willem Frederik van Nassau-Dietz (1613-1664), de vierde Friese stadhouder, op Albertina Agnes, kleindochter van Willem de Zwijger.

Maar de Friezen resideerden ook Arnhem, Groningen en Drente met veel vorstelijk vertoon. Net als hun Hollandse 'concurrent' Frederik Hendrik moeten ze een belangrijke culturele rol hebben gespeeld. Niet alleen als opdrachtgever voor de bouw van vorstelijke verblijven die soms het Haagse hof naar de kroon mochten steken, maar ook als afnemers van schilderkunst.

Aan hun opdrachten is het te danken dat er nu in zowel het Fries Museum als het Princessehof zo'n ellenlange reeks staatsieportretten is te zien. Nazaten bezongen hun vaders roem door kunstenaars etsen van de begrafenisstoet te laten vervaardigen. Vervat in meters lange voorstellingen werden allen die de rouwstoet volgden afgebeeld. Tegenwoordig volgt een ieder die voor een koninklijk begrafenis wordt uitgenodigd de stoet per voertuig, maar vroeger ging men te voet.

Ezenga, die zich voor de tentoonstelling een paar bijzondere begrafenisstoeten in prentkunst heeft weten te vinden, wijst erop dat het protocol voorschreef dat er achter de baar ook dragers met koninklijke regalia moesten meelopen. Aldus konden de omstanders goed zien dat de stadhouder 'in het harnas' was gestorven, of dat hij met het zwaard in de aanslag was gesneuveld.

Eén keer ging het met een Friese Nassau mis, als gevolg van een eigen blunder. Dat gold Willem Frederik die zijn broer Hendrik Casimir als vierde stadhouder van Friesland was opgevolgd. Willem Frederik maakte zijn vrouw Albertina Agnes na het baren van twee kinderen tot weduwe toen hij bij het schoonmaken onverhoeds door een kogel uit zijn pistool werd getroffen. Door het schot raakte zijn onderkaak verbrijzeld, waardoor hij zijn spraakvermogen verloor. In de paar dagen dat hij nog te leven had, communiceerde Willem Frederik door middel van slecht leesbaar gekrabbelde notities. Dat zijn wond niet wilde helen, bewijzen de bloedspetters die nog altijd zijn te zien op het bewaard gebleven briefje.

Het is op de dubbelexpositie in de twee Leeuwarder musea een van de weinige momenten dat de geschiedenis van de Friese Nassaus tot leven komt. Echt spectaculair wordt deze presentatie nooit. Met volledig voorbijgaan aan de culturele uitstraling van de Frieze stadhouders is een geweldige kans gemist. Leeuwarden had in één keer als een kunstmetropool op de kaart gezet kunnen worden. In plaats daarvan sturen de musea de bezoeker langs de schaarse overblijfselen die nog uit het stadhouderlijke tijdperk dateren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden