Een defensieschool om 'Nederlandse ziekte' te bestrijden

Toen in de uren voor Barcelona - Ajax bij ons doorsijpelde dat trainer Frank de Boer de linksback Boilesen als linksbuiten zou opstellen, zei een van de collega's schamper dat zoiets toch de bedoeling van Johan Cruijff niet kon zijn. Iedereen begreep wat hij bedoelde, en toch zou Cruijff, als hij er al iets van zou willen zeggen, in dit geval weinig recht van spreken hebben.

In zijn laatste jaar als speler, in de jaren tachtig, kreeg hij het voor elkaar dat de verdediger Brard bij Feyenoord als linksbuiten werd opgesteld. Cruijff werd er op zijn laatste benen door ontlast en Feyenoord won de landstitel en de beker - Cruijffs ultieme revanche op Ajax, dat hem als speler niet meer had willen hebben.

Maar daaraan kon De Boer moeilijk refereren na de kansloze 4-0 nederlaag. Hij koos de gekunstelde weg. De Boer zei dat Boilesen toch ook wel een mannetje kan passeren. Hij wilde zeggen dat de verdediger ergens wel iets van een linksbuiten heeft en, vooral, dat we zijn omzetting niet als iets heel verdedigends moesten zien.

Dat vond ik jammer, al verbaasde het me niets. Twee jaar geleden had ik De Boer bij de start van zijn eerste Champions Leaguecampagne als hoofdtrainer gevraagd of hij tactische aanpassingen overwoog naar het voorbeeld van Ronald Koeman, die daarmee met een jong Ajax in 2003 ver was gekomen. De Boer ontkende stellig, sprak de mantra uit van het eigen spelletje dat gespeeld moest worden en hield dat lang vol. Nu deed hij dan toch een concessie, maar graag wilde hij laten doorklinken dat het geen keuze uit het hart was geweest, en dat hij er geen gewoonte van wilde maken.

In een verhaal over het slechte verdedigen in Nederland, dat oneindig terugkerende thema, spreekt Aad de Mos in Voetbal International van de 'Nederlandse ziekte'. Nederlandse verdedigers weten niet wat het is om tot het uiterste te gaan. Maar hoe en van wie moeten ze dat ook leren, als verdedigend denken wordt gezien als iets om je voor te verontschuldigen, om rechtvaardigingen voor te zoeken? Zelfs Ronald Koeman was indertijd niet standvastig genoeg. Na één jaar dachten zijn spelers goed genoeg te zijn om het eigen spelletje te spelen en nooit meer kwamen ze, kort en simpel gezegd, zo ver.

Lezer Rob Siekmann uit Oegstgeest vond het na het geschutter van de Feyenoorders De Vrij en Martins Indi in Oranje tegen Estland de hoogste tijd voor een 'defensieschool' van de KNVB. Dat lijkt mij een uitstekend idee, maar krijg er de handen maar eens voor op elkaar. In VI vertelt John de Wolf dat hij als assistent bij de beloftes van Sparta de kopgalg wil terughalen. Hij weet al dat er lacherig op zal worden gereageerd.

Woensdag zat Ajax-verdediger Denswil bij het derde doelpunt finaal mis in een kopduel met Piqué. Hij is een talent, hij kan nog leren van Jaap Stam, Nederlands laatste grote verdediger, die bij Ajax spelers individueel traint. (Waarom doet De Wolf dat niet bij Feyenoord?) Toch mag de vraag al zijn of die lessen echt kunnen aankomen in de geesten van nu, in de geesten van jonge verdedigers die nooit alleen op hun kerntaak, het verdedigen, worden aangesproken - omdat ze zo nodig ook aan het eigen spelletje moeten meedoen.

Om beurten zeggen de verdedigers van Ajax dat ze al veel van Stam hebben geleerd. PSV-verdediger Bruma, een Oranje-kandidaat die toch veel ballen langs zich ziet vliegen, heeft bij Chelsea de granieten John Terry zien verdedigen. Ze dénken dat ze ervan hebben geleerd, we zien het niet. Een defensieschool en tot nader order in Europa een verdediger in de aanval - voor dit diepgewortelde probleem zou dat nog maar een eerste stapje zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden