Een dooretterende wond

'Het onderzoek naar de gezondheidsgevolgen van de Bijlmerramp is een doekje voor het bloeden. De autoriteiten hopen dat ze hiermee de boel kunnen sussen, zodat over een paar jaar de storm geluwd is. Maar het onderzoek heeft geen enkel nut, daarvan ben ik ten diepste overtuigd. En de slachtoffers krijgen hiermee niet de rust die ze nodig hebben.''

Dr. J. Coebergh, epidemioloog en hoofd onderzoek van het Integraal Kankercentrum Zuid (IKZ), heeft zich lang buiten het debat over nut en noodzaak van het Bijlmeronderzoek gehouden. Maar vorig jaar november mengde hij zich toch in de discussie, in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, en dat deed hij twee weken geleden weer. Het gezondheidsonderzoek dat nu loopt is een heilloze weg, is zijn overtuiging. Een waslijst aan bezwaren heeft hij, als wetenschapper en als privé-persoon.

,,Dit soort onderzoeken'', zegt de wetenschapper, ,,kunnen maar zeer zelden opheldering verschaffen. De duidelijke gezondheidsschade door asbest is een van de weinige uitzonderingen op die regel. Maar verder, in grote onderzoekingen naar kanker bijvoorbeeld, wordt bijna nooit een oorzakelijk verband gevonden met milieu- of omgevingsfactoren. Mensen die zich ziek voelen w¡llen dat wel graag, en willen ook iemand aansprakelijk stellen. Maar er zal geen relatie aan het licht komen tussen de vliegramp en de gezondheidsklachten.''

Een simpel bericht in Trouw, begin januari dit jaar. Het medisch onderzoek onder Bijlmerbetrokkenen is daadwerkelijk gestart. Meer dan zeven jaar nadat het vrachtvliegtuig van El Al neerstortte in Amsterdam-Zuidoost; bijna een jaar nadat het besluit voor dit onderzoek viel. Een jaar waarin vooral veel is gesoebat over 'protocollen' en 'controlegroepen'. Maar er moest een politieke heldendaad worden gesteld en aldus geschiedde: 4900 Bijlmerbetrokkenen zullen zich dit jaar binnenstebuiten laten keren en nog eens 6000 anderen doen hetzelfde als 'controlegroep'.

Uit dit alles moet blijken of omwonenden en hulpverleners bij de Bijlmerramp gezondheidsschade hebben opgelopen, en liefst ook of die klachten zijn veroorzaakt door giftige stoffen uit het vliegtuig. Een slordige 27 miljoen gulden heeft de overheid hiervoor uitgetrokken. Maar wie had gehoopt dat nu de rust zou weerkeren, komt bedrogen uit.

'Grote stappen, gauw thuis', zo kritiseerde de Nederlandse Politiebond (NPB) het lopende onderzoek recentelijk. Het uiteindelijke protocol zou niet voorzien in de 'nieuwste technieken voor het opsporen van een mycoplasma-infectie'. Om nog maar te zwijgen over de 'halfslachtige' zoektocht naar uranium. De NPB nam deze conclusie over van Louis en Mien Bertholet, oprichters van de Onderzoeksgroep Vliegramp Bijlmermeer.

,,Dit dure, omvangrijke onderzoek is ook weer niet goed genoeg'', verzucht Coebergh. ,,Er zullen altijd mensen blijven opstaan met weer nieuwe hypothesen, zorgen en eisen.'' Zijn collega-artsen niet uitgezonderd. In de week waarin de NPB haar kritiek naar buiten brengt, verschijnt in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een brief van neuroloog T. Hoogenraad. Hij speculeert over nieuwe, biologische verklaringen voor de gezondheidsklachten. Waarbij hij zich beroept op onderzoek onder uraniummijnwerkers in het voormalige Oost-Duitsland, die een hogere kans op de auto-immuunziekte SLE zouden hebben.

,,Ik heb de wetenschappelijke literatuur waarop Hoogenraad zich baseert, erop nagelezen'', zegt Coebergh. ,,Het gaat om zwakke verbanden, waarbij absoluut niet vaststaat dat uranium de boosdoener is. Bovendien ging dit om mensen die jarenlang in de mijnen werkten.'' En los daarvan: het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam vond vijf SLE-patiënten onder de Bijlmerbetrokkenen. Of dat nu wel of niet aan de hoge kant is, dit aantal is voor de epidemioloog veel te gering om zeven jaar na dato een link met een bepaald stofje te kunnen leggen.

Jammer voor de onderzoekers, vindt Coebergh, maar vooral voor de slachtoffers. ,,Alle energie die zij eigenlijk nodig hebben voor hun herstel, stoppen ze nu in deze zoektocht. Straks zijn ze jaren verder en niets opgeschoten.''

Hij voelt, zegt hij bewogen, niet alleen een wetenschappelijke maar ook een persoonlijke betrokkenheid bij het Bijlmeronderzoek. ,,Het is mij niet onbekend hoe het is om door een ramp getroffen te worden. Vlak voor de Bijlmerramp is mijn dochter in het verkeer verongelukt. De dader is doorgereden. Ik kan de ontreddering van de buurtbewoners en hulpverleners goed navoelen. Je gaat door het lint, je wilt alles weten, en het is enorm belangrijk dat je helderheid krijgt over de precieze toedracht van het ongeluk en over verdere procedures. Dat is bijna een voorwaarde om verder te kunnen. Welnu: over de Bijlmerramp is zo lang onduidelijk en geheimzinnig gedaan - in 1998 was nog de lading niet bekend! Juist daardoor zijn al die mensen gaan denken: het zal wel niet pluis zijn. Het is een onbeheersbare zaak geworden.''

Direct na de Bijlmerramp, weet Coebergh, voorspelde een psycholoog de rampzalige gevolgen die dit zou hebben voor de betrokkenen. ,,Daarover bestaat een karrevracht aan psychologische literatuur. Waarom zoeken we het dan toch weer met z'n allen in de biologie, in de lichamelijke gevolgen van zo'n ramp?''

Dat vragen de VU-hoogleraren J. van der Meer en A. Donker zich ook af. In hetzelfde Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, waarin Hoogenraad zijn nieuwe theorieën oppert, leggen beide professoren uit waarom zij zich distantiëren van het medische onderzoek - een onderzoek waaraan hun eigen ziekenhuis zijn naam heeft verbonden, naast het hoofdstedelijke Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG). De kans op het vinden van een oorzakelijk verband tussen ramp en klachten achten Van der Meer en Donker praktisch nul, de kans dat de kwalen van de slachtoffers verergeren des te groter.

Hoogleraar Donker blijkt niet bereid tot nadere toelichting; 'hij heeft zijn buik ervan vol'. Of het VU-ziekenhuis wel of niet aan dit onderzoek zou meewerken, heeft binnenshuis tot veel tumult geleid, bevestigt W. Schreuder, hoofd bureau medische zaken. ,,Als ik dat vooraf had geweten, had ik me nog wel eens achter de oren gekrabd'', geeft hij toe. Maar de bezwaren van het VU-ziekenhuis tegen het oorspronkelijke onderzoeksvoorstel zijn weggenomen en dus 'moet het maar gebeuren'. Want, vindt de VU, er speelt een groot maatschappelijk probleem. ,,En dus willen we onze verantwoordelijkheid nemen.''

Er werd daarom geschrapt, er werd toegevoegd, er werd onderhandeld, en vorig najaar gingen het VU-ziekenhuis en het OLVG dan toch akkoord, op nog een paar punten en komma's na. Zo vroegen zij om afspraken over een 'nazorgtraject' voor zieke Bijlmerslachtoffers. Het ministerie van Volksgezondheid heeft daarover afspraken gemaakt met de Leidse hoogleraar psychiatrie M. Hengeveld, AMC-psychiater B. Gersons en de huisartsen in Amsterdam-Zuidoost. Want zoveel staat vast: wat de onderzoeksuitslagen ook zijn, bij veel betrokkenen bij de bijlmerramp zullen ze leiden tot nieuwe vragen.

Ja, geeft Schreuder toe, het risico bestaat dat mensen gaan roepen dat het onderzoek niet deugde - zoals de politiebond NPB nu al doet. ,,We moeten niet de illusie hebben dat we alle deelnemers tevreden zullen stellen. Maar als straks van die 4900 mensen er 4800 tevreden zijn, dan is dat mooi. En als niemand tevreden is, ben ik de eerste om toe te geven dat ik ongelijk heb gehad.'' Want het VU-ziekenhuis en het OLVG zijn hier in de eerste plaats aan begonnen om iets te doen aan de maatschappelijke onrust, benadrukt hij. ,,De onderzoekers weten wel dat ze hiervoor niet de Nobelprijs zullen krijgen, want spectaculaire resultaten zijn niet te verwachten.''

Geen énkel resultaat verwacht epidemioloog Coebergh. Eerder schreef hij over de ongeruste bevolking van het dorp Odijk, waar men een toename van het aantal kinderen met kanker toeschreef aan de hoogspanningskabels. Een verband werd niet gevonden. ,,Het is onmogelijk met epidemiologisch onderzoek dit soort dingen op te helderen'', weet Coebergh, die in de kwestie-Odijk ervoor pleitte de betrokkenen goed voor te lichten en gerust te stellen, en uit te leggen wat onderzoekers wel, en vooral wat ze niet kunnen uitzoeken.

Wanneer vindt de epidemioloog het dan wél nuttig om onderzoek te doen? Als er aan twee voorwaarden is voldaan, doceert Coebergh. Wanneer er harde aanwijzingen zijn dat mensen zijn blootgesteld aan schadelijke stoffen, en wanneer de kans op ziekte bij deze mensen daardoor minstens tien keer verhoogd is. Die kans op ziekte is bij lange na niet zo sterk verhoogd in de Bijlmer, zo blijkt uit berekeningen van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. En bij de blootstelling aan schadelijke stoffen zet Coebergh grote vraagtekens. In de lading zat het 'm niet, dat is althans nergens uit gebleken. ,,Bovendien is het onmogelijk om nu nog na te gaan welke mensen indertijd echt dicht bij het vuur zijn geweest. Mensen die inmiddels wat mankeren, kunnen fantasieën hebben over waar ze op het moment van de ramp waren. Er zullen altijd dingen gerapporteerd worden die niet conform de werkelijkheid zijn. Mensen hebben ook wat te claimen; er is een financieel belang om aan te tonen dat je gezondheidsschade hebt ondervonden van de ramp. Dat speelt hier allemaal doorheen.''

Was er maar, verzucht Coebergh, van het begin af aan iemand geweest die zich serieus om de zorgen van de Bijlmerslachtoffers over hun gezondheid had bekommerd. Die de verantwoordelijkheid had genomen om te anticiperen op de voorspelbare posttraumatische stress. Bijvoorbeeld iemand bij de GG & GD Amsterdam. Dat is niet gebeurd. Toen er, jaren later, wel iemand verantwoordelijkheid nam, was dat de minister van Volksgezondheid. De verkeerde persoon (veel te veel andere, politieke belangen) op het verkeerde moment (veel te laat). Min of meer gedwongen door de Kamer is minister Borst dan toch met dit grootscheepse onderzoek over de brug gekomen.

Onder anderen onder druk van PvdA-kamerlid Rob Oudkerk, nota bene arts. ,,Oudkerk heeft onwaarschijnlijk veel boter op zijn hoofd'', zegt Coebergh kwaad. ,,Hij heeft zich laten meeslepen door zijn heldenrol op televisie. Hij is het type dokter dat zegt: 'Ik help je wel, ik leef met je mee', maar dat intussen niet echt communiceert.'' Juist dat vindt Coebergh zo pijnlijk: ,,Dit onderzoek bewijst dat men zich niet wil inleven in de echte problemen van de Bijlmerslachtoffers, maar alleen een daad wil stellen. Het is een absurde vertoning, en de problemen zullen ondertussen blijven dooretteren.''

Want, meent Coebergh, ernstig onderschat wordt hoezeer stress - door rampen, door werk of door andere oorzaken - de energie van mensen kan doen wegvloeien. ,,Door de worsteling met de stress en met de waarom-vraag kun je volledig ontregeld raken, tot en met je hele bewegingsapparaat. D r moet veel meer aandacht voor zijn. Dokters moeten in deze kwestie met psychologen optrekken.''

,,Allerlei belangrijke dokters en instellingen hebben al gezegd dat er waarschijnlijk geen biologische relatie tussen de ramp en de klachten is'', geeft Schreuder van de VU toe, ,,en ik denk dat ze gelijk hebben. Waarschijnlijk denken alle wetenschappers die het onderzoek hebben opgezet, er net zo over.'' Waarmee voor hem nog niet is gezegd dat er 27 miljoen over de balk wordt gesmeten. ,,Tot nu toe vermoedt men slechts dat die relatie er niet is. Wij kunnen daar argumenten voor aandragen.''

Met de beste bedoelingen werken deze artsen aan het onderzoek mee, daaraan twijfelt Coebergh niet. ,,Artsen zijn altijd vol goede bedoelingen en willen graag mensen helpen. Helaas is dat hier van de wal in de sloot.'' Hij hoopt dat de Tweede Kamer alsnog de zin van dit 'ramponderzoek' ter discussie zal stellen. En voor de slachtoffers heeft hij één advies: ,,Mensen, ga niet.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden