Een colbert heet niet naar Colbert

OFFICIEEL ORGAAN VAN HET NEDERLANDS GENOOTSCHAP TER BEVORDERING EN VERBREIDING VAN NUTTELOZE KENNIS. OPGERICHT 14 JULI 1989 TE AMSTERDAM. VOORZITTER:JAN KUIJK, SECRETARIS/PENNINGMEESTER: RUUD VERDONCK, LID: ROB SCHOUTEN. 3e JAARGANG NUMMER 3

De ochtend is de tijd van diepe gedachten. Zal ik dit jasje aandoen of een andere? Het maakt eigenlijk niks uit en dat maakt besluisteloos. Ik koop mijn jasjes tweedehands. De mooiste zijn ooit op maat gemaakt de kleermaker heeft in een binnenzak geschreven voor wie en wanneer. Sommige zijn meer dan dertig jaar oud.

De kastdeur gaat weer dicht. De colberts mopperen wat in het donker over 's mensen wispelturigheid, maar ik ben nog wel met ze bezig. Waarom heten ze zo?

Markies

colbert' (kolbert) (Fr), o. en m. (-s), 1. jas zonder panden;

Van Dale helpt niet verder. Misschien weet Winkler Prins meer. Had Lodewijk XIV niet een minister die Colbert heette? Jean-Baptiste Colbert, markies de Seignelay, leefde van 1619 tot 1683. Hij was onder andere minister van financien en in 1669 werd hij opperintendant van de koninklijke gebouwen, van de schone kunsten en fabrieken. Hij wilde Frankrijk net zo rijk als Holland maken en kwam daartoe met het colbertisme, een systeem dat er simpel gezegd op neer kwam, dat grondstoffen vrij Frankrijk konden worden ingevoerd, maar op fabrikaten uit den vreemde stonden hoge importtarieven. Een land dat meer uitvoert dan invoert wordt rijk, redeneerde Colbert. Maar over jasjes staat er niets.

In de bibliotheek staan meer woordenboeken en sommige daarvan verwijzen bij colbert naar Jean-Baptiste Colbert. Ook de etymologische woordenboeken doen dat. Het jasje colbert, zo praten ze elkaar na, is genoemd naar de minister Colbert. Maar verder gaan ze niet. Waarom, en wanneer, en door wie het jasje is vernoemd, wordt niet geopenbaard. Het 'Eponiemenwoordenboek' van Ewoud Sanders - woorden die teruggaan op historische personen - zegt het eerlijk: het colbert is naar Colbert genoemd, maar niemand weet waarom. Het woord colbert is ook pas een eeuw oud.

Encyclopedien zijn er hier in de openbare bibliotheek ook veel, maar geen noemt jasjes; colbert staat er zelfs helemaal niet in. Wel Colbert. De Franse Larousse, de Duitse Brockhaus en de Encyclopaedia Brittannica geven Colberts levenswandel de lengte van twee of drie kolommen. Textiel kruist even Colberts pad. Het tapesterienbedrijf Les Gobelins kreeg in 1667 van Colbert de titel Manufacture Royale des Meubles de la Couronne.

Het was een van de industrien die hij oprichtte of onder koninklijk beheer plaatste om Frankrijk meer produkten te kunnen laten uitvoeren. En er blijkt een kantsoort te bestaan, die point colbert heet. Point colbert is echter zestiende-eeuws Venetiaans, en dat wandtapijten en jasjes meer met elkaar te maken kunnen hebben dan 'allebei textiel', bleek pas driehonderd jaar na Colberts bedrijf, toen hippies jasjes van oude Perzische tapijtjes maakten.

Jean-Baptiste Colbert was de zoon van een wolhandelaar, vertellen de encyclopedien. Dat kan voor iemand een reden zijn geweest om een jasje colbert te noemen. Maar als afstamming de reden was, waarom dan Colbert als naamgever voor jasjes gekozen? Er zijn bekende mensen met een wolhandelaar als vader. Ik had shakespeartjes in m'n kast kunnen hebben: ook de vader van Shakespeare handelde in wol.

Kraag

Bij minister Colbert dus geen inlichtingen over colberts. De openbare bibliotheek heeft verder geen boeken over hem. De Universiteitsbibliotheek heeft er vijf. Maar om nu vijf Franse biografien door te spitten in de hoop op een verwijzing naar jasjes . . . de kans op succes is erg klein, begrijp ik inmiddels.

Het is ook niet zo, dat Colbert jasjes droeg die op colberts leken: er is een marmeren buste van hem, er zijn verschillende portretten, maar hij draagt steeds een kanten kraag en een artistiek gedrapeerde cape. Naslagwerken over mode laten in de zeventiende eeuw helemaal geen colberts zien.

Ik weet wel uit de dagboeken van Samuel Pepys en John Evelyn dat Charles II van Engeland op 14 oktober 1666 een nieuwe mode invoerde: a comely Vest naar de Perzische mode, schrijft Evelyn. Pepys noemt het Vest ook Cassocke: een lang tot de knieen - nauwzittend vest. Daarover werd een even lange jas gedragen. De broek, eerder in de eeuw nog heel wijd, werd nauwer, om onder vest en jas te passen. De verre voorloper van het driedelig herenkostuum: broek, vest, colbert.

De jas van Charels II had inderdaad wel wat van een lang en rijk versierd colbert. Maar waar is Colbert in dit verhaal? Nergens. Zijn werkgever, Lodwijk XIV, bespotte de nieuwe mode van Charles zelfs, en een tijdje ging het gerucht dat Lodewijk zijn bedienden had uitgedost volgens de mode van de Engelse koning. En als dat waar is, schrijft Pepys op 22 november 1666, dan is het de grootste belediging ooit gedaan door de ene vorst aan de andere.

Charles

Het besluit van Charles II 'om een nieuwe mode te introduceren en dan nooit meer iets anders te dragen' wordt in diverse boeken als de genesis van het driedelig pak genoemd. Broek en vest gingen hun weg met vallen en opstaan, en volgden de omwegen die het pad van evolutie aangaf, maar echt afgedwaald zijn ze niet. Het vertrekpunt werd niet uit het oog verloren.

Mijn jasjes en vesten zijn duidelijk afstammelingen van de nieuwe mode van Charles II. Het vest werd tegen het eind van de achttiende eeuw korter. Het jasje begon half de negentiende eeuw op onze moderne jasjes te lijken. Maar geen enkel boek over kostuumgeschiedenis vertelt waarom ons jasje colbert heet en niet charles.

Gelukkig bestaan er musea, en musea hebben kostuumafdelingen. Textielhistorici zijn enorm aardige mensen. Ze doen allemaal alle moeite om iets te zoeken over colberts. Iedereen kent Colbert, maar inderdaad, nu ik het zeg, waarom draagt het colbert zijn naam? Er wordt veel onderzoek gedaan op het gebied van mode, maar het colbert is tot nu toe blijven hangen.

Puur Nederlands

De Stichting Textielgeschiedenis organiseert elk jaar een studiedag en geeft een jaarboek uit. Ik heb nummer 31, 1991, gekocht omdat er zulke buitengewone leuke en interessante opstellen over kleding in staan. Dat komt nu goed van pas. De secretaris van de Stichting weet wel iemand die me waarschijnlijk kan helpen, en hij geeft me het telefoonnummer van dr. F. L. Jansen, die een proefschrift over de Nederlandse kledinghandel heeft geschreven: 'Kledinghandel in transitie, oorsprong en ontwikkeling van het familiebedrijf A. F. Jansen, 18891987. Een van de stellingen bij het proefschrift luidt: 'Het woordt 'colbert' als aanduiding voor kort jasje komt in Franse woordenboeken niet voor'.

Het woord colbert is puur Nederlands. Van Dale en andere woordenboeken mogen dan (Fr) achter het woord colbert zetten, in Frankrijk kennen ze het woord niet. Noch elders. Colbert voor jasje is Nederlands. Maar wanneer en door wie het jasje voor het eerst colbert werd genoemd weet dr. Jansen niet.

Volgens Ewoud Sanders kwam het woord colbert een eeuw geleden in Nederland op. Zijn eponiemenwoordenboek - verschenen in oktober 1990 - heeft vier pagina's geraadpleegd werken: daar hoef ik dus niet te zoeken. Toch kijk ik nog even in het Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal. Het geeft van veel woorden de geschiedenis en de herkomst. Maar ik had er al zo'n mistroostig vermoeden van: over colberts maakt het grote woordenboek me niets wijzer. Het tijdschrift Onze Taal dan. Ook niets.

Buis

Het P. J. Meertens-instituut voor dialectologie, suggereert mevrouw dr. K. P. C. de Leeuw. Ze heeft een artikel geschreven in het jaarboek Textielhistorische bijdragen, en ik was haar proefschrift al bij mijn speurtocht in de bibliotheek tegengekomen: 'Kleding in Nederland 1800-1920'. Een veelbelovende titel, maar nee, geen colberts. Op het platteland werd in de negentiende eeuw nog vaak het woord buis voor jas gebruikt. Verder sprak men simpel over jas. Bij dialectologie wordt de gedachte geopperd, dat het colbertisme, een conservatieve economische handelswijze, iemand op de gedachte heeft gebracht het jasje colbert te noemen. Of anders misschien het feit dat Colberts plannen nadelig waren voor de Hollandse lakenindustrie.

Een financiele tegenslag van tweehonderd jaar geleden die eind negentiende eeuw iemand een modern jasje de naam laat geven van de Franse minister die het economisch beleid heeft uitgedacht dat uiteindelijk verantwoordelijk was voor het verleppen van de textielindustrie? Het lijkt wat vergezocht. En wat conservatisme betreft: in z'n beginjaren was het colbert juist heel modern. Nog in etiquetteboeken uit de jaren twintig van deze eeuw is het colbert een jasje voor jongelieden in hun vrije tijd.

Het enige wat na een week telefoneren en zoeken in bibliotheken duidelijk is geworden, is dat het begrip colbertjasje een ongeveer honderd jaar oud Nederlands woord is. Wie is op de gedachte gekomen het jasje voor sport en platteland colbert te noemen? Het persoonlijk leven en het economisch beleid van minister Jean-Baptiste Colbert was slechts hier en daar verweven met de textielindustrie. Zijn vader de wolhandelaar, de bemoeienis met de wandtapijtenindustrie in 1667, zijn handelsstelsel dat nadelig was voor de Hollandse lakenindustrie. Dat zijn vage aanknopingspunten. Charles - of pepys, of evelyn - was dan nog een meer voor de hand liggende naam geweest dan colbert. Nader onderzoek is gewenst. Hier ligt een taak voor Het Genootschap en zijn afnemers. Waarom draagt het colbert de naam van Colbert?

VAN HET BESTUUR

Natscheerder bedreigd (2)

Ernstiger nog dan door de jongste Philips campagne worden sommige natscheerders bedreigd door vergissingen en door de ui, van aluin en puimsteen (zie ons O. O. 5e jaargang nr 2). Meldingen van afnemers te Castricum, Alphen aan den Rijn, Amsterdam, Ommen en Heiloo, om er maar een paar te noemen: men behoort kleine scheerwondjes te behandelen met aluin. Puimsteen dient gebruikt om hout te schuren. Vergissing in deze is menselijk maar wreed.

Opmerkelijk is dat de helft van de afnemers meent dat de schrijver van de geincrimineerde studie, dus geen natscheerder kan zijn. Nog sterker, een afnemer wist dit al, want hij had onlangs ergens een foto van onze secretaris/penningmeester gezien. Dat moet ook een vergissing zijn.

Een goed moment om even de aandacht te vestigen op het verbindende familielid van aluin en puimsteen: de Judeenne “of steen om zich zonder scheermees, water of zeep te scheren.” Deze steen was rond 1830 te koop bij het magazijn van manufacturen, mode-artikelen, enz. , enz. , van N. D. Brandon, Kalverstraat 217, “over de kerk de Papegaai”, zoals een advertentie van Brandon van toen zegt.

“Deze STEEN, samengesteld uit al die ingredienten, waarvan zich de lapidaires tot het polijsten der edelgesteenten bedienen, bevat alleen stoffen, die voor de huid voordelig zijn.” De steen belet puisten, houdt de huid zuiver, maakt 'm glad en weert alle vurigheid uit de kaken. Men kon er tevens de nagels mee vijlen en hij was “van groot nut voor de HH. geneesheren en chirurgijns voor het leggen van verbanden en voor de accouchementen.” Puim en aluin, dus.

“De Judeenne zal van groot nut zijn voor personen die door hun beroep genoodzaakt worden om op alle uren uit te gaan voor bezigheden, waarvan de duur niet bepaald kan worden, voor militairen, zeelieden, arbeidslieden en al degenen, die, aan handenarbeid gewoon, zich niet kunnen scheren zonder gevaar te lopen van zich te snijden; vooral reizigers, die een groot gedeelte van hun tijd in rijtuigen en schuiten doorbrengen, kunnen, zonder van plaats te veranderen, zich van de Judeenne bedienen, en bij het uitstappen terstond gereed zijn, hun klanten op te zoeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden