Een drukte van jewelste in Heijermans’ ’De opgaande zon’

Jessie Wilms en Victor Griffioen in 'De opgaande zon' van Herman Heijermans. (FOTO BEN VAN DUIN ) Beeld Ben van Duin

’De opgaande zon’ van Herman Meijermans door Toneelgroep Maastricht. Regie: Arie de Mol. Derlon Theater te Maastricht t/m 3 april en 12/16 mei; tournee in 2010/’11; inl.: 043-3503050 of www.toneelgroepmaastricht.nl

Keiharde muziek. Een overvolle huiskamer, waar alleen klimmend over andere de eigen stoel aan tafel bereikt kan worden. Een gang met schappen vol winkel-van-Sinkel-voorraden. Personages die zo snel de teksten tegen elkaar aan laten rollen, dat ze misschien voor elkaar, maar voor het publiek amper verstaanbaar zijn.

Het is regisseur Arie de Mol wel toevertrouwd realisme uit te vergroten tot een groteske. In snelle streken wordt het portret geschetst van een familiebedrijfje, dat nauwelijks de kop boven water kan houden en waarvan de leden elkaars gewoonten en hebbelijkheden zo goed kennen, dat die met de gebruikelijke reacties tot een vast dagpatroon zijn vervormd.

Het razende tempo verraadt tevens een ras naderende catastrofe die men, zich vastklampend aan het alledaagse geklungel, tegen beter weten in probeert te bedwingen. De radeloosheid gaat koken als de baas zelf, met zijn eeuwige opgewektheid, de directe confrontatie aangaat met de directeur van ’De opgaande zon’, het moderne warenhuis dat zijn winkeltje wil opslokken.

Behalve waardevol is het vooral erg leuk hoe Toneelgroep Maastricht, nog gedrevener dan Het Toneel Speelt (’Op hoop van zegen’, ’Ghetto’), de maatschappelijke betekenis van Herman Heijermans’ werk koppelt aan de vitaliteit ervan. Net als zeven jaar geleden in het boerenspel ’Ora et labora’ (toen nog bij Els inc) blijft De Mol niet hangen in het middenstandsdrama op zichzelf, in de ongelijke strijd tussen groot en klein. Hij geeft kleur aan Heijermans’ drijfveer om te tonen hoe een mens met oprecht en onverwoestbaar optimisme zijn waardigheid kan behouden.

Als het dreigende faillissement zich via kwitantielopers of telefonades opdringt, als (geld)zorgen bijna exploderen, dan zijn er middelen – en al helemaal op toneel – om het bitter een schijn van zoet te geven. Gewoon de hoorn neerleggen en opgemonterd horen hoe de stem nog doortettert voor deze merkt dat’ie is neergelegd. Of de onzalige uitbarsting afbluffen door zelf doodleuk door de open muren te springen en een sneeuwballengevecht te beginnen.

Zo emoties omzetten in toneeltaal, én muziek met slagwerk en gitaren, is een ode aan levenslust en weerbaarheid. En toch minder prikkelend en verfrissend dan in vorige producties. De voorstelling lijdt aan overdosis. Het is zo’n drukte van jewelste, dat het lastig is de juiste, menselijke toon te treffen. Laat Gitta Fleuren als echtgenote nog wel een diepe liefde in haar zeurende kwel doorschemeren, juist een sterk acteur als Jack Vecht, doorgaans goed in de ondertoon, slaat als winkelier zo door in koppige opgeruimdheid, dat hij eerder ergernis dan mededogen oproept. Dat wordt zelfs door het domineestoontje in het relatieve happy end in deze bewerking niet goedgemaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden