Een drukke baas met zorgen

LJUBLJANA - Met het adagium, dat sport en politiek niets met elkaar te maken hebben, hoef je bij hem niet aan te komen, Janez Kocijanicic, voorzitter van het half oktober opgerichte Sloveense Olympisch Comite, neemt maar even een paar stappen terug in de geschiedenis om dat te illustreren. " In de tweede wereldoorlog werd hier het Liberale front gevormd om de fascistische bezetter te bestrijden. Dat bestond uit een aantal politieke partijen en een sportorganisatie "Sport" , zo vervolgt hij, "kan enerzijds het nationale bewustzijn versterken en anderzijds kunnen we via onze sporters en hun prestaties de wereld laten zien dat wij een nieuw, onafhankelijk land zijn." Kocijancic is deze dagen druk bezig het Internationaal Olympisch Comite (IOC) te bewegen Slovenie ook inderdaad de kans te geven zich tijdens de Winterspelen, die 8 februari in het Franse Albertville beginnen, aan de wereld te presenteren.

Het ziet er niet ongunstig uit, formuleert hij voorzichtig. "Juan Antonio Samaranch heeft ons verzekerd dat we kunnen meedoen als Slovenie door een aantal belangrijke landen is erkend." Normaal gesproken zullen in ieder geval elf van de twaalf EG-landen vanaf 15 januari formele banden aanknopen met de nieuwe staat; Duitsland heeft dat half december al gedaan. Gisteren verklaarde IOC-baas Samaranch in Madrid dat Slovenie en Kroatie binnenkort door het IOC als onafhankelijk staten worden erkend en een eigen afvaardiging naar de Zomerspelen in Barcelona kunnen sturen.

De Sloveense sporters, die zich vrijwel allemaal begin juli al terugtrokken uit de verschillende nationale, dat wil zeggen, Joegoslavische ploegen, bereiden zich inmiddels voor alsof hun toelating voor Albertville al vaststaat. De Olympische ploeg is nog niet rond, maar zal naar verwachting uit zo'n dertig mannen en vrouwen bestaan, voor het overgrote deel skiers. Want dat is waar de Slovenen vooral goed in zijn. Weliswaar was de eerste Sloveen die een Olympische medaille won een schermer - dat was in 1912 en die duelleerde nog onder Oostenrijks-Hongaarse vlag - en af en toe kwam er ook nog weleens een Sloveen aardig uit de voeten aan de turntoestellen, maar de 34 landgenoten die na hem een van de treden van het ereschavot mochten beklimmen, kwamen voor het overgrote deel uit 'winterser' sectoren.

Het is overigens niet zo, benadrukt Kocijancic, die eerder ook lid was van het Joegoslavische Olympische Comite, dat er omwille van de promotie van Slovenie nu maar een zo groot mogelijke ploeg wordt uitgezonden. "Daar hebben we niets aan en dat kost bovendien veel te veel geld en dat hebben we niet. We stellen dus strenge criteria." Voor de individuele sporten geldt dat tenminste een plaats bij de eerste vijftien tot de mogelijkheden behoort, voor de teamsporten een plaats bij de eerste zes.

Over de medaillekansen wil de SOC-voorzitter geen voorspellingen doen, maar het zou hem zwaar tegenvallen als de regerende wereldkampioen bij het skispringen, Fransi Petek, en Natasha Bokal, vice-wereldkampioene bij de slalom, geen hoge ogen zouden gooien. Dit ondanks het feit dat de resultaten in de laatste wereldbekerwedstrijd (afgelopen weekeinde in het Sloveense Kransjka Gora) wat tegenvielen.

Concurrentie van dat wat nog rest van Joegoslavie verwacht hij niet. "Ik weet dat ze wel een team sturen onder de naam Joegoslavie. Maar van de 166 skiers die sinds 1924 onder die vlag aan de Winterspelen hebben meegedaan, kwamen er 163 uit Slovenie, twee uit Kroatie en een uit Bosnie. Daar hoeven we dus niet echt bang voor te zijn" , klinkt het na een korte pauze op vermoeide toon. Kocijancic heeft de laatste maanden dan ook, buiten de sport, heel wat aan zijn hoofd gehad. Behalve SOC-voorzitter is hij ook directeur van de Sloveense luchtvaartmaatschappij Adria Airways, en dat bedrijf heeft nogal wat te verduren gehad. Eerst werd eind juni het vliegveld van Ljubljana door het Joegoslavische leger gebombardeerd.

Daarna sloot Belgrado vrijwel continu het luchtruim boven Slovenie, waardoor de resterende toestellen gedwongen werden uit te wijken naar het Oostenrijkse Klagenfurt. Veel te vliegen viel er toen overigens al niet meer. Kocijancic: "Wij vervoerden vooral westerse toeristen naar de Adriatische kust, onze naam zegt dat al. Maar ja, je kunt het mensen moeilijk kwalijk nemen dat dat op dit moment nou niet bepaald de meest geliefde vakantiebestemming is."

Sinds 24 oktober is er zelfs helemaal geen toestel meer de lucht in gegaan. Belgrado heeft namelijk de internationaal verplichte registratie van de vliegtuigen ingetrokken, waardoor Adria Airways letterlijk geen kant meer op kan. Het heeft de maatschappij inmiddels erg veel geld kost gekost (een specificatie geeft de hij niet) en zeker twintig procent van het oorspronkelijk zo'n duizend mensen grote personeelsbestand hun baan.

Ook wat dat betreft is de hoop van Kocijancic gevestigd op de internationale erkenning volgende week. "Dan kunnen we zelf die registratie gaan aanvragen en gaan onderhandelen met verschillende landen." Mocht dat lukken dan kan Adria Airways straks zelf de sporters naar Frankrijk vliegen. Zo niet, dan heeft Kocijancic alle tijd om als supporter de strijd te aanschouwen. Dan zit hij namelijk ook zonder baan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden