Een drome wordt werkelijkheid

De historische vliegtuigen, die op Schiphol in een hoekje waren weggestopt, krijgen de ruimte in de polder bij Lelystad. Daar opent het nieuwe luchtvaart-themapark Aviodrome op 26 november zijn deuren. In het oog springt het compleet nagebouwde stationsgebouw dat in 1928 op Schiphol werd neergezet voor de Olympische Spelen. En er kan gevlogen worden, want de startbaan ligt er pal naast.

De Beech-18 ziet er niet uit. Het oude vliegtuig lijkt rijp voor de sloop. Motoren en propellers ontbreken. De kenmerkende drievoudige kiel is nergens te bekennen. De vieze bruine en blauwige laklaag is gehavend. En er zitten rare handvatten op de romp geschroefd, alsof het vliegtuig geëindigd is als klimtoestel op een kinderspeelplaats.

In werkelijkheid is de Beech een filmster op leeftijd. Met de film 'Octopussy' werd het vliegtuig wereldberoemd. In een spektaculaire vechtpartij binnen en bovenop het toestel neemt James Bond de schurk te grazen. De boef ontkomt met de enige parachute aan boord, maar Bond springt hem achterna. Dat James Bond triomfeert is natuurlijk geen verrassing. Maar dat de Beech nu een nieuw leven als museumstuk tegemoet gaat, dat mag wel een wonder heten.

Leo Julien, gepensioneerd vliegtuigtechnicus, sleutelt vol vertrouwen aan de Beech. Het toestel is anderhalve week geleden in stukken uit Engeland gekomen. Volgende maand moet het in glanzende kleuren van de Amerikaanse luchtmacht te pronk staan in het nieuwe luchtvaart-themapark op vliegveld Lelystad.

Vliegen zal de Beech niet meer. ,,Daarvoor is ie te ver heen'', oordeelt Julien. ,,Maar hij zal er wel mooi uitzien. Tenminste, als we nog ergens een motor kunnen vinden, want we hebben er een te weinig.''

Julien is een van de 120 vrijwilligers die helpen van het vorig jaar gesloten luchtvaartmuseum op Schiphol een themapark bij Lelystad te maken. Het is een race tegen de klok om het park open te krijgen. ,,Het moet snel'', zegt Peter van de Noort, de bedenker van het themapark. ,,We hebben de inkomsten van één seizoen al moeten missen. Dat kan eigenlijk niet voor een museum zonder subsidie.''

Op Schiphol kwijnde het museum na dertig jaar weg. Het opvallende koepeltje (dome), waarin Aviodome huisde, was nauwelijks meer te onderscheiden in het almaar uitdijende woud van betonkolossen op de luchthaven. Voor de groeiende collectie was ook geen plaats meer. Er stonden 25 vliegtuigen op elkaar gepropt, terwijl het museum al 75 toestellen bijeen had gescharreld.

In Lelystad vond het museum de ruimte naast de startbaan. ,,Dat is voor ons heel belangrijk'', zegt Van de Noort. ,,Want we willen ook historische toestellen laten vliegen. Vanaf het oude museum moesten bezoekers zeven kilometer verderop instappen voor een rondvlucht. Nu krijgen we ons eigen platform naast de baan.''

De naam werd subtiel veranderd. De dome werd een drome, van het Franse aérodrome, maar ook van de droom. Het waren dromen die de mensen aanzetten tot een sprong in de lucht, de vogels achterna. Duizend jaar geleden al bonden avontuurlijke mensen vleugelachtige frutsels aan hun armen om heftig flappend van torens af te springen. Dat liep zelden goed af. Als de vogelmannen het er levend vanaf brachten, dan stond hun nog eeuwige spotternij te wachten. Mensen die wilden vliegen waren dorpsgekken. Het geheim van vogels en insecten bleef eeuwenlang goed bewaard. Pas in de 19de eeuw, toen de fotografie de bewegingen van vogels kon vastleggen, groeide het besef dat flapperen alleen niet genoeg is. Er was ook snelheid nodig om op de lucht te kunnen drijven, een stuwvermogen dat krachtig is en toch licht van gewicht en een besturingsmechanisme. Vooral dat laatste bleek lang een onoverkomelijk probleem. De combinatie van dat alles dreef vele knappe koppen tot wanhoop en soms tot dodelijke valpartijen.

Merkwaardig genoeg waren het twee fietsenmakers die het probleem kraakten. Niet met theoretische luchtfietserij, maar door jarenlang nauwgezet prutsen met hout, linnen, schroeven en moeren. Eerst met zweefvliegtuigen, vervolgens met bouwsels die waren voorzien van een motortje en een propeller.

Niemand had het in de gaten toen de Amerikaanse broers Wilbur en Orville Wright honderd jaar geleden in een afgelegen duingebied geschiedenis maakten. Op 17 december 1903, de zoveelste dag van eindeloos proberen en leren, maakten ze de eerste, gemotoriseerde vlucht die min of meer bestuurbaar was gebleken. Orville schreef in zijn dagboek: ,,Tijd ongeveer 12 seconden (niet precies bekend doordat de klok niet meteen werd gestopt).''

Verscheidene onderdelen waren kapot gegaan, schreef Orville. ,,Na reparatie, om 20 minuten na 11 uur, deed Will de tweede proef. Het verloop was ongeveer zoals dat van mij, omhoog en omlaag maar iets langer. Afstand niet gemeten maar ongeveer 175 voet.'' Van enige opwinding is geen sprake in het dagboek. Noest zetten de fietsenmakers hun arbeid voort. Aan het eind van de dag vlogen ze 852 voet (bijna 260 meter) in 59 seconden.

Van hun houtje-touwtjevliegtuigen staat er ook een in het nieuwe themapark in Lelystad. Een Wright Flyer uit 1909, het jaar dat het toestel in Nederland vloog.

Aviodrome toont de rest van de geschiedenis. Niet alleen met vliegtuigen, ook met tijdsbeelden, geluid en beweging. Zo kun je een vlucht naar het vroegere Nederlands-Indië meemaken. De typisch Indische geur van kruidnagels omgeeft het vliegtuig.

De dagenlange vlucht is samengeperst tot vier minuten. In een bewegende cabine kijk je naar originele zwartwit filmbeelden die de KLM-gezagvoerder in 1933 vanuit de cockpit maakte van de piramides in Egypte, de Taj Mahal in India en de Borobudur op Java. ,,We hadden een halfuur film in het archief liggen'', zegt Van de Noort. ,,We hadden er eigenlijk nooit iets mee gedaan. Nu komen de beelden goed tot hun recht.''

Aviodrome wil geen pretpark zijn, zoals het even verderop gelegen Six Flags. Van de Noort: ,,We vertellen ook het verhaal van de oorlogen, waarin vliegtuigen een steeds belangrijkere rol kregen. In de Eerste Wereldoorlog staan de vliegtuigen tussen de loopgraven en de granaatinslagen. De Tweede Wereldoorlog presenteren we in een bijna gewijde sfeer. Je kunt hier een leuk dagje uit hebben, maar de vernietigende kanten van de luchtvaart laten we wel zien en horen.''

Toch hebben de oorlogen de luchtvaart steeds reuzenstappen vooruit gebracht. ,,In de Tweede Wereldoorlog zijn honderden gevechtsvliegtuigen de oceaan overgestoken van Amerika naar Europa. Zo werd een grote ervaring opgebouwd die de burgerluchtvaart ten goede kwam. Anderhalve maand na de oorlog staken de eerste passagiersvliegtuigen de oceaan over.''

Alledaagse dingen, zoals balpennen, danken hun ontstaan aan de luchtvaart. ,,De piloten zaten altijd onder de inktvlekken doordat de vulpen in hun borstzakje ging lekken als ze op vlieghoogte in lagere luchtdruk kwamen. Een klein balletje in de pen moest de lekkende inkt tegenhouden.''

Een van de topstukken van het themapark is geen vliegtuig, maar een gebouw: het stationsgebouw dat in 1928 op Schiphol werd neergezet voor de Olympische Spelen. Het is helemaal nagebouwd, met bakstenen die gemaakt zijn in de laatste houtgestookte oven in Nederland. De stenen die bovenin de oven lagen zijn rood, de onderste zijn zwart. De stenen zijn ongelijk, dus de metselaars die dat niet meer gewend zijn, hebben heel wat moeten afbreken voordat ze het oude vak in de vingers hadden.

Met de ramen, die verdeeld zijn in vele kleine ruitjes die typische zijn voor de Amsterdamse School-stijl, stuitte Aviodrome op een bureaucratisch probleem. Er mag in Nederland alleen nog maar met dubbelglas worden gebouwd. Met die kleine ruitjes lukte dat niet. Dus zijn de houten latjes op het voorgeschreven dubbelglas geplakt.

In het oude stationsgebouw komen de stichtingen en verenigingen die werken aan de restauratie van historische vliegtuigen. ,,Zo hebben we alles bij elkaar en kunnen we profiteren van elkaars kennis en ervaring'', hoopt Van de Noort.

Ondanks de zenuwen en de haast van de laatste weken voor de opening, straalt Van de Noort tevredenheid uit. ,,Ik kan het zelf bijna niet geloven dat hier een jaar geleden nog helemaal niets stond. We hebben ook nog eens 45 dagen vorstverlet gehad omdat de grond te hard was om erin te werken.''

Alles is betaald met vrijwillige bijdragen van bedrijven en particulieren. ,,Sinds we onze subsidie verloren in 1987 hebben we moeten pionieren om geld los te krijgen. We hebben grote publieksacties gehouden om voor Nederland belangrijke vliegtuigen te kunnen kopen: de Uiver en de Constellation bijvoorbeeld. Bij het faillissement van Fokker moesten we binnen tien dagen 2,5 miljoen gulden zien te krijgen om historisch materiaal te redden en dat is ons gelukt. We steunen ook op een vriendenkring van 2000 mensen. Ik ken geen museum dat zoveel steun uit de maatschappij krijgt. Wij hebben veel vroeger moeten doen wat andere musea nu pas beginnen te doen. Ik geef het niet graag toe, maar misschien zijn we wel zo enorm gegroeid dankzij het ontbreken van subsidie.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden