Een dode zeug langs de weg

Tussen onschuld en schuld zit vaak een kleine stap. De rechter ziet dat wekelijks.

Op elke boerderij gaat weleens een dier dood. De varkensboer die voor de rechter zit, heeft het vaak zat meegemaakt. Het dode dier wordt onder een kadaverbak aan de weg gelegd, het dier wordt opgehaald, en dat is dat.

Toen de varkensboer op een zondagavond een dode zeug in zijn stallen aantrof, wilde hij het ook zo doen. Zijn zoon stapte op de tractor, koppelde een voorlader aan het voertuig en schoof het dode dier erop. „Maar toen hij die zeug voor aan de weg, op de plek waar we dode dieren altijd onder de kadaverbak leggen, er uit wilde laten rollen, ging het mis”, vertelt de varkensboer. „Het dier rolde uit de bak, en hup, de sloot in.”

De zeug woog zo’n tweehonderd kilo, vertelt de boer. „Dus die konden we er met geen mogelijkheid uit krijgen.” Maar omdat het al avond was en het bedrijf dat de dode dieren ophaalt, doorgaans heel vroeg in de ochtend komt, dacht de boer: we laten de zeug daar maar liggen, morgenochtend vroeg wordt het opgelost.

Maar dat bedrijf kwam de volgende dag een stuk later dan normaal. En voor het zover was kwam toevallig de milieupolitie voorbij. Die zag het dode dier liggen en maakte proces-verbaal op. Want het mag niet: een dood dier onafgedekt, vol in het zicht, laten liggen.

Bij de boer viel een boete op de mat: 500 euro moest hij betalen. Dat vond hij zó onredelijk, dat hij weigerde te betalen.

„U moet weten”, zegt hij tegen de rechter, „dat ik in de 28 jaar dat ik mijn boerenbedrijf heb, nog nooit een fout heb gemaakt. Ik ben nog nooit door de milieupolitie of door de AID (de Algemene Inspectiedienst, de controledienst van de overheid, red) op de bon geslingerd. En dan komen ze ineens met een boete van 500 euro. Ik zie ook wel in dat ik een fout heb gemaakt. Maar waarom niet eerst een waarschuwing?”

Het zijn zware tijden, vertelt de boer. „De economische crisis raakt ook ons bedrijf. Het is moeilijk om het hoofd boven water te houden. Dan vind ik 500 euro een heleboel geld.”

Dat kan zijn, stelt de officier van justitie, maar een dood dier vol in het zicht langs de kant van de weg leggen blijft een strafbaar feit. „Het is voor voorbijgangers een onprettig gezicht. Het mag gewoon niet.”

Maar omdat het de eerste keer is dat de veehouder in de fout gaat, vindt de officier dat de boete wel iets omlaag kan: hij eist 250 euro boete.

De rechter vindt dat nog aan de hoge kant: „U heeft een fout gemaakt, maar de omstandigheden verklaren een boel. Bovendien is het de eerste keer. Ik leg u een boete van 150 euro op.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden