Een dokter is ook maar een mens

Waarop moet de patiënt letten die een goede specialist zoekt? Vlak voor het vonnis (11 februari) zeven lessen uit de rechtszaak tegen Ernst Jansen Steur.

De aanklager in Almelo wil oud-neuroloog Ernst Jansen Steur zes jaar de cel in hebben omdat hij zijn positie als medisch specialist ernstig misbruikte. Een stoet aan foute diagnoses en fatale behandelingen vloog tijdens de strafzaak voorbij. Of de voormalig specialist nou schuldig wordt bevonden of niet, zijn patiënten zitten met de brokken. Wat kunnen andere patiënten leren van de strafzaak?

1. Goede communicatie maakt nog geen goede dokter
Ze liepen weg met hem, veel van de oud-patiënten in Enschede. Ze kwamen soms van ver omdat ze hadden gehoord over de 'superspecialist'. Dat soort verklaringen zijn wel twintig keer uitgesproken. Hij was enorm betrokken, ze konden hem dag en nacht bellen - ook op zijn privénummer. Bij zo'n persoonlijkheid moest je toch wel in goede handen zijn? Achteraf zien ze in: zodra ze twijfels uitten bij zijn werk, was die goede communicatie afgelopen. Dan zou er zelfs wel eens een asbak door de spreekkamer zijn gevlogen. Let dus op wat de dokter doet bij tegenspraak.

2. Diagnose is vaak niet definitief
Een gebroken arm is duidelijk te zien voor dokter en patiënt - door te voelen aan de arm en te kijken op de röntgenfoto. Maar bij specialisten die niet zomaar het lijf in kunnen kijken, is de diagnose veel minder zeker. Denk dan niet alleen aan de neuroloog, maar ook aan bijvoorbeeld de internist of de psychiater. Een goede arts houdt dan ook andere mogelijkheden open, en kijkt na een tijdje weer of de klachten nog steeds passen bij de oorspronkelijke diagnose. De term 'differentiële diagnose' vloog in de rechtszaal vaak door de lucht. Kort door de bocht gezegd is dit de diagnose waarbij de arts rekening houdt met meerdere mogelijkheden. Jansen Steur kon die doorgaans niet bieden. Kortom, vraag de arts of er ook andere mogelijkheden zijn. En hoe de ziekte zich in de loop van de tijd zou moeten ontwikkelen - om in de gaten te kunnen houden of dat klopt met de maanden of jaren na de diagnose.

3. Wees waakzaam bij de 'experimentele behandeling'
Jansen Steur wilde graag op de troepen vooruitlopen. Ook al was nog niet onomstotelijk bewezen dat een bepaald middel het beste was, dan wilde hij daarmee patiënten toch al helpen. Een nobel streven, maar zijn eigen onderzoek voldeed bepaald niet aan wetenschappelijke normen. En dan wordt de patiënt een proefkonijn. Vraag dus na of zo'n behandeling wordt onderzocht in samenspraak met andere onderzoekers. Moet je je eigen hersenvochtmonsters in het naburig postkantoor gaan opsturen - zoals in Twente gebeurde - dan heeft de behandelend arts wel wat uit te leggen.

4. Vraag om een second opinion
Vooral de lichting oudere patiënten heeft er nogal eens moeite mee, want een arts is een autoriteit en die ga je niet omver zagen met een second opinion. Maar voor de nieuwere lichting, die dagelijks in de krant leest dat de zorgkosten de pan uit rijzen, is het ook niet altijd makkelijk erom te vragen. Maar toch: bij een niet-pluisgevoel zoals de patiënten dat in het ideale geval vijftien jaar geleden in Twente hadden moeten hebben, maakt een second opinion de zorg juist goedkoper. Dat zou hen langere behandeling bespaard hebben, evenals bijkomende klachten die de samenleving weer op een andere manier op kosten heeft gejaagd, zoals ziekmelden op het werk.

5. Een dokter is ook maar een mens.
Het lijkt tegenstrijdig, want ze weten het best wat goed is voor de gezondheid, maar zaken als verslaving en verminderde concentratie na een auto-ongeluk, dat kan ook dokters overkomen. Sterker nog, de neiging om dan maar zelf te gaan dokteren is onder die groep groot, zodat ze nogal eens een onafhankelijk oordeel van een huisarts missen. Ze werken hard en onder stress en zijn dus vatbaar voor gevaarlijke gewoonten. Wees er alert op, zeker als een arts in korte tijd andere karaktertrekken gaat vertonen. Achteraf heeft Jansen Steur er veel spijt van dat hij zichzelf niet in de hand had, maar voor de patiënten komt dat te laat.

6. Het ziekenhuis denkt niet altijd aan de patiënt
Natuurlijk, iedere bestuurder zal hardop zeggen dat de patiënt altijd voorop staat binnen de muren van zijn of haar ziekenhuis. Maar de zaak rond Jansen Steur laat zien dat ziekenhuisbestuurders óók - en soms misschien wel allereerst - denken aan het imago van hun instelling. Dat ze kritische brieven van patiënten soms liever onderin een bureaulade leggen. En dat ze een dokter liever in alle stilte een paar jaar salaris toeschuiven dan dat ze een riskante en dure ontslagprocedure beginnen. De strafrechter oordeelt dinsdag over de praktijk van Jansen Steur, maar zelfs bij een veroordeling blijft het meest ontluisterende aan deze zaak wel hoe lang hij zijn gang heeft kunnen gaan, omringd door mede-neurologen, verpleegkundigen en managers.

7. Uitzondering op de regel
Tot slot dan het goede nieuws: praktijken zoals die waarvan Jansen Steur wordt verdacht, zijn in Nederland uiterst zeldzaam. Weliswaar is hij geen absolute uitzondering, zoals de (rechts)zaken aantonen tegen een orthopeed in het Waterlandziekenhuis in Purmerend en een maagarts in het Emmense Scheperziekenhuis. Maar op de ruim 17.000 medisch specialisten in Nederland blijven zij een uitzondering. Al te veel reden om angst voor de dokter te hebben, lijkt niet gegrond.

Wees alert als een arts in korte tijd andere karaktertrekken gaat vertonen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden