Een drugsdorp dat standhoudt

Na zeven jaar oorlog en ruim 80.000 doden zijn de Mexicaanse drugskartels gedecimeerd. Op één na. Het Sinaloa Kartel van 's werelds meest gezochte man Joaquín 'El Chapo' Guzmán, vormt in de bergen van Noord-Mexico nog een staat in een staat.

De weg is lang en bestaat uit slechts een smal zandspoor door diepe ravijnen slingert. Na een rit van vier uur in een terreinwagen komt eindelijk het reisdoel in zicht: La Tuna de Badiraguato. Een piepklein gehucht in de bergen van de Sierra Madre Occidental, in de Noord-Mexicaanse deelstaat Sinaloa.

Er wonen net iets meer dan tweehonderd mensen in twee dozijn simpele bakstenen huisjes, nauwelijks zichtbaar tussen de bomen, de muren geschilderd in wit, groen en blauw, met daken van aluminium golfplaten. Er is geen school, geen politiebureau of zelfs maar een kliniek. Slechts één gebouw trekt de aandacht: een rood-wit geschilderde villa in koloniale stijl. Een enorm gebouw van drie verdiepingen, met een uitkijktorentje in het midden en een fors privé-plein met uitzicht over de vallei erachter. Het is zó groot, dat er zelfs ruimte is voor een flinke muziekkapel.

Het is het huis van Doña Consuelo Loera, de moeder van de meest gezochte crimineel ter wereld: Joaquín Archivaldo Guzmán Loera, alias 'El Chapo' ('De Kleine'), leider van Mexico's grootste en machtigste criminele organisatie: het Sinaloa Kartel. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor de helft van de drugssmokkel naar de Verenigde Staten, een markt die jaarlijks goed is voor tenminste zes miljard dollar. Hij is ook een van de hoofdverantwoordelijken voor de golf van bruut drugsgeweld die Mexico al zeven jaar in zijn greep houdt, en waarbij inmiddels ruim 80.000 doden zijn gevallen. Sinds 2009 staat hij op de lijst van machtigste mensen ter wereld van het Amerikaanse zakenblad Forbes, en de Amerikaanse regering heeft vijf miljoen dollar over voor de gouden tip die tot zijn arrestatie leidt.

Machtsbasis en toevluchtsoord
La Tuna is zijn geboortedorp, zijn machtsbasis en, zo fluisteren de bewoners van de regio, ook regelmatig zijn toevluchtsoord. Het ligt in de gemeente Badiraguato, een gebied ruwweg zo groot als Noord- en Zuid-Holland samen, waar slechts 30.000 mensen wonen. Naar schatting 95 procent werkt in de drugshandel. Badiraguato ligt in 'De Gouden Driehoek', een enorm gebied in de deelstaten Sinaloa, Durango en Chihuahua, dat is bezaaid met cannabis- en opiumplantages. Een slordige tien procent van de heroïne in de wereld wordt hier geproduceerd, net als zo'n 80 procent van de Mexicaanse marihuana. Vanuit de lucht zijn de duizenden hectares aan opiumplantages zichtbaar als vaalwitte stukjes sneeuw op de bergtoppen.

Buitenlanders komen hier niet, en zeker geen buitenlandse journalisten; nog nooit is een verslaggever zo ver de bergen in gereisd. Niet dat het nooit eerder geprobeerd is; vele tientallen journalisten zijn de afgelopen jaren afgereisd naar Badiraguato, de gelijknamige zetel van het gemeentebestuur op zo'n 70 kilometer ten zuidoosten van La Tuna, vergeefs op zoek naar een spoor van Chapo. Alleen reizen is geen optie; gewapende manschappen van Chapo zijn overal en houden niet van pottenkijkers. En hoewel het makkelijk is om iemand in Badiraguato te vinden die je belooft naar La Tuna te brengen, wordt die belofte even makkelijk gebroken.

Felipe Ortíz en Victor García zijn echter mannen van hun woord. Ze werken voor de gemeente en brengen elke twee maanden hulpgoederen van de federale regering naar de dorpjes in de bergen. "Chapo heerst in de bergen rond La Tuna", zegt Felipe. "Het kartel bepaalt wie er wel en niet de bergen in mag. Het wemelt hier van de informanten, niemand kan naar La Tuna zonder dat men daar lang van tevoren al vanaf weet."

Lang voor we Chapo's dorp bereiken, heeft Felipe al een paar keer de regels opgedreund. Geen foto's nemen van de gatilleros, de gewapende voetsoldaten van het kartel. Niet zonder begeleiding in het dorp rondwandelen. En onder geen beding mag er hardop over de drugsbaron worden gesproken.

In La Tuna blijkt waarom. De zoete geur van droge cannabis dringt de cabine van de auto binnen. Verschillende keren scheert een eenmotorig vliegtuigje over de bergen, zo laag mogelijk, onzichtbaar voor radar. Bij het binnenrijden van het dorp, op enkele meters van de villa van Chapo's moeder, staan drie gatilleros. Met een AK-47 machinegeweer op de rug houden ze de toegangswegen scherp in de gaten. Aan hun riem hangt een radio, waarmee ze iedere beweging in de omgeving rapporteren aan hun patrón, hun superieur. Als we langs ze rijden begroeten ze ons met een scherpe blik en een licht knikje.

"Ze weten dat we hier zijn om hulpgoederen te brengen", zegt Felipe. "Zolang we geen gekke dingen doen, zijn we welkom."

Felipe en Victor zijn beiden geboren en getogen in de bergen. Ze kennen het gebied als hun broekzak en voelen geen angst voor Chapo en zijn kartel. "Iedereen kent iedereen hier", zegt Victor. "We zijn opgegroeid met de drugsbaronnen van het gebied, de meeste mensen hier kennen ze persoonlijk."

Chapo is niet de enige grote kartelleider uit het gebied. Zijn twee belangrijkste handlangers, Ismael Zambada en Juan José Esparragoza, zijn hier eveneens opgegroeid, net als Chapo's leermeesters Ernesto Fonseca en Rafael Caro Quintero, die in de jaren tachtig de Mexicaanse drugshandel beheersten. Ook veel rivalen van het Sinaloa Kartel zijn kinderen van de sierra; op nog geen vijfhonderd meter van La Tuna werden de broers Beltrán Leyva geboren, die ooit bondgenoten waren van Chapo, maar nu aartsvijanden van hem zijn. De familie Carrillo Fuentes, ooit legendarische leiders van het Juárez Kartel, komt uit Badiraguato. En ook de zeven Arellano-Félix broers, die het van de film 'Traffic' bekende Tijuana Kartel leidden, komen uit het gebied.

Geweld en wetteloosheid
Het is geen toeval dat zoveel van de meest gezochte criminelen ter wereld in de bergen van Sinaloa zijn opgegroeid. Het is een straatarme regio, vergeten door de Mexicaanse regering. Formeel werk is er niet of nauwelijks; de drugshandel is voor de mensen in La Tuna de enig mogelijke vorm van inkomen. Sociale voorzieningen zijn er vrijwel niet, handhaving van de wet evenmin; het politiekorps van Badiraguato telt dertig agenten, en die reizen vrijwel nooit de bergen in. Alcoholisme, huiselijk en seksueel geweld en wetteloosheid hebben het karakter van de regio altijd bepaald.

Die armoede wordt geïllustreerd op het dorpsplein van La Tuna, waar Felipe en Victor vandaag alleenstaande moeders met een laag inkomen inschrijven voor een federale levensverzekering. Ze worden omringd door tientallen vrouwen. Het zijn bijna allemaal weduwen, zegt Felipe; hun partners zijn omgekomen in het drugsgeweld.

Bewoners van La Tuna hebben het liever niet over Chapo. Sommigen, zoals Alfredo Moreno Ortiz, ontkennen zelfs dat hij bestaat. "Deze regio heeft een slechte reputatie", zegt hij. "Maar die is niet terecht. Er is hier al vijftig jaar geen drugsbaron meer geweest. Dit is een arme gemeenschap, een van boeren en veehouders."

Moreno is de sindical van La Tuna, de lokale vertegenwoordiger van Badiraguato's gemeentebestuur. Zijn werk bestaat voornamelijk uit het in ontvangst nemen van hulpgoederen die mensen als Felipe en Victor komen brengen. Echte autoriteit heeft hij niet.

Chapo is de facto alleenheerser in La Tuna en omgeving. Die autoriteit dwingt hij af met een combinatie van angst en respect. Angst, omdat hij tegen rivalen meedogenloos optreedt; wie het kartel verraadt, moet het met de dood bekopen. Meer nog dan dat is hij echter geliefd; hij is hier geboren en opgegroeid, in dezelfde armoedige omstandigheden, en een groot deel van zijn familie woont er nog.

Bovendien heeft hij zelf voor veel sociale voorzieningen gezorgd die de regering heeft nagelaten naar de regio te brengen, verzekert de 76-jarige José Eliseo Álvarez. "Dankzij Chapo is er hier elektriciteit en stromend water, en het kartel zorgt voor werk. Als iemand medische hulp nodig heeft, geven de mensen van het kartel ons geld. Chapo heeft voetbalveldjes aangelegd en de kerk gebouwd."

Het enige kerkje van La Tuna staat ongeveer honderd meter verderop en is aan de villa van Chapo's moeder vastgebouwd. Het is een Evangelisch-Christelijk kerkje, dat wordt geleid door Doña Consuela zelf. Ergens daar beneden loopt ze rond, maar in de buurt van het kerkje of haar huis komen is onmogelijk. De boze blikken van de gatilleros blokkeren iedere poging om Chapo's moeder te benaderen.

Chapo ontsnapte in 2001 uit een zwaarbewaakte gevangenis in Guadalajara. Sinsdien is hij op de vlucht, maar heeft hij zijn machtspositie desondanks verstevigd door een combinatie van een kille, zakelijke benadering van de drugshandel en grof geweld tegen rivaliserende bendes. Mettertijd heeft heeft zijn reputatie mythische proporties gekregen; er zijn honderden narcocorridos (drugsliedjes in de traditionele muziekstijl van Noord-Mexico) over hem geschreven en om de haverklap beweren mensen hem te hebben gezien, van Mexico via Guatemala tot Argentinië. Iedere dag dat hij in vrijheid is, wordt gezien als vernedering voor de Mexicaanse en Amerikaanse autoriteiten.

In Badiraguato heeft het Mexicaanse leger een basis, van waaruit permanent op Chapo wordt gejaagd. Zonder succes. Terwijl bewoners van La Tuna zeggen dat de drugsbaron hen regelmatig bezoekt. "Hij was hier een week of twee geleden nog", glimlacht José Eliseo Álvarez. "Hij komt minimaal één keer per maand." Toch zal hij waarschijnlijk nooit worden gepakt, zegt Álvarez stellig. "Hij doet voor ons wat de regering weigert te doen. De autoriteiten laten ons in de steek, omdat ze denken dat we hier allemaal rijk zijn van de drugshandel. Dat is onzin, we zijn arme mensen. We hebben banen nodig, economische groei. Zolang de drugshandel de enige uitweg uit de armoede is, is Chapo hier onaantastbaar."

Alleen Sinaloa Kartel doorstaat drugsoorlog
De inzet van duizenden militairen tegen drugsbendes in 2006 door ex-president Felipe Calderón wordt algemeen gezien als het begin van de Mexicaanse drugsoorlog. Dat jaar waren er nog zeven grote drugskartels: Sinaloa, Juárez, Tijuana, Golf, Zetas, Familia Michoacana en Beltrán Leyva. Op Sinaloa na zijn echter alle grote kartels inmiddels ernstig verzwakt. In 2009 publiceerde het Mexicaanse Openbaar Ministerie een lijst van de 35 meest gezochte kartelleiders; tweederde van hen is inmiddels omgekomen of opgepakt. Alleen het leiderschap van het Sinaloa Kartel is nog intact. Volgens de Britse journalist Malcolm Beith, die een boek over Chapo schreef, heeft dat vooral te maken met de zakelijke manier waarop het kartel opereert; als een multinational waarbij winst belangrijker dan geweld is. Sommige experts stellen inmiddels zelfs dat het Sinaloa Kartel de drugsoorlog daarom 'gewonnen heeft'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden