Een doorgeslagen Bernstein

Giel Vleggaar schrijft zowel populaire als klassieke muziek. Sommigen noemen zijn werk toegankelijk, hij noemt het beheerst.

’Ik wilde liederen maken die ook overeind zouden blijven met een gitaar bij het kampvuur”, zegt componist Giel Vleggaar (1974) over zijn nieuwe liederencyclus ’Wanted: Ferne Geliebte’, die morgen door het Asko Ensemble in première wordt gebracht. Als je met Vleggaar praat, gaat het al snel over popmuziek in plaats van klassieke voorbeelden: over Prince, over de disco uit de jaren tachtig en over songs. Vleggaar: „De kunst van het songschrijven is onderschat bij componisten. Een Beatles-nummer zit beter in elkaar dan je op het eerste oor denkt.”

Vleggaar omschrijft zijn muziek zelf als ’een soort doorgeslagen Leonard Bernstein’, waarbij hij expliciet verwijst naar de componist van de ’Symphonic Dances from The West Side Story’. Die vergelijking is zo gek nog niet: ook Vleggaar bedient zich van populaire en klassieke technieken, klinkt vaak lyrisch en heeft een aanstekelijke, soms obstinate ritmische drive. En Vleggaar schrijft net zo makkelijk voor percussieduo en ensemble met elektrisch gitaar als voor blaas- of symfonieorkest. „Het klinkt lekker, maar heeft ook zijn lelijke kanten”, zegt hij als het woord ’toegankelijk’ valt. „Ik denk dat ik vooral beheerste muziek maak. Ik voel me vaak een strateeg, niet in de zin van berekenend maar van gecontroleerd. Ik bedien me van een lyriek waarin ik de teugels nooit helemaal loslaat. Dat zou ik te gemakkelijk vinden. Ik wil die controle laten horen. Dat vind ik interessant.”

Componeren is voor Vleggaar bovendien het exposeren van emotionele associaties. Opvallend zijn in dat verband titels als ’Dead as Disco’, ’Brave Cactus Hits The Road’ en ’Fast Lane Woodpecker’. Vaak cartooneske namen met een sterke – zij het veelal verborgen – autobiografische connotatie. Is Vleggaars muziek verhalend? „Ja, ik denk het wel. Het zijn eigenlijk allemaal dagboekjes, waarin ik de luisteraar de ruimte geef om zijn eigen associaties te maken. Muziek moet universeel blijven en niet een soort eenduidige persoonlijke bekentenis vervallen: dan wordt het masturbatie.”

Misschien was dat ook de reden dat Vleggaar zijn eigen gedichten, die aan de basis lagen van ’Wanted: Ferne Geliebte’ ter bewerking aan singer-songwriter Lotte van Dijck gaf: „Mijn eigen gedichten waren aan de persoonlijke kant. Lotte heeft ze omgewerkt. Ze heeft van mijn uitgangspunten echt haar eigen teksten gemaakt. De cyclus is een tragisch verhaal geworden, over iemand naar wie je verlangt maar die je niet kunt krijgen. Je kunt haar gedichten van twee kanten bekijken: van de kant van degene die naar de verre geliefde verlangt, of van de kant van de onbereikbare geliefde zelf. In mijn muziek roep ik dat ambigue ook op. Ik wilde die emoties muzikaal onderzoeken en tonen, vanuit een popmuzikale context.”

De popmuziek waar Vleggaar op duidt komt ook tot uiting in de drie sopranen voor wie hij ’Wanted: Ferne Geliebte’ schreef. Het idee van de girl group (denk aan de Spice Girls, de Ronettes of de Andrew Sisters) zweefde hem daarbij voor ogen. „Zo’n girl group is een gegeven geworden dat iedereen herkent. De drie zangeressen zijn jonge mooie vrouwen die heel goed kunnen zingen. Caroline Cartens opereert op het breukvlak tussen klassiek en jazz. Zij mengt wonderwel met Esmee Bor Stotijn en Yvonne Smeets, allebei jazz-zangeressen. En dan bedoel ik niet ’djèèzzzzz’, maar zangeressen die soul kunnen zingen. Dat is wat ik wil horen: een zwart geluid, dat zijn wortels in de gospel heeft, met een soort weltschmerz in zich. Soul boort voor mij interessantere lagen aan dan het vlakke renaissancegeluid van Louis Andriessen, of het verstikte klassieke geluid. Ik wil het uitbundige, het populaire, maar dan in een klassieke context.”

Vleggaar wil dat de onbeantwoorde gevoelens in zijn liederen in your face bij zijn publiek aankomen, vandaar de popelementen: „Daarmee kan ik sneller met je communiceren dan als ik een omweg zou nemen. Het zal misschien oppervlakkig overkomen, maar dat is niet. Je kunt het in meerdere lagen beluisteren en van verschillende kanten bekijken. Alleen al het feit dat het Asko Ensemble is geen popband is, maar een orkest. Ik kan bijvoorbeeld geen duidelijke beat neerzetten of een drummer gebruiken die boem-tsjakka-boem doet. Dat is te makkelijk. De liederen zijn meer vanuit een flow gedacht, niet vanuit een vaste ritmische structuur van acht maten, zoals in popliedjes. Wat mij interesseert zijn de mogelijkheden die je hebt om die pop in een klassieke context uit te werken.”

Toegankelijkheid en welluidendheid zijn cruciale begrippen voor Vleggaar. Die aspecten bewondert hij bijvoorbeeld in de recente werken van Klas Torstensson („in technisch opzicht mijn held”). Maar ook in de muziek van Prince, die eenzelfde mate van eclecticisme bezigt. In zijn gesprekken met artistiek leider Willem Hering en dirigent Bas Wiegers over de samenstelling van het programma koos hij voor ’Urban Songs’ van Torstensson: een liederencyclus die popinvloeden zoals rap en koperblazers-licks op een meer avant-gardistische manier verenigt met het klassieke idioom.

„Ik zocht met Bas Wiegers nog naar een leeftijdsgenoot die we allebei erg goed vonden. We kwamen al snel uit bij Sander Germanus. Die zit een beetje in dezelfde hoek als ik. Germanus is ook bepaald geen modernist.”

Bladerend door de partituur vertelt Vleggaar over de onderwerpen van zijn liederen voor of over de verre geliefde. Over het bevriend zijn met iemand maar verlangen naar meer, over het obsessieve verlangen naar de Onbereikbare, over het verliezen van je geliefde. ’Je bent wel erg makkelijk kwijt te raken, ga ik jou toestaan om mij weg te laten gaan?’, is bijvoorbeeld de strekking van het vierde lied, ’Easy to lose’.

In het laatste lied loopt de gekwelde verliefde de zee in: het einde van de liefde is het einde van haar bestaan. Die catharsis, zegt Giel Vleggaar, komt aan het eind van al zijn werken aan de orde.

„Het is een soort onderzoek naar de vraag of er een gevoel van vrede over zou blijven als alles echt een dieptepunt heeft bereikt. Denk aan een film als ’Fight Club’. De twee hoofdpersonen vinden elkaar daar ook pas als de hele wereld opgeblazen wordt. Misschien is dat ook wat er gebeurt in ’Wanted: Ferne Geliebte’, die vernietiging. En daarna loopt iedereen de zaal uit.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden