Een das zien vraagt vooral veel geduld

Een das laat zichzelf zien bij zijn burcht op het heideveld bij Hooghalen. Doorgaans liggen de meeste burchten in of aan de rand van een bos. ( FOTO'S AALDRIK POT, STAATSBOSBEHEER)

Het gaat goed met de das in Nederland. Verspreid over het land leven er ongeveer vijfduizend. Dat aantal neemt toe. Bij het Drentse Hooghalen wordt door vrijwilligers geteld hoeveel dassen er leven bij de 28 burchten in dit gebied.

Laten we snel gaan, we zijn wat aan de late kant, zegt boswachter Aaldrik Pot ietwat gespannen. Het is vijf over zeven ’s avonds en meestal zit hij dan al bij de dassenburcht te wachten. „Ik heb vanochtend nog even gekeken en er waren verse sporen, dus ik heb goede hoop”, zegt Pot terwijl hij naar het heideveld Hingsteveen rijdt. „Hier is het. Wat een plaatje hè?”

Het enorme heideveld wordt omringd door tientallen sparren. Pot stapt uit, grabbelt in zijn rugzak en tovert twee krukjes tevoorschijn. „Om het comfort te verhogen.” Terwijl hij zijn donkerbruine hoed opzet en checkt of hij zijn verrekijker heeft, vertelt Pot dat het eigenlijk onlogisch is dat er een burcht in het midden van het veld ligt. „Meestal graven dassen in of aan de rand van het bos, zodat ze gemakkelijk eten kunnen vinden.” Dan wijst hij naar een spoor. „Dat is een dassenwissel en die loopt naar de burcht. Die moeten we volgen.”

Het is de zevende keer dat de dassen worden geteld op het terrein van boswachterij Hooghalen. Eén keer per jaar verspreiden vrijwilligers zich onder begeleiding van boswachters over het gebied. Niet vaker, want de das mag niet te veel worden verstoord.

Het gaat weer goed met het dier in Drenthe, terwijl het in 1960 bijna uitgestorven was. Er is een gezonde, groeiende populatie van ongeveer driehonderd tot vijfhonderd dassen. De telling moet daar een preciezer beeld van geven.

Eigenlijk groeit de dassenpopulatie in het hele land. In 1980 telde Nederland door de jacht en het uitgraven van burchten nog slechts twaalfhonderd dassen. „Nu is zowel de das als de burcht beschermd en dat mist zijn uitwerking niet”, vertelt Marc Moonen van de destijds opgerichte Stichting Das & Boom. De dieren mogen niet worden gedood of gevangen, de burchten niet worden uitgegraven. Naar schatting leven er weer zo’n vijfduizend dassen in Nederland, verspreid over de hogere gronden in het oosten, zuiden en midden van het land. Een vervijfvoudiging in dertig jaar.

Het Drentse Hooghalen is een ideaal bosgebied voor de das: het is er groot – duizend hectare – en stil. Daarnaast is het heuvelachtig, waardoor de dassen gemakkelijk ondergrondse gangenstelsels kunnen bouwen.

Met grote stappen loopt Pot het heideveld op. De das is een van zijn lievelingsdieren, want een das lijkt een beetje op een mens, het is een sociaal dier. „Zie je die pootafdruk en die bijpijp?” vraagt Pot onder het lopen. Dan staat hij stil. Hij steekt een lucifer aan en bekijkt van welke kant de wind komt. „We hebben de wind nog steeds in ons gezicht, dat is goed, zo kunnen de dassen ons niet ruiken.”

Dat zal ook nog moeilijk worden. De tellers hebben namelijk van te voren strikte instructies gekregen: geen uien, erwtensoep, bonen of knoflook eten, niet douchen met badschuim of shampoo, maar wel afspoelen met water (lichaamsgeur) en geen parfum, make-up, aftershave, tandpasta of andere lekkere geurtjes gebruiken. Een das heeft namelijk een gevoelige neus, die zijn slechte ogen en niet zo sterke gehoor compenseert.

„Laten we hier gaan zitten”, zegt Pot. „Die bult zand is de burcht. Vanaf nu is het afwachten.” Een koekoek maakt op de achtergrond vrolijke geluiden, een boompieper valt als een parachuutje uit de lucht, de wind suist over het heideveld en de zon staat laag aan de horizon. De boswachter tuurt voor zich uit. „Vorig jaar zag ik ze om kwart voor negen”, fluistert hij na een uur, terwijl hij zachtjes in zijn aantekeningenboekje bladert. „Hé, hoorde je dat? Ik hoorde ze grommen. Ze zijn wakker!”

Een goed teken. Het lijkt erop dat de burcht bewoond is. Een bevestiging dat het goed gaat met de das. Maar desondanks blijft het dier een kwetsbare soort. „Nederland wordt steeds drukker. Hoe meer wegen er komen, hoe meer tunnels er nodig zijn om er voor te zorgen dat de das veilig richting het bos kan lopen”, stelt Moonen van Das & Boom. Daarnaast vrezen sommigen dat de groeiende populatie dassen achter de konijnen zal aangaan. „Het is de vraag wat dat voor reactie uitlokt. Maar een das eet voor tachtig procent insecten. Voor een konijn zijn ze te traag”, vult boswachter Pot Moonen aan.

Dat ze traag zijn blijkt wel bij de burcht. Er is inmiddels twee uur verstreken, de zon gaat bijna onder en het begint koud te worden. „Ik snap er niets van, ik had ze allang verwacht”, fluistert Pot. Het witte eenarige wollegras begint na al dat getuur zelfs al een beetje op de witte streep op de kop van een das te lijken.

Dan verstijft Pot plotseling. Heel even steekt een das zijn kop uit een pijp, snuffelt wat en binnen drie seconden trekt het dier zijn kop weer terug. Het resultaat na twee uur en een kwartier wachten is een grom en een halve das. Staat genoteerd!

Een das laat zichzelf zien bij zijn burcht op het heideveld bij Hooghalen. Doorgaans liggen de meeste burchten in of aan de rand van een bos. (AALDRIK POT, STAATSBOSBEHEER)
Sporen verraden de aanwezigheid van dassen. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden