Een diep uitgesleten goot Plan natuurontwikkeling langs de Grensmaas blijkt haalbaar

ELSLOO - Nog steeds perst de Grensmaas zich tussen Maastricht en Maasbracht over een afstand van zo'n vijftig kilometer door een strak keurslijf. Een vergeten rivier - niet veel meer dan een diep uitgesleten goot, die door de meeste aangrenzende dorpen met de rug wordt aangekeken.

Een eeuw lang is de Grensmaas ten gevolge van waterstaatkundige ingrepen leeggespoeld en de rivier ligt nu zes tot negen meter onder het maaiveld, tussen steile oevers. In de zomermaanden, wanneer op de weerden het mais hoog oprijst, wordt de eens zo dynamische Grensmaas op veel plaatsen zelfs geheel aan het oog onttrokken.

Maar niet voor lang meer. Leken de plannen om de Grensmaas uit haar knellende banden te bevrijden enkele jaren terug nog een verre droom - de afgelopen maanden hebben zij steeds concretere vormen aangenomen. Het idee om nieuwe natuur te ontwikkelen door middel van de winning van grind blijkt volgens studies financieel-economisch haalbaar, binnen zeer ruime marges zelfs: het gemiddeld rendement bedraagt dertig procent en dat ligt ruim boven de ondergrens van twintig procent.

Bovendien beschikt het bestuur (de provincie Limburg en de ministeries van verkeer en waterstaat en van landbouw, natuurbeheer en visserij) over voldoende instrumenten om de ontwikkeling van de Grensmaas in de gewenste richting te kunnen sturen. Een door de betrokken overheden in het leven geroepen ambtelijk projectteam geeft volgende maand dan ook het startsein voor de volgende ronde: de rapportage over de milieu-effecten van het project Grensmaas.

Volgens schema kan dan in 1996/1997 met de concrete uitvoering van de plannen worden begonnen. Vijftien jaar later, wanneer 35 miljoen ton grind uit de weerden is gewonnen, is de ontwikkeling van duizend hectare nieuwe natuur op een tiental verschillende lokaties aan de rivier voltooid. De Grensmaas stroomt dan weer zoals in vroeger eeuwen door het landschap, met eilanden waarop ooibossen groeien, met zand- en grindbanken, nevengeulen met glooiende oevers en stroomversnellingen.

Want het verval van de Grensmaas is voor Nederlandse begrippen groot: tussen Maastricht en Maasbracht zo'n 23 meter; de scheepvaart gaat boven Maastricht dan ook rechtdoor, het in de jaren dertig gegraven Julianakanaal op.

De ontwikkeling en uitvoering van het Grensmaas-project vergt echter wel een langdurig en moeizaam bestuurlijk proces, vindt Natuurmonumenten. De vereniging wil graag, nu realisering binnen handbereik ligt, het tempo erin houden en heeft daarom concrete stappen gezet om samen met de ontgrindingsmaatschappij L'Ortye een voorbeeldproject op te zetten bij Meers. Dat gebied maakt geen onderdeel uit van het Grensmaas-project, zodat geen milieu-effectrapport hoeft te worden opgesteld en het niet is onderworpen aan andere langdurige procedures.

Voorproefje

Gefaseerd, stukje bij beetje, zal in de meanderbocht bij Meers de stroomgeul worden verbreed en worden de weerden zo afgegraven dat de rivier in een glooiende bedding komt te liggen. Het bestaande eilandje in de bocht blijft (vanzelfsprekend) bestaan. Uiteindelijk komt hier een natuurgebied van negentig hectare dat mag gelden als een 'voorproefje' - iedereen kan daar gaan zien welke veranderingen het gebied van de Grensmaas zal ondergaan. Ook elders zijn en worden dergelijke voorbeeldprojecten opgezet, zoals het Belgisch-Nederlandse natuurpark De Hochter Bampd bij Lanaken.

De plannen voor de Grensmaas zijn nauw verweven met de problematiek van de grindwinning. Door de dorst naar delfstoffen zijn in Limburg langs de Maas diepe putten geslagen, zoals de Maasplassen bij Roermond. Wat bleef, is een restlandschap, zonder natuurwaarden. Het verzet tegen de grindwinning nam in Limburg sterk toe en ook de provincie wilde niet langer doorgaan met het verlenen van concessies.

In 1990 hebben het ministerie van verkeer en waterstaat en het provinciaal bestuur afgesproken dat maximaal nog 35 miljoen ton grind mag worden gewonnen om in de landelijke behoefte te voorzien. De provincie deponeerde daarna bij Stroming, een bureau voor natuur- en landschapsontwikkeling, de vraag of een andere methode van grindwinning zou kunnen worden gecombineerd met natuurontwikkeling.

Het antwoord, gegeven in het in 1991 verschenen rapport 'Toekomst voor een grindrivier', was positief. Het plan van Stroming komt er in hoofdlijnen op neer dat de stroomgeul van de Grensmaas wordt verbreed en dat de weerden worden verlaagd door afgraving van klei en grind.

Waterstaatkundig heeft dit het voordeel dat dorpen als Borgharen, Ittersen en Geulle, die liggen ingeklemd tussen de Grensmaas en het Julianakanaal, dan praktisch vrij van overstromingen zullen zijn.

Om te voorkomen dat het grondwater onder de verderop gelegen gronden wegstroomt, worden met de afgegraven klei verticale schermen in de bodem aangebracht. Aardige bijkomstigheid is dat hierdoor het zeldzaam geworden verschijnsel van bronnen kan terugkeren doordat grondwater tegen het kleischerm naar boven komt.

De benodigde duizend hectare landbouwgrond wordt zoals vanouds aangekocht door de grindwinners, die in totaal 260 miljoen gulden moeten investeren om de tien projecten uit te voeren. Daar staat echter een omzet van 700 miljoen gulden aan grind en zand tegenover; het rendement van de hele operatie bedraagt, zoals gezegd, gemiddeld dertig procent.

Dat kan echter iets lager worden wanneer er sprake blijkt van bodemvervuiling die moet worden gesaneerd.

Kleidek

Niet bekend

Zoals gebruikelijk bij ontgrondingen zullen de grindwinners ook geld storten in een speciaal fonds. Met dit geld en de rente die dit oplevert, kunnen de eerstkomende vijftig jaar de kosten voor het beheer van de nieuwe natuur worden gedekt. Het beheer komt grotendeels in handen van Natuurmonumenten en enkele andere particuliere natuurbeschermingsorgansiaties, zoals het Limburgs Landschap.

Hoewel het Grensmaas-project in een stroomversnelling is geraakt, zijn nog lang niet alle knelpunten uit de weg geruimd. De waterkwaliteit bijvoorbeeld is een voortdurend punt van zorg. Willem Overmars van het bureau Stroming: “De organismen die hier oorspronkelijk voorkwamen en er nu niet meer zijn, ontbreken hoofdzakelijk doordat er geen zandbanken, geen eilanden en dergelijke meer zijn. Hun herstel is niet afhankelijk van de waterkwaliteit. Als je de stroomgeul anderhalf keer verbreedt, keren heel essentiele waarden terug.”

De Belgen

Tenslotte zijn er nog problemen met de Belgen, zoals verdroging en de loop van de grens. Willem Overmars: “Hydrologische problemen in Belgie kun je voorkomen door ophoging van de rivierbedding. In 1848 is vastgelegd dat de grens de diepste punten van de rivier volgt. Deze grensdefinitie biedt een geniale oplossing voor wat hier speelt. Albert II krijgt nooit een kleiner koninkrijk, hooguit een iets groter, en als Beatrix in dat geval een iets kleiner koninkrijk accepteert, is er geen probleem.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden