Een decadente, uitgeputte wereld

In het verval van het Romeinse rijk ziet Van Aken een fenomeen dat zich hier en nu lijkt te herhalen. Ons overspoelt een volksverhuizing waarbij de inval van de barbaren in het niet zinkt

Stel, je hoort een anonymus de volgende tirade afsteken: "De eenheid van dit rijk is schijn, de leiders zijn aasgieren die aan een kadaver trekken om zoveel mogelijk vlees naar zich toe te halen. Alleen is het geen kadaver, maar een land van overvloed en weelde; de mensen dienen liever vreemdelingen, dan dat ze zich nog langer laten uitzuigen door hun eigen leiders. Europa is weerloos, neem het in bezit!"

Is dit een boze Nederlander die zich druk maakt om de zogeheten graaiers op het Binnenhof? Een euroscepticus die uithaalt naar de bestuurlijke kliek in Brussel? Een dwarse cultuurpessimist die vindt dat er niets mis mee is als de migrantenstroom uit Afrika en Azië zou leiden tot de sloop van Fort Europa?

Echt fout zijn zulke antwoorden niet. Toch is de aangehaalde spreker geen tijdgenoot, maar een personage uit een verzonnen geschiedenis die zich afspeelt in de vierde eeuw na Christus, het tijdperk waarin het Romeinse rijk dankzij interne verzwakking en de externe druk van op drift geraakte volksstammen uit Centraal-Azië op instorten staat.

Onze man is een burger die het zo heeft gehad met de corruptie en het machtsmisbruik van zijn eigen overheid dat hij op missie gaat bij de barbaren en ze aanmoedigt om de beuk erin te zetten.

Zijn naam is Swintharik en hij is de hoofdpersoon in Jan van Akens historische roman 'De Afvallige'.

Auteurs die voor het verleden kiezen, ontkomen vrijwel nooit aan hun eigen tijd. Sommige willen dat zelfs niet eens. Ze wekken een lang vervlogen periode juist tot leven met de bedoeling er het heden in te spiegelen.

Zo ook Jan van Aken, die zich vanaf het begin van zijn loopbaan als schrijver heeft gespecialiseerd in het genre van de historische roman. Hij schreef er tot nu toe zes, en met toenemend succes. Van 'De valse dageraad' werden maar liefst zestigduizend exemplaren verkocht.

Meestal situeert Van Aken zijn verhalen in de Oudheid, te beginnen met zijn debuut 'Het oog van de Basilisk' (2000). In die roman, die qua handeling aansluit op 'De Afvallige', speelde genoemde Swintharik al een rol.

In het verval van het Romeinse rijk ziet Van Aken een fenomeen dat zich hier en nu lijkt te herhalen. Onze oude wereld is ziek en uitgeput en zal weldra overspoeld worden door een volksverhuizing waarbij die van zeventien eeuwen geleden in het niet zinkt.

De decadentie van toen wordt niet alleen geprojecteerd in het steeds krachtelozer management van de Romeinse ambtenarij, maar ook in het opkomende christendom, dat aan het begin van de vierde eeuw dankzij keizer Constantijn werd gelegaliseerd.

Van Aken voert een bisschop ten tonele die niet vies is van kindermisbruik, en bovendien leiding geeft aan een geheime organisatie die nog wat verder wil gaan dan Constantijn door de staat aan de kerk te onderwerpen.

Deze man, die niet toevallig Vitalis heet (en dus net als de bejaarde zwerver uit 'Alleen op de wereld' druk in de weer is met jonge jongens), is het brein achter een samenzwering die leidt tot de moord op keizer Julianus, een van Constantijns opvolgers.

De politiek van Julianus was gericht op het herstel van het oorspronkelijk Grieks-Romeinse veelgodendom, reden waarom hij in de geschiedenisboekjes bekendstaat onder zijn bijnaam Apostata, de Afvallige. Swintharik wordt tegen wil en dank bij dat complot betrokken. Wanneer hij begrijpt dat de samenzweerders ook hem uit de weg willen ruimen, vlucht hij, om vervolgens van het ene avontuur in het andere te verzeilen.

De nadruk op de avontuurlijke verwikkelingen en de gestage opeenvolging van de ene cliffhanger na de andere maakt dat je het na de zoveelste wonderbaarlijke ontsnapping of miraculeuze schipbreuk als lezer wel gelooft.

'De Afvallige' komt af en toe vervaarlijk dicht in de buurt van Hollywoodfilms als 'Ben Hur' of 'Gladiator', en dat gaat onvermijdelijk ten koste van het ideeëngehalte dat de roman ontegenzeggelijk ook bezit.

Kort na 'De Afvallige' verscheen er nog een roman die zich afspeelt in de Oudheid en die ook wat intrige betreft het een en ander met Van Akens boek gemeen heeft.

Johan de Boose, die vorig jaar debuteerde met de tijdens de Tweede Wereldoorlog spelende roman 'Bloedgetuigen', neemt ons ditmaal mee naar de regeringsperiode van Nero (37-68), de keizer die bekendstaat als megalomane en sadistische tiran, seksmaniak en christenvervolger.

Twee bekende figuren uit Nero's hofhouding, de filosoof Seneca en de schrijver Petronius, spelen een belangrijke rol in het leven van Gaius, het personage naar wie De Boose zijn boek heeft genoemd. In Seneca bewondert hij de stoïcijnse berusting waarmee de wisselvalligheden van het bestaan worden ondergaan. Met Petronius, de exuberante levensgenieter die optreedt als Nero's lifestyle-adviseur, deelt Gaius de hang naar de decadente buitenissigheden waarmee menig Romeins heerser nog altijd wordt geassocieerd.

Nadat Seneca en Petronius in ongenade zijn gevallen, wordt Gaius het verblijf in Rome te riskant, en dus wijkt hij uit naar het uiterste noorden van Gallië, de regio waar - niet toevallig, natuurlijk - vandaag de dag Johan de Boose woont. Aan het begin van onze jaartelling bevindt zich daar de villa van Gaius' vriend Crapularius, een wapenhandelaar in ruste.

Zijn naam (geënt op 'crapuul' oftewel 'tuig van de richel') verraadt dat hij een door en door verdorven sujet is. Met zijn valse streken en zijn gedetailleerd beschreven smeerlapperijen is hij een waardig tijdgenoot van Nero.

Het wekt dus geen verbazing dat dit heerschap hand- en spandiensten verleent die ertoe moeten leiden dat Gaius alsnog uit de weg wordt geruimd.

Net als bij Van Aken speelt het opkomende christendom ook in De Boose's verhaal een betekenisvolle rol. Gaius, zoon van Romeinse burgers die zich in Palestina hadden gevestigd, ging als opgroeiende jongeman om met Jezus en de latere apostel Paulus, en had een langdurige verhouding met Maria Ana, een prostituee in wie we het populaire romanpersonage Maria Magdalena herkennen; denk aan Simon Vestdijk ('De nadagen van Pilatus'), Dan Brown ('De Da Vincicode') en Marianne Fredriksson ('Volgens Maria Magdalena').

Hoewel Gaius bij wijze van amulet een restant van het kruis (door hem 'vloekhout' genoemd) met zich meesjouwt, heeft hij met de christelijke ideeën en religieuze praktijken weinig op. Hij ziet diep neer op idealen als naastenliefde en geweldloosheid. Bovendien hebben zijn ervaringen met het mensdom hem allergisch gemaakt voor elke vorm van geloof in een hogere macht die zijn aanhangers uiteindelijke rechtvaardigheid en een eeuwig leven belooft. Voor hem is de dood een definitief einde waarnaar hij maar al te dikwijls uitziet.

In het ventileren van die sceptische en soms zelfs cynische opinies herkennen we Gaius als een tijdgenoot en dus ook als een spreekbuis van de auteur. Daarmee fungeert ook deze historische roman als een spiegel van het heden.

Om dat nog wat meer kracht bij te zetten laat de auteur Gaius bij zijn kenschets van Nero's seksfeestjes spreken van bungabunga, onder impliciete verwijzing naar Cavaliere Silvio Berlusconi.

Literair gezien is 'Gaius' heel wat interessanter dan Van Akens tamelijk vlak gestileerde en op den duur langdradige roman. Dat De Boose zich flink kan laten gaan in het afsteken van retorisch vuurwerk was de lezer van zijn vorige romans al bekend.

Maar waar de stijl en verteltrant van 'Bloedgetuigen' te lijden hadden onder overdrijving en effectbejag, is de retoriek ditmaal functioneel en in evenwicht met de gang van het verhaal. Gaius en Crapularius leven zich uit in een verbaal steekspel dat ertoe dient om elkaar uit evenwicht te brengen.

De verteller op zijn beurt roept de decadente pracht en decadente vuiligheid letterlijk in geuren en kleuren op. Voor de fijnproevers vallen ook nog de talloze knipogen naar Petronius' schelmenroman 'Satyricon' te genieten, plus een geraffineerde compositie die de handeling in het teken zet van de theatrale tegenstelling tussen schijn en werkelijkheid, waar Gaius als professioneel toneelmeester goed thuis in is.

Jan van Aken: De Afvallige. Amsterdam, Querido. 607 blz. euro 19,95

Johan de Boose: Gaius. Amsterdam, De Bezige Bij. 320 blz. euro 15,90

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden