Anonieme donaties

Een deel van je lichaam weggeven aan een wildvreemde

null Beeld Anette Brolenius
Beeld Anette Brolenius

Samaritanen worden ze genoemd, mensen die hun nier doneren aan een volslagen onbekende. Wat bezielt hen? 'Ik zou het zo wéér doen.'

Iris Pronk

Op een avond besloot Piet Stutvoet (92): Ik doe het. Ik word nierdonor bij leven. Hij zag een tv-programma over ernstig zieke mensen, die jarenlang wachten op een donornier en dacht: "Wat een geouwehoer eigenlijk. Als iemand een nier nodig heeft, dan geef ik die toch?"

De volgende dag al meldde hij zich bij het Rotterdamse ziekenhuis ErasmusMC voor een medische keuring. De uitkomst was positief, de hoogbejaarde Stutvoet bleek gezond genoeg om te doneren. Enkele weken na het bewuste tv-avondje werd zijn nier verwijderd en overgeplaatst naar een ander lichaam.

Stutvoet is niet de enige die zo'n royaal gebaar heeft gemaakt. Vorig jaar werden in Nederland 984 nieren getransplanteerd; ruim de helft (513) was afkomstig van levende donoren. Maar dat waren bijna allemaal dierbaren van de patiënt: een partner, kind, broer, zus of vriendin.

Zeldzaam

Wat Stutvoet deed, is veel zeldzamer: hij gaf zijn nier weg aan een volslagen vreemde. Mensen zoals hij worden ook wel samaritanen of altruïstische donoren genoemd. In het Erasmus MC hebben sinds de eeuwwisseling 140 samaritanen een nier afgestaan; de afgelopen jaren zo'n twintig per jaar.

Wat bezielt deze mensen om zich vier uur lang te laten opereren - een ingreep die doorgaans met weinig complicaties gepaard gaat, maar wel tot maandenlange vermoeidheid kan leiden? Wat maakt dat ze zo'n kostbaar cadeau, een stuk van hun eigen lichaam, willen schenken aan een anonieme ontvanger?

In zijn sober ingerichte Rotterdamse serviceflat haalt de voormalige kok, bakker en verhuizer Stutvoet er zijn schouders over op. Zelf vindt hij zijn daad helemaal niet bijzonder, er ging ook geen diep denkwerk aan vooraf. Zijn redenering is even helder als robuust: "Als ik zelf ziek zou zijn, zou ik graag willen dat iemand mij helpt. Als je dat omdraait, dan is het simpel, toch? Dan móét je wel doneren."

Na de operatie, nu drie jaar geleden, voelde hij zich maandenlang "echt niet lekker". Hij moest twee weken extra in het ziekenhuis blijven om te herstellen. Maar hoe erg is dat? "Ik heb in mijn leven wel erger meegemaakt; in de oorlog zat ik in twee kampen gevangen. Tien jaar geleden brak ik mijn nek. Wat maken die paar weekjes ziekenhuis dan uit? Als ik het nog een keer moest doen, deed ik het wéér."

null Beeld Anette Brolenius
Beeld Anette Brolenius

Autonoom gevoel

Altruïstische donoren zijn mensen met een sterk gevoel van autonomie, zegt Willij Zuidema, coördinator van het programma 'Anonieme nierdonatie bij leven' in het ErasmusMC. "Ze stralen uit: 'Dit is mijn leven, dit is mijn keuze." Die moeten ze wel eens verdedigen tegenover familie, die niet altijd gecharmeerd is van deze specifieke vorm van liefdadigheid. Andere donoren opereren helemaal op eigen houtje. (Stutvoet: "Ik heb het mijn kinderen van tevoren niet eens gezegd. Ik ben gewend mijn eigen gang te gaan.")

Zuidema sprak veel samaritanen persoonlijk en raakte gefascineerd door hun levensverhalen en motieven. Die belicht ze in haar Rotterdamse werkkamer, samen met psycholoog Sohal Ismail. Hij voert in het ErasmusMC gesprekken met potentiële donoren om te onderzoeken of hun beslissing wel een gezonde is.

"Je spreekt door of hun motieven invoelbaar zijn, of hun verwachtingen waar te maken zijn, of de wens om te doneren niet schadelijk is voor de donor zelf", zegt Ismail. "De meesten hebben er heel goed over nagedacht, het is echt een beslissing van binnenuit. Het zijn mensen die altijd al alles voor anderen doen. Ze zeggen: dit hoort bij mij, dit ben ik. Vaak zijn ze ook bloeddonor, plasmadonor, soms beenmergdonor. Ze doen bijna allemaal vrijwilligerswerk. Dat kun je al aftikken voordat ze binnenkomen."

Geen schouderklopjes nodig

Worden deze onzelfzuchtige mensen geconfronteerd met een extreem verlies - hun partner of kind overlijdt bijvoorbeeld - dan is dat vaak het laatste zetje: een deel van hen meldt zich dan als anonieme nierdonor.

"Na het overlijden van je kind of partner zit je in een innerlijke strijd", zo verklaart Ismail hun stap. "Je bent ingehaald door het leven, je kunt niet berusten in het verlies. Door toch iets te doen, een nier te doneren zodat een andere zieke wél beter wordt, kun je dit rouwproces afhechten."

Sommige samaritanen verloren geen directe naaste, maar hadden wel verschillende tegenslagen: ze liepen niet tegen de juiste partner op, kregen ongewenst geen kinderen of werden bij een reorganisatie ontslagen. "Die optelsom leidt tot een gevoel van machteloosheid, dat kan maken dat mensen op hun zestigste komen doneren. Daarmee nemen ze het heft weer in handen: ze doen iets authentieks, iets dat telt", zegt Ismail.

Daar is, benadrukt hij, niks mis mee. "Het is gezond dat ze dit doen. Het past bij hen, het is eigen." Daarom krijgen samaritanen nauwelijks een terugval na de operatie; slechts een enkeling ontwikkelt een depressie of angststoornis, omdat de donatie hem toch niet bracht wat hij ervan had verwacht.

Op één ding zitten deze donoren beslist niet te wachten: de dankbaarheid van de ontvanger. Soms sturen de ontvangers een bedankbrief, maar dat gebeurt vaker niet dan wel. Het illustreert volgens Zuidema en Ismail de kracht van de donoren: "Ze hebben de schouderklopjes niet nodig."

null Beeld Anette Brolenius
Beeld Anette Brolenius

Geen heldin

Is het bijzonder, een nierdonatie bij leven? Welnee, zegt Manja van Hee (74), gepensioneerd lerares Duits: "Je gaat toch ook naar de tandarts? Wat is het nou voor ingreep? Je loopt een piepklein risico, nou én, je loopt altijd risico. Ik voel me geen heldin. Zoiets doe je toch gewoon?"

Van Hee maakte in haar leven het nodige mee: haar man kreeg als jongen een ongeluk en moest voortleven op één been. Een goede vriend is bijna blind aan één oog. "Je leert daardoor wat lijden is", zegt Van Hee. "Voor mijn man en mijn vriend kan ik niks doen, maar voor een ander wel."

Ze noemt haar nierdonatie, nu tien jaar geleden, "het mooiste wat mij in mijn leven is overkomen. Ik heb zelf geen kinderen maar ik heb toch leven gegeven."

Voor een project op de Fotoacademie moest fotograaf Anette Brolenius nadenken over 'nieuwe helden'. "Ik kwam al gauw uit bij anonieme nierdonoren. Niets is meer belangeloos dan een stuk van je lijf weggeven." Ze vroeg deze donoren om met ontbloot bovenlijf te poseren "want het gáát over hun lichaam: dat symboliseert hun onzelfzuchtigheid." In overleg met de betrokkenen zijn de namen niet vermeld bij de foto's. Ze zijn bekend bij de redactie.

Wachttijd 2 à 3 jaar

- Er staan in Nederland 568 mensen op de wachtlijst voor een donornier

- De gemiddelde wachttijd is 2,5 tot 3 jaar, afhankelijk van de bloedgroep.

- Niertransplantaties worden uitgevoerd in acht academische ziekenhuizen

- Met de 140 nieren van altruïstische donoren in het ErasmusMC zijn 232 niertransplantaties tot stand gebracht volgens het systeem van 'domino- transplantatie'. Hierbij brengt een nierpatiënt zelf een donor mee, die doneert aan iemand anders op de wachtlijst. De patiënt krijgt intussen een passende nier van de anonieme donor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden