Review

Een classicus rekent af met oude liefdes

'Wachtend op de barbaren' van de Belgische classicus Luc Devoldere dankt zijn titel aan een bekend gedicht van Kavafis. Het is een wachten dat lijkt op het verbeiden van het einde der tijden of het wachten op Godot. Hoezeer gevreesd of verwelkomd ook, Kavafis' barbaren komen niet.

Dat uitblijven confronteert de hoeders van de beschaving en de handhavers van de maatschappelijke orde met de eigen verantwoordelijkheid. Het verval van de cultuur en de sociale desintegratie kunnen niet zomaar op het conto van de onbeschaafde nieuwkomers worden geschreven, maar liggen aan de wortels van Europa, dat altijd geprofiteerd en geleden heeft van invloeden van buitenaf.

De barbaren waren al onder ons voordat ze zich lijfelijk aan de poorten meldden. Bovendien horen de klachten over de onvermijdelijke neergang van de beschaving en de angst voor de grote kladderadatsch bij een refrein dat al drie millennia lang klinkt van Athene tot Amsterdam. Devoldere heeft overzicht genoeg om het hedendaagse cultuurpessimisme te relativeren en weigert daarom toe te geven aan scepsis en fatalisme.

Luc Devoldere is niet alleen een kenner van de klassieke cultuur, maar ook een essayist met een zekere naam. Hij mag zich met recht een cultuurdrager noemen: Sinds 1 mei van dit jaar staat hij als opvolger van Jozef Deleu aan het hoofd van de Stichting Ons Erfdeel, een organisatie die in binnen- en buitenland de belangen van de Nederlandse taal en letteren behartigt. Met een Nederlandstalig (Ons Erfdeel), een Frans (Septentrion) en een Engels (The Low Countries) publicatiemedium wordt wereldwijd een publiek van vele tienduizenden bereikt.

Dat hij tegelijk met zijn aantreden bij Ons Erfdeel deze kloeke essaybundel heeft samengesteld, kan bijna geen toeval zijn. 'Wachtend op de barbaren' bevat zoveel reflecties op het karakter en de richting van de eigentijdse cultuur dat het boek er vanzelf de status van visitekaartje door krijgt. Des te opvallender is het dat de Nederlandse literatuur -ons erfdeel- er vrijwel niet in voorkomt.

Devoldere is gevormd door de grote Europese traditie van cultuuroverdracht, die begint bij de stichting van de Alexandrijnse bibliotheek in de derde eeuw voor Christus. Hij schrijft met even veel gemak over de antieke auteurs Palladas, Horatius, Quintilianus en Marcus Aurelius als over de twintigste-eeuwers Yourcenar en Cioran. De laatsten worden, net als de andere Franse schrijvers die Devoldere behandelt, in lange lappen onvertaalde tekst geciteerd. Het Duits van Nietzsche daarentegen is voorzien van een Nederlands equivalent. Latijnser kon de oriëntatie niet zijn.

'Wachtend op de barbaren' bevat nogal wat beschouwingen waarin een literaire beroemdheid uit het verleden naar het knekelhuis van de geschiedenis wordt verwezen. Zelf spreekt Devoldere over zijn herijkingen en plaatsbepalingen als 'afrekeningen', een woord dat je doorgaans gebruikt voor vijanden, vrienden van weleer en uiteraard ook je vader.

Nietzsche, met wie Devoldere als aankomend lezer heeft gedweept, wordt weggezet als 'een profeet die door de toekomst voorbij is gehold'. Van een gemoderniseerde Nietzsche die in bepaalde kringen geldt als de grondlegger van de firma Heidegger & Derrida moet Devoldere niets hebben, zoals hij ook niets hebben moet van literatuurwetenschappers die nauwgezette tekstverklaring hebben ingeruild voor quasi-filosofische speculaties.

Met Nietzsche krimpen ook Horatius en Erasmus in de wasbeurt waaraan Devoldere hen onderwerpt. Van de Latijnse dichter blijft weinig meer over dan een knappe technicus wiens ideaal van gematigdheid vandaag de dag schraal en saai aandoet. De zestiende-eeuwse humanist blijkt als auteur niet langer een serieuze gesprekspartner en wordt ook nog eens ontdaan van zijn verdiensten als pleitbezorger van de verdraagzaamheid. Hier geeft Devoldere toe aan de postmoderne bezwaren tegen het traditionele humanisme dat hij in de Nietzsche-epigonen nu juist lijkt te laken.

Dan zijn er nog de portretten van vergeten figuren als de romancier en toneelschrijver Henri de Montherlant, de dichter Charles van Lerberghe en de columnist avant la lettre Alain. Alle drie zijn ze Devoldere aan het hart gebakken, al was het alleen maar omdat ze net als hij zelf door het thema van de decadentie werden gebiologeerd. Maar meer dan zijn sympathie krijgen ze niet. In zijn ogen zijn ze zo sterk verouderd dat niemand nog in staat is hen uit hun graf te laten opstaan.

Al met al is 'Wachtend op de barbaren' een eigenaardig boek. Devoldere heeft het duidelijk voor zijn plezier geschreven, maar ook met de uitgesproken bedoeling om oude liefdes de maat te nemen. Dat hij zelf in het midden van zijn leven is aangeland, zal met die aandrift wel het nodige van doen hebben. Maar wat hem en ons nu nog resten, wordt niet echt duidelijk. Misschien dat zijn functie als belangenbehartiger van de Nederlandse taal en cultuur hem aanleiding geeft om met verve uit te leggen wat de Lage Landen nog aan interessants in huis hebben. Van een hoeder over ons erfdeel mogen we niet minder verwachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden