Een donkere zomerdag

Wat te schrijven na Nice? De berichten kwamen binnen in de late avond. Ik staarde, thuis op de bank, naar mijn telefoon, de vrouwen in mijn huis keken naar een serie. "Er is iets in Nice", zei ik, maar Scott and Bailey zaten net bovenop een zaak. "Iets met een truck die op een menigte is ingereden."

Een kort zijwaarts knikje uit de televisiehoek.

"Misschien een aanslag", voegde ik eraan toe. Het was niet meteen duidelijk.

Nog een ernstig knikje.

Toen ik in bed stapte telde men tachtig doden. En bij de Eiffeltoren in Parijs brandde iets. Ik zag nog een filmpje - en er ging nog een waarschuwing aan vooraf - waarin mensen werden getoond, dode mensen, neergesmakt tegen het wegdek van de Promenade, in verwrongen houdingen. Sommigen droegen op hun ondergoed na geen kleding meer. Ik had dit niet moeten zien, maar het zuigt zo aan, de hel.

De slaap was diep. De ochtend brak aan. Nice was op de radio. De kranten op de mat, De Volkskrant had Nice, Trouw had Froome, daar zag je een wereld van verschil in deadlines.

In het huis heerste lichte opwinding, maar niet vanwege Nice. De jongste vertrok naar het zuiden, voor een dagje Efteling, de oudste met een groep meiden naar het noorden, voor een kleine week Terschelling.

We zeilden de zomer binnen.

In de gang groeide de verzameling koffers en rugzakken aan.

Het dodental in Nice was naar 84 gestegen. Er waren kinderen bij.

Ik zwaaide de meiden uit in de volgepakte auto, hij hing laag op zijn achteras. Daarna was het huis stil.

Ik begaf me stadinwaarts, uit de toren tingelde 'Imagine'. Een song van de hoop is het, en van dromen, maar ook een lied van de rouw intussen en van herdenken, een hedendaagse 'Last Post'.

Op de radio ging het ook over muziek. Wat draai je op zo'n dag? Ze draaiden Paolo Nutini's 'Iron Sky'.

Het leven ging door, een vrolijk bericht kwam binnen, met foto, van meiden in Harlingen, wachtend op de boot. Ook de Tour ging verder. In de Ardèche. De speaker stiller dan anders. Met ernstig kijkende ploegleiders en renners.

De etappe, een tijdrit, was zonovergoten en winderig.

Hollande was in Nice aangekomen.

Tom Dumoulin zat op zijn fiets, er moest geklommen en gedaald en er was een plateau waar je van af kon waaien.

Zijn stijl was weergaloos, doodstil zat hij boven de malende benen.

Hoge witte kousen, heel keurig.

Windtunnelpak.

Op mijn telefoon foto's van een met kogelgaten doorzeefde voorruit. Een witte vrachtwagen.

Tom kwam binnen, een horde verslaggevers in zijn achterwiel. De NOS holde mee.

Even later een plopkap onder zijn neus, het zweet drupte van hem af, er werd een handdoekje om zijn nek gelegd. En het eerste wat hij zei: er ligt een schaduw over deze dag. Sport is nu even minder belangrijk.

Later, na al de anderen, bleek hoe bijzonder zijn prestatie was, bij de zegeceremonie kreeg hij een rouwband om. Daar stond hij, een minuut lang stil.

Nog vijftig mensen waren in kritieke toestand, zei Hollande.

Het was een donkere zomerdag, de vijftiende juli.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden