Een dubieuze fatwa

Tijdens mijn jeugd ben ik zelden ongewapend de deur uitgegaan. Overal daarbuiten loerden gevaren, tot in de klaslokalen toe. Ik herinner mij hoe, na een bijzonder intensief vuurgevecht, ook toen al op school alle wapens verboden werden.

Ook bij mij thuis stonden de kamers regelmatig vol kruitdampen. Mijn ouders moeten er tureluurs van geworden zijn, maar zij lieten mij en mijn vriendjes begaan. De wapens die wij hanteerden waren klapperpistooltjes. Die zijn om pedagogische redenen intussen uit de speelgoedwinkels verwijderd.

Vandaag de dag schijnen scholen met het veel ernstiger probleem van echte wapens geconfronteerd te worden. Hoe vaak dat voorkomt weet ik niet. Wel dat het spelen met klapperpistooltjes daarvan al lang niet meer de oorzaak kan zijn. Wie nu jong is, zal niet eens meer weten wat dat zijn. Zelf ben ik, net als mijn vriendjes van toen, in weerwil van onze jeugdige gewelddadigheid een keurig en vreedzaam burger geworden. Van onze levensdagen hebben wij geen mens ooit fysiek kwaad gedaan.

Ik twijfel dus een beetje aan de pedagogische fatwa die over het klapperpistool is uitgesproken. Als ironisch gevolg daarvan lijken kinderen hun portie geweld nu vooral aan de televisie te ontlenen. Over de vraag of dát uiteindelijk tot navolging leidt, zijn de deskundigen het nog altijd niet eens. Maar ontegenzeglijk is het vecht- en schietwerk daarop inmiddels vele malen harder dan toen zelfs een sentimentele cowboy-serie als 'Rawhide' tot een ouderlijke frons kon leiden.

De menselijke fascinatie voor gewelddadigheid laat zich niet onderdrukken. De oudste literatuur ging er al over. Pas veel later kwam daar de liefde bij als concurrerend onderwerp. Gewonnen heeft het nooit. In het beste geval gingen die twee thema's samen in de hoofse roman en later de oorlogsromance. Een beetje vechten moest er altijd wel aan te pas komen; anders was de spanning eruit.

Dat kan wrang klinken, vooral op het moment waarop er opnieuw een internationale oorlog op uitbreken staat. Maar we kunnen het maar beter onderkennen, om te voorkomen dat we alsnog door onze eigen bloeddorst worden overmand. Wonderlijk was in ieder geval het onbeheerste 'te wapen' dat de afgelopen weken uit zoveel pacifistische monden te horen was.

Natuurlijk, de roep om 'ingrijpen' in Syrië kwam voort uit de beste, humanistische bedoelingen. Maar veelzeggend was wel dat daarbij elke precisering ontbrak: hoe, waar, wanneer en waartoe? 'Ingrijpen' leek een doel op zichzelf te zijn geworden. Bij het zien van zoveel verschrikking kreeg de emotie de vrije loop en die zei: 'Sla erop!'

Het is wonderlijk hoe in de conflicten van de afgelopen twee decennia juist de militairen zich veelal het meest terughoudend hebben getoond: in het voormalig Joegoslavië, in Irak en nu ten aanzien van Syrië. Oog in oog met het bloedvergieten bleven zij relatief kalm en calculeerden als geweldsspecialisten hun mogelijkheden en vooral onmogelijkheden. De burgerlijke samenleving lijkt die nuchterheid te hebben verleerd, misschien wel omdat het spelen met geweld in de opvoeding verdwenen is.

Bij wie niet meer aan den lijve geleerd heeft wat een klap betekent, hoe je aan een gevecht een einde maakt en wat daarmee wél en vooral níet te bereiken valt, slaan bij latere confrontaties waarschijnlijk sneller de stoppen door. Tegenover het geweld raakt het onwennig pacifisme gemakkelijk in paniek. Vervolgens rekent het zich diezelfde paniek toe als extra teken van deugd, want koele geweldscalculatie moet wel onmenselijk zijn. Dan is de cirkel rond en trekken wij menslievend ten oorlog.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden