Een douchedeur en een fundament

Onder de glazen deur van de douche moest een nieuwe strip. Zo'n afdichtstrip van siliconenrubber. We lagen beiden op onze knieën, mijn vrouw en ik, hoogopgeleid, academische graden, en duwden en trokken en knepen, maar de vermaledijde strip werkte niet mee. Hij liet zich niet om het glas schuiven, ook niet toen we er slotspray inspoten, in de hoop het rubber glad en soepel te maken. Verkeerde maat, besloten we.

En lieten het erbij.

Tot Azra kwam.

Azra is de werkster. Ze is een moslima uit Bosnië, maar daar zie je niks van. Ze ontdekte de strip in de badkamer. En stroopte haar mouwen op. Ik zei nog: Laat maar, hij past niet, maar zij lag al op haar knieën.

Ik houd ervan iets meteen aan te pakken, zei ze met een overtuiging die geen tegenspraak duldde. Klussen, zei ze terwijl ze het 'roeber' met stevige grepen onder de deur wrikte, deed ze als kind al graag. Haar vader was nooit thuis, die werkte als machinist, in Slovenië.

Thuis deed zij alle reparaties.

Ik sloeg haar handelingen gade; het schuiven mislukte, net als bij ons, maar het klikken ging beter. Ik dacht aan haar afwezige vader, aan Bosnië, aan de foto's die ze had laten zien van de resten van haar verwoeste huis in Doboj.

Het huis dat ze met haar man had gebouwd. Op de fundamenten na was alles verdwenen. Met vrijwel niets waren ze het oorlogsgeweld in 1992 ontvlucht. En nu lag ze, midden veertig inmiddels, op onze badkamervloer. En bevestigde een afdichtstrip onder onze douchedeur.

We dronken koffie. Ze vertelde over haar jeugd in Doboj, dat nu, sinds de jaren negentig, in de Republik Srpska ligt, de Servische Republiek. Ze vertelde over haar meisjesschool, de tijd onder Tito, haar vriendinnen, Servisch-orthodox, joods, katholiek, alles door elkaar.

Ik klikte een foto aan van Doboj. Een dichtbebouwd stadje in een heuvellandschap. Ha, zei ze en wees: Kijk, hier de moskee, direct naast de kerk. In 2001 was ze er voor het eerst weer teruggekeerd, met knikkende knieën, en ze was met haar man langs de meubelfabriek gereden waar ze had gewerkt. Ze zag door haar autoraam hoe haar Servische oud-collega's zich van haar afwendden toen ze haar herkenden.

Ook het huis van haar ouders was volledig verwoest, maar die hadden het na de oorlog, met de hulp van Europees geld, weer kunnen opbouwen.

Maar hoe treurig zag alles er nog uit.

Sarajevo, zei ze, ja, dat oogde modern, daar hadden ze zaken van McDonald's, en Didi, en Steps. En Mostar, ja dat was aardig opgeknapt, maar elders in het land zag je nog puin en ruïnes, met de kogelgaten en granaatinslagen in de muren.

Een terugkeer overwoog ze niet. Er was voor haar en haar man, die in Nederland arbeid heeft in de aluminiumverwerking geen werk. En de Serviërs, die vertrouwde ze niet. "Ik moet eerst weten wat ze in de oorlog hebben gedaan."

Ze stond op. Vroeg een tang. Ze wilde onze douchekop vervangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden