Een dag vogelen in het hoge noorden

Midden op de watervlakte van het Blikplaatgat zwemmen de zwanen. We tellen er negen endertig. Een paar asgrauwe jongen van dit jaar drijven tussen de blinkend witte vogels. Het zijn kleine zwanen, die gebroed hebben in de toendra's van Noord-Rusland, Nova Zembla of Siberië en in ons land de winter komen doorbrengen. Voortdurend klinkt hun melodieuze, wat droevige, toeterende 'hoe-hoe' over het water.

Ik heb de Lauwersmeer wel eens kouder meegemaakt. In januari, 'smorgens bij zonsopgang, om het ontwaken van de zwanen te beleven. Met wit bevroren gras en een ijzige noordooster was dat afzien. Met dertien graden valt er nu niets te mopperen, al is het zwaar bewolkt met af en toe een waterig zonnetje. Ondanks het sombere weer is het genieten op de uitzichtheuvel in de Kollumerwaard.

Koos heeft een telescoop meegenomen en daarmee is goed te zien dat het geel aan de snavel minder uitgebreid is dan bij wilde zwanen en dat de snavel van jonge kleine zwanen roze met wit is.

Voortdurend klinkt de bedelroep van jonge futen -zo laat in het jaar nog. Ze laten zich niet zien. Wel een volwassen fuut, nog in zomerkleed met brede roodbruine bakkebaarden en tweepuntige kuif. Het moeilijk te lokaliseren 'kip... kip.... kip....', dat best uit een van de rietvelden kan komen, maar misschien ook uit de bosrand, is waarschijnlijk van een waterral.

Vogelrijkdom
Er zwemmen eenden tussen de zwanen: tamelijk veel smienten -we horen steeds het fluiten van de woerden-, daartussen pijlstaarten en slobeenden, waarvan alleen de bont getekende woerden herkenbaar zijn. Dichterbij zijn vier wintertalingen aan het badderen, waarbij je de groene vleugelspiegel goed kunt zien. Een troep van minstens vijftien krakeenden zwemt dicht bij de rietkragen, maar die eenden zijn zo grauw gekleurd dat ze helemaal in de omgeving opgaan.

Een spierwitte vogel, groter dan een lepelaar en vliegend met ingetrokken hals, strijkt neer in het grasland op de linkeroever en begint zich daar uitvoerig te poetsen. Aan zijn gele snavel, typisch voor het winterkleed, zien we dat het een grote zilverreiger is. Bij de kleine zilverreiger is de snavel ook in de winter zwart.

We zijn nog niet op de zilverreiger uitgekeken, als laag over het water een plompe, uilachtig bruine reiger vlak langs het uitkijkpunt wiekt en nogal plompverloren in het riet valt. De roerdomp is meteen tussen de lichtbruine riethalmen verdwenen.

Ik verbaas me over de vogelrijkdom en herinner me dat Gooise vogelaars in een septemberweekend vorig jaar honderdtien vogelsoorten waarnamen in de Lauwersmeer, waaronder zeldzame zoals Bonaparte's strandloper, grauwe franjepoot en Groenlandse giervalk. Anderen meldden in datzelfde weekend de uiterst zeldzame Stellers eidereend bij de grote Lauwerssluizen. Een aansporing voor ons om goed naar bijzondere soorten uit te kijken.

Naar de Ezumakeeg
Op een troepje kolganzen na dat in een lange linie overvliegt, en een enkele rietgors die snel van de ene naar de andere rietkraag oversteekt, is er weinig meer te zien aan het Blikplaatgat. Koos stelt voor naar de Ezumakeeg te gaan, nauwelijks een kilometer van het Blikplaatgat bij Ezumazijl ten zuiden van Oostmahorn. Een beroemd vogelgebied. Dat blijkt ook al snel als we vanaf de verharde weg over de ondiepe plas uitkijken.

Een grote zilverreiger beent aan de overzijde van het water, terwijl een troep van minstens honderd bonte strandlopers rondtrippelt op een slikplaat net boven water. De telescoop verraadt dat bijna onzichtbaar tussen de russenpollen watersnippen voedsel zoeken. Door hun schutkleur vallen ze minder op dan hun lange snebben.

Op het water wemelt het van de wilde eenden en smienten (woerden voornamelijk grijs met warmbruine borst, kastanjebruine kop en goudgeel voorhoofd). Clubjes wintertalingen, de kleinste van onze eenden, vliegen in opmerkelijk snelle vlucht over en voegen zich bij de andere eenden. Door hun bonte verenkleed (zwartgroene kop, roodbruine buik, witte borst en schouders) vallen de slobwoerden op in de eendentroep. Er zwemmen wat pijlstaarten rond en ook bergeenden, maar erg bijzonder kunnen we de laatsten niet vinden. We denken even dat er wat leven in de brouwerij komt als laag over de oeverbegroeiing een slechtvalk aan komt wieken, maar de roofvogel zaait alleen paniek onder de strandlopers.

Ganzengebied
De polder De Band bij Anjum is een beroemd ganzengebied. Dat blijkt ook nu weer. Van de ventweg naast de weg naar Lauwersoog, in het verlengde van de Bantswei, kijken we naar vele honderden brandganzen, zwart, blauwgrijs en wit en duidelijk kleiner dan de even talrijke grauwe ganzen, die afzonderlijk op de weilanden grazen. Ze zijn gemakkelijk te bekijken, want ze worden hier niet bejaagd en voelen zich veilig voor toeschouwers vanaf de weg. De grauwe ganzen vliegen af en toe zonder duidelijke reden op, waarbij het zilvergrijs van hun verenkleed sterk opvalt.

De ganzen trekken meer de aandacht dan de honderden goudplevieren, behalve wanneer die als een wolk heen en weer gaan vliegen boven de weilanden. Er zit een kemphaan tussen, nu in winterkleed net een tureluur met zwarte in plaats van rode poten. Er zijn minder kieviten dan we verwachtten: een paar maar aan de rand van de plevierenzwermen.

Uitsluitend naar vogels kijken, ik doe het niet vaak. Terwijl het een hobby is van duizenden Nederlanders. Wat Vogelbescherming Nederland betreft, kunnen het er niet genoeg zijn. De organisatie gaf dit jaar een brochure uit met veel mooie vogeltekeningen. De folder 'Genieten van vogels kijken' kost niets en kan telefonisch (030-6937777) worden aangevraagd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden