Een dag loeren voor één foto

de schepping

Voortdurend dwalen zijn ogen af, naar buiten. Vanuit het café in de centrale bibliotheek van Rotterdam volgt fotograaf Otto Snoek de bewegingen op straat. Met een snelle blik scant hij voorbijgangers die op weg zijn naar de markt of er vandaan komen. Ook de rij voor de pinautomaat heeft zijn interesse. "Kijk, dat is een mooi exemplaar. Daar zou ik wel wat mee kunnen."


Hij wijst naar een vrouw die passeert met een rollator waarvan het mandje uitpuilt van boodschappen. Net als je wilt vragen wat haar fotogeniek maakt, heeft Snoek zijn oog al weer laten vallen op een ander 'prachtexemplaar': een dik ingepakte man met bontmuts en grote snor bij de pinautomaat. Aan zijn schoenen ziet Snoek dat het een man is die aandacht besteedt aan zijn uiterlijk. 'Humberto-Tanachtige types' noemt hij ze, met een knipoog naar de tv-presentator die ooit werd uitgeroepen tot best geklede man van Nederland. "Ze duiken steeds meer op in het straatbeeld, zelfs op de markt in Rotterdam. Het zijn van die mannen die heel goed weten hoe ze eruitzien. Ik haal ze er meteen uit."


Toen hij onlangs de foto's bekeek die acht jaar geleden te zien waren op zijn tentoonstelling 'Why Not' in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, vond hij die ineens zo gedateerd. "Humberto-Tanmannen zag je toen niet, wel heel veel ouden van dagen. De mannen in zo'n grauw regenjasje dat oud-burgemeester Wim Thomassen van Rotterdam ook droeg. En de vrouwen hadden permanentjes. Waar zijn ze gebleven, vraag ik me af."


Voordat we de markt op gaan, wil Otto Snoek (50) eerst wat vertellen over zichzelf en zijn werk. Meteen na binnenkomst in het café heeft hij zijn stoel verschoven, zodat hij breed uitzicht heeft op de straat en dichter bij de verslaggeefster zit. Hij zit graag op de huid van mensen. Zijn actieradius op straat is ook heel klein: anderhalf tot drie meter. "Binnen die afstand heb ik alles scherp en zoek ik. Ik heb één camera, één vast brandpunt, dus geen zoomlens, één film en één flits. En dan is het alleen maar op de knop drukken."


Otto Snoek groeide op in een Rotterdams arbeidersgezin op het Noordereiland. Naar mensen kijken deed hij toen al graag. Na een opleiding aan de St. Joost Academie in Breda begon hij als freelance-fotograaf in de krantenwereld, onder meer voor Trouw. Al gauw specialiseerde hij zich in 'de straat'. Otto Snoek is nu de bekendste straatfotograaf van Nederland. 'Zonder aanzien des persoons' brengt hij het alledaagse leven in beeld, in Rotterdam maar ook in andere Europese steden.


Zijn favoriete plekken zijn die waar veel mensen samenkomen: markten, evenementen, nachtclubs, koopzondagen, maar ook het filmfestival in Cannes. Herkenbare maar ook confronterende beelden zijn het van koopzuchtige, snackende, op vertier beluste of verveelde menigtes.


Ergernis


Snoek heeft een scherp oog voor de gedragingen van mensen, hun kleding en lichaamsversieringen, of het nu gaat om opgetutte jonge vrouwen aan de rosé in een hippe strandtent, bezoekers van de miljonairsfair, funshoppers of voetbalsupporters. Altijd is hij op zoek naar locaties met een hoge 'omloopsnelheid'. Als een 'zeebeestje' laat hij zich meedrijven in de mensenstroom, ondertussen speurend naar wat hij 'knooppunten' noemt. Want de beste plekken zijn die waar mensen elkaar kruisen en gedrang kan ontstaan, en die ook nog iets van de omgeving laten zien. Daar staat hij soms wel een kwartier of nog langer. Dat leidt regelmatig tot ergernis of zelfs agressie. "Dan vragen ze of ik ergens anders kan gaan staan, want ik houd de klanten van hun marktkraam weg. Of ze roepen dat ik moet oprotten. Met mijn warrige haar en camera wek ik argwaan. Ik zie de mensen vaak kijken: is dat een kinderlokker, iemand van de belastingdienst of een randdebiel? Ik beweeg ook vreemd, omdat ik wat in elkaar duik om met mijn lengte van bijna twee meter de mensen toch in het gezicht te kunnen kijken."


Het wantrouwen is de laatste jaren 'extreem gegroeid', zegt hij. "Tien jaar geleden waren de mensen nog redelijk medianaïef. Door de sociale media is dat enorm veranderd. Mensen willen door de selfiecultuur controle over hoe ze in beeld komen. Als ze vragen waarom ik hen fotografeer, zeg ik altijd dat ik een tijdsbeeld maak van de stad en dat straattaferelen veel zeggen over de stad en de bewoners. Vroeger kwam ik daar meestal wel mee weg. Nu gebeurt het dat ze tegen mijn schenen schoppen of een harde duw geven tegen mijn hoofd. Meestal zijn het mensen van wie je het niet verwacht. En er is veel verbaal geweld, schelden en schreeuwen. Ik ben banger geworden om met de camera de straat op te gaan. Maar mijn nieuwsgierigheid wint het altijd. Ik ben ook nooit gezwicht voor dreigementen, al wacht ik wel eens langer om een foto te publiceren, als mensen daardoor echt problemen zouden kunnen krijgen."


Korte rokjes


Dat was het geval bij het laatste filmfestival in Cannes. Enkele jonge Arabische vrouwen smeekten hem toen om de foto's die hij van hen had gemaakt niet te publiceren. "Die meiden liepen er zwaar opgemaakt en met korte rokjes bij. Die foto's laat ik wat langer liggen. Ik werk toch al traag. Ik spaar filmrolletjes op; pas als er twintig liggen laat ik ze ontwikkelen. Dan bekijk ik de negatieven met een loep. Alleen wat ik echt goed vind, scan ik in. "


Tijd om naar buiten te gaan. Hij haalt zijn analoge camera tevoorschijn, een Fuji GSW690III, de Texas Leica. "Geen batterijen, geen belichtingsmeter, geen telelens. Het is een heel Spartaanse camera. Mensen denken altijd dat de kracht zit in veel lenzen, maar dat is niet zo." Er zit een rolletje in voor twaalf opnames. "Ik maak steeds minder foto's, omdat ik steeds kritischer ga kijken. Alles moet kloppen voordat ik afdruk. Soms ben ik vier uur buiten geweest voor één foto."


Mensen vragen hem vaak waarom hij geen digitale camera gebruikt. "Deze camera is een verlengstuk van mijn hand. Ik wil echt niks anders. Bij een digitale camera kun je ter plekke kijken wat je gefotografeerd hebt, maar dat heb ik niet nodig. Het nabeeld zit in mijn hoofd." Dat de kwaliteit van digitale foto's beter zou zijn, bestrijdt hij. "Anders. Ze zijn zo gemeen scherp dat het lijkt alsof het geen foto's meer zijn en dat je naar de realiteit kijkt. Mijn foto's hebben nog het karakter van een foto, doordat ze een omfloerste scherpte hebben. Het vloeit wat zachter weg."


"Mooi licht vandaag", constateert hij als we buiten staan. "Wel jammer dat het zo koud is en de mensen zich dik hebben ingepakt. Het zijn nu allemaal muppets en worsten." Het liefst gaat hij de straat op met dertig graden, vertelt hij, terwijl we naar één van zijn favoriete 'knooppunten' lopen. "Als het heet is, is de straat net een huiskamer en geven mensen zich ongegeneerd bloot. Wat je ziet op straat.... De werkelijkheid is vaak gekker dan je zelf kunt verzinnen."


Patatkraam


Het is hem toch wat te stil op de plek die hij heeft uitgekozen. Daarom loopt hij naar een patatkraam, waar zijn oog meteen valt op een hoogblonde vrouw met een neuspiercing in een heftige tijgerprintjas. Het personeel van de kraam lijkt niet blij met zijn aanwezigheid. Snoek doet een paar stappen opzij, maar blijft vanuit zijn ooghoeken loeren. Na een tijdje houdt hij het voor gezien. Daar kon hij toch niks mee, met die vrouw, ook al had ze 'hele mooie getekende wenkbrauwen'. "Maar ik wil niet alleen excentrieke mensen fotograferen. Een foto moet meer lagen hebben." Hij wijst naar een kraam met ondergoed. "Als ze nou hier had gestaan, met die grote zwarte onderbroek aan de lijn tegen de achtergrond van de Laurenskerk, kom je al wat dichterbij. Ik zoek het nooit in harmonie. Daarom pleur ik graag zo'n zwarte onderbroek in het beeld. Want daarmee zegt die foto nog sterker iets over Rotterdam, waar ook zomaar gebouwen in de stad worden gepleurd, zoals bijvoorbeeld de Markthal. Rotterdam is ook niet in harmonie."


De Newyorkse straatfotograaf Garry Winogrand (1928-1984) is zijn grote voorbeeld. Hij fotografeerde mensen op straat, in parken en stations zonder dat ze zich daar bewust van zijn. "We hebben veel gemeen. Net als Winogrand wil ik mensen met mijn camera betrappen. Ik verbouwereer ze. Niet om ze te kijk te zetten, maar omdat ze iets vertellen over de tijdgeest en de gesteldheid van een stad."


Daarom fotografeert hij niet de dikke jongen met schreeuwerig shirt. "Die is gewoon veel te dik. Daar win ik het niet van, welke ingrediënten ik ook toevoeg." Ook drie vrouwen die kroketten eten op een bankje, vallen af. "Er zit te weinig beweging in." Maar dan ineens staat hij stil. Iets verderop staan twee vrouwen: de een in een roze teddybeerjas, de ander in een lange knalrode mantel. Ze staan voor een marktkraam, ook in knalkleuren, met de Hoogstraat en Laurenskerk op de achtergrond. De kleuren vloeken als een gek bij elkaar, maar Snoek heeft zijn camera al in de aanslag. "Prachtexemplaar, woest, ongepolijst", mompelt hij. "Nu nog wat dichterbij." Maar de dames lopen al van elkaar weg. Snoek: "Alle ingrediënten bij elkaar. En dan vallen ze toch net niet in de plooi."


In 'De Schepping' vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Uren brengt fotograaf Otto Snoek door op straat om mensen te betrappen met zijn camera. Dat valt niet mee in de selfiecultuur. 'Het wantrouwen is extreem gegroeid.'

Een tijdsbeeld van Europa in straatfoto's

In vrijwel alle landen van Europa fotografeerde Otto Snoek de afgelopen jaren nationale feesten en herdenkingen. Hij laat daarin zien hoe in de Europese steden opkomend nationalisme en populisme ook zichtbaar worden op straat. Zijn fotoserie 'Nation' is van 28 januari t/m 7 mei te zien op de tentoonstelling 'Europa. What Else?' in het Nederlands Fotomuseum Rotterdam.


Op deze expositie zijn ook foto's te zien van Nico Bick van interieurs van alle parlementen in de Europese Unie. Het museum voegde daar een derde luik aan toe: de beroemde fotoserie 'De Europeanen' uit 1955 van de Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson, die niet eerder in Nederland was te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden