Een column en een serie

Derde Paasdag. 's Ochtends las ik Bert Wagendorp in de Volkskrant. Een prominent en succesvol columnist en schrijver. Alleskunner. Fijne pen, scherp waarnemingsvermogen, gevoel voor de tijd, want geen sport lijkt tegenwoordig zo geliefd als het wielrennen. Zijn bestseller 'Ventoux' is er dadelijk als film. Zijn laatste boek maakte hij samen met zijn dochter, een vader-dochterboek, ik kon hem om beide benijden, mooie foto ook van de twee samen. Ze toeren door het land.

Dus waarom zou hij deze ochtend niet fijntjes gehakt maken van Ayaan Hirsi Ali, die in de grote wijde wereld weliswaar nog iets succesvoller was geweest dan hij, maar die haar succes dankte aan analyses die 'wat onderbouwing betreft aan de dunne kant' waren.

Wel was ze moedig, absoluut.

Maar een verslaggever van de Volkskrant was helemaal naar New York gevlogen om met haar te praten, en toen had een medewerker van haar Amerikaanse uitgever na 35 minuten op de stopknop gedrukt van zijn opnameapparaat. 35 minuten! 'Misschien was ze door haar tekst heen, misschien had ze geen zin in kritische vragen', schreef Bert Wagendorp. In gedachten vulde ik aan: misschien zou ze bij de kritische Volkskrant door de mand gevallen zijn. Zoals bij haar optreden in de satirische 'Daily Show' van Jon Stewart. 'In het gesprek wekte ze de indruk van een studente die behoorlijk slecht was voorbereid op een tentamen en die hakkelend nog een klein zesje probeerde te scoren.'

Ik had haar ook gezien bij Jon Stewart. En me over zijn vasthoudendheid aan de oppervlakkige vergelijking tussen christendom en islam verbaasd - de reformatie van het christendom was toch ook een lang en bloedig proces? Alsof we de late middeleeuwen herbeleven.

Haar antwoorden en nuanceringen leken aan die ingenomen stelling ondergeschikt. Maar de studente bleef bij haar eigen verhaal. Soms lachte ze er even mild bij.

Ah, je probeert je boek te verkopen, riep Stewart tenslotte uit en de studio lachte, net als de studente wier leven al ruim tien jaar wordt bedreigd. Een zesje.

Ik stampvoette. Spreekwoordelijk.

's Middags zag ik de laatste aflevering van het eerste seizoen van 'Better Call Saul'. Hoe doen die Amerikanen dat toch, personages scheppen van wie je werkelijk gaat houden, zoals van de kleine zwendelaar Jimmy McGill, die zo graag net als zijn succesvolle broer Chuck een gevierd advocaat zou zijn, maar die zijn titel haalde via een schriftelijke cursus bij de universiteit van Amerikaans West-Samoa?

Misschien is de serie zo goed omdat er zoveel tijd en langzaamheid genomen wordt om een verhaal te vertellen, er kwamen afleveringen voorbij waarin nauwelijks iets voorviel dat van groot belang leek, maar toch bleef je Jimmy volgen, in zijn pogingen om te slagen, in zijn mislukkingen, vooral ook omdat hij keuzes maakte die je zelf ook zou maken in het idee uiteindelijk het goede te doen, hoe krom ook de praktijk. Jimmy McGill ontroerde.

Er is veel Jimmy in ons.

Ik dacht na over mijn eerdere boosheid, over Bert en Jimmy, over succes en mislukking, en over hoe ijdel en zinloos alles scheen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden