Een duik in de levens van de journalistieke vernieuwers Rie Brusse en Bibeb

Bibeb, rond 1950. Beeld Jack Cohen

‘Onder de menschen’ verscheen jarenlang in de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC). Op die rubriek stoelde een groot deel van de journalistieke reputatie van Marie Joseph Brusse (roepnaam: Rie). Hij begaf zich ook onder de mensen. Dat was rond 1900 geen vanzelfsprekendheid. Journalisten waren in de meeste gevallen aan hun bureaus gekluisterde letterknechten.

De basis voor Brusse’s andere aanpak was gelegd bij zijn eerste werkgever in de mediawereld, het radicale, links-liberale dagblad De Amsterdammer. De hoofdredacteur stuurde zijn verslaggevers de straat op. Daar waren de misstanden en de armoe te vinden waarover hij verhalen wilde hebben.

Eind jaren twintig van de vorige eeuw maakte Brusse een serie interviews voor de NRC. Hij begon de reeks met een ontmoeting met minister van binnenlandse zaken Jan Kan. Die ging toen de bezoeker zijn notitieblokje tevoorschijn haalde, ineens keurig rechtop zitten en vroeg onwennig: “Gaat het interview nu beginnen?” Het vraaggesprek was duidelijk nog iets onalledaags. In de decennia die volgden werden interviews iets gewoner. Al waren het dikwijls meer audiënties. Autoriteiten stonden nog op een voetstuk, interviewer en geïnterviewde behoorden vaak tot dezelfde zuil.

Zieleknijper 

Eigenlijk werd het journalistieke vraaggesprek pas echt op de kaart gezet door Elizabeth Maria Soutberg die onder haar pseudoniem Bibeb kritische en persoonlijke vragen durfde te stellen. Haar portretten behoorden in de gloriedagen van Vrij Nederland tot de hoogtepunten van het weekblad. Ze legde je als een zieleknijper op de divan. BN’ers vochten om haar aandacht. “Een interview met Bibeb was als een ridderslag”, aldus Bert Nienhuis, de fotograaf die de artikelen jarenlang van passend beeld voorzag.

Beide journalistieke vernieuwers zijn nu zelf geportretteerd. De journalisten Adinda Akkermans en Roos Menkhorst schreven ‘Bibeb. Biechtmoeder van Nederland’. Peter Brusse, oud-Londencorrespondent van de Volkskrant en het NOS Journaal, dook in het leven van zijn vader voor ‘Onder de mensen. M.J. Brusse (1873-1941) journalist’.

Peter Brusse is de op een na jongste van de zeven zonen uit de drie huwelijken van schrijver/journalist Rie. Vrijwel allemaal kozen ze in vaders voetspoor een creatief beroep, zoals Frankrijk-correspondent Jan, acteur Kees en beeldhouwer/graficus Mark. Hun waardering voor Rie als ouder verschilt sterk.

De biograaf/zoon Peter heeft vooral goede herinneringen, en dat leidt tot een liefdevol portret dat nooit klef wordt. Zijn boek laat het belang van Rie Brusse zien. Hij bracht ruim een eeuw geleden journalistiek en literatuur samen. “Onze grootste moderne zedenschilder”, zou hij veel later door een Kamerlid worden genoemd. “Zijn mensen leven, omdat hij zijn figuren gevoeld heeft zoals ze zijn”, schreef de dichter Willem Kloos.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

omslag Onder de mensen Beeld RV

Brusse had oog voor armoe en de zelfkant. Hij dompelde zich onder in het leven van de gewone man, desnoods incognito. Het opende vaak de ogen van gegoede burgers en de politiek. Het werk van de journalist leidde verscheidene keren tot aanpak van misstanden. Zijn grootste succes werd het tot boek omgewerkte krantfeuilleton ‘Boefje’, gebaseerd op zijn ervaringen met Piet van Kempen, een ‘armeluiskind’ dat hij onder zijn hoede had genomen.

Brede lof, van de radicaal Ferdinand Domela Nieuwenhuis tot gereformeerd voorman Abraham Kuyper, was zijn deel. Herdruk na herdruk volgde, evenals een toneelbewerking en een film. Andere ‘aandoenlijke belhamels’ als Pietje Bell en Kruimeltje waren geënt op ‘Boefje’.

Brusse junior beschrijft indringend de twijfel bij zijn vader over ‘de roman die ik nooit zal schrijven’. Was hij, alle waardering ten spijt, niet gedoemd om te verliezen? Werken tot hij erbij neerviel, zoals hij had gehoopt, was hem niet gegund. In 1935 zette NRC hem op wachtgeld. Brusse voelde zich beledigd en gekrenkt. Schrijven zonder het ritme van de krant, ‘zo maar wat kwinkeleren met de vulpen uit eigen lust en zonder dwang’ viel hem zwaar. In mei 1940 vielen ook nog eens de Duitse bommen op Rotterdam, de stad waar hij zoveel over had geschreven. Nog geen acht maanden later stierf Brusse als gevolg van een medische fout.

Het betrekkelijk dunne ‘Bibeb. Biechtmoeder van Nederland’ heeft de vorm van een journalistieke queeste. Akkermans en Menkhorst, geboren in de jaren tachtig na de hoogtijdagen van Vrij Nederland en Bibeb, proberen door interviews en papieren bronnen nader tot hun hoofdpersoon te komen. Bij leven was ze al een mysterie. Artikelen die over haarzelf gingen hadden veelzeggende koppen als ‘De gekoesterde geheimzinnigheid van Bibeb’ en ‘De Greta Garbo van de Nederlandse journalistiek’.

Het boek geeft een goed en soms verbazingwekkend beeld van de wonderlijke charme waarmee Bibeb de BN’ers inpakte. Het auteursduo sprak een groot aantal geïnterviewden (van Ruud Lubbers tot prinses Irene, van actrice Willeke van Ammelrooy tot popster Henny Vrienten, Bibebs laatste klus). Zij lieten zich destijds soms dagenlang doorzagen, keerden zichzelf binnenstebuiten en togen zelfs naar het huis van de interviewster in Scheveningen voor de gesprekken. En, opmerkelijk, vrijwel iedereen schatte de in 1914 geboren en in 2010 overleden journaliste veel jonger in dan ze in werkelijkheid was.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

omslag Bibeb. Biechtmoeder van Nederland Beeld RV

De schrijvers zijn behoorlijk aanwezig in ‘Biechtmoeder van Nederland’, mogelijk een knipoog naar Bibeb die zichzelf ook nogal eens opvoerde in interviews. In een toch al vluchtige biografische schets zitten passages over naar getuigen meegenomen bonbons en details over wie ze heeft verorberd, een beetje in de weg.

Echt doordringen tot de raadselachtige persoonlijkheid Bibeb blijkt ondertussen een lastige klus. Akkermans en Menkhorst raken traumatische geschiedenissen aan zoals een jarenlang verblijf met zoon Wouter in een Jappenkamp en haar tweede huwelijk met de wel erg frequent vreemdgaande kunstenaar en academiedirecteur George Lampe. Over de precieze doorwerking van dit soort ervaringen blijven ze vager. Of ze laten het bij open eindes. “Na het kamp heeft Wouter Bibeb niet meer echt gezien als moeder”, noteren de journalisten. Waarom? Was er in Indië al iets geknakt tussen de twee? Of deed het de zoon pijn dat zijn moeder nadien wel erg veel tijd stak in andere zaken en gemist leven leek te willen inhalen?

In een passage over het ontstaan van de relatie tussen Bibeb en haar tweede man wordt gemeld dat Lampe en zijn ex een kind hadden. Dat vertelden meerdere bronnen van Akkermans en Menkhorst. Nadat Lampe koos voor zijn nieuwe liefde zou die ex een einde hebben gemaakt aan haar leven en dat van hun kind. Niets wijst erop dat de auteurs het waarheidsgehalte van die mededelingen, de precieze toedracht en de impact vergaand hebben onderzocht. Het blijft bij een nieuwe getuige: “Van een van de latere minnaressen van George horen we dat hij door die gebeurtenis aan de grond raakte, en dat Bibeb hem er weer bovenop heeft geholpen.” De meesterinterviewster blijft op deze manier al te raadselachtig.

Peter Brusse
Onder de mensen M.J. Brusse (1873-1941)
Balans; 320 blz. € 19,99
Adinda Akkermans & Roos Menkhorst
Bibeb. Biechtmoeder van Nederland Querido
Fosfor; 140 blz. € 16,99

Lees ook: 'Voor Bibeb deed je alles'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden