Review

Een christelijk alternatief voor de levenskunstfilosofie

Jan Bremmer was hoogleraar godsdienstwetenschap in Groningen. Hij is de zoon van dr. R. H. Bremmer, indertijd een gevierd vrijgemaakt gereformeerd predikant, die later wegens een te open instelling door orthodoxe diehards is klein gemaakt en op een zijspoor gerangeerd.

Een godsdienstwetenschapper heeft wel wat van een dierentuinbezoeker. Hij neemt waar, maar staat aan de andere kant van de tralies. Zelf gelovig zijn hoeft niet. Hij is vrij. Een mooie positie voor iemand die de vermorzeling van een gelovige vader aan gene zijde van de tralies heeft meegemaakt.

Bij Bremmers afscheid verzorgden Groninger collega’s een bundel over het hedendaagse, religieuze landschap in Nederland. Ik las de bundel juist nadat ik de Doornse catechismus (DC) gelezen had. In de DC behandelen zeven vrouwelijke en zes mannelijke predikanten van Op Goed Gerucht, een platform voor moderne theologie binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), 52 geloofsvragen. Voor elke week één, zoals dat hoort in een catechismus. Door de Bremmerbundel kon ik iets doen waar ik anders niet op gekomen was. Ik kon hun catechismus plaatsen in het Nederlandse religieuze landschap.

In de Bremmerbundel neemt de Groninger ethicus Christoph Jedan het op voor de christelijke ethiek, tegen filosofen die beweren dat de rol van die ethiek raakt uitgespeeld en dat een seculiere levenskunstfilosofie de zaak zal overnemen. Jedan heeft het niet zo op die geseculariseerde levenskunstfilosofie. Ze is hem te contextueel, te subjectief ook. Volgens die filosofie is het de context die het handelen bepaalt.

Een voorbeeld. Als banken leningen mogen verstrekken aan minvermogenden die die leningen nooit kunnen aflossen, en bankiers doen dat, is daar contextueel bancair gezien niks mis mee. De christelijke ethiek daarentegen stelt dat onze verantwoordelijkheid meer omvat dan de rol die we in een bepaalde context spelen.

Ander voorbeeld. Wat goed is, is het subjectieve product van individuele smaak, zegt de levenskunstfilosofie. Nee, zegt de christelijke ethiek, waar je voor staat moet objectief iets goeds hebben, iets dat anderen met je kunnen delen. In de seculiere levenskunstfilosofie, aldus Jedan, versplintert het debat en tenslotte wordt zelfs de democratie ondermijnd, omdat er geen gezamenlijke noemer meer is.

De DC zit op hetzelfde spoor als de christelijke ethiek waar Jedan voor opkomt. De waarde van het leven wordt niet bepaald door wat belangrijk is in eigen ogen of in de ogen van omgeving en context. Er is zoiets als ’objectief goed en waardevol’ . De DC koppelt dat aan God, Jezus, kerk en geloof.

Voor de voorganger van de DC, de Heidelbergse catechismus, is geloof een stellig weten en een vast vertrouwen. De DC heeft niet veel met dat stellige weten. Des te meer met vertrouwen. Verwezen wordt naar Jezus, die het vertrouwen van ’ongelovigen’ als hoeren en Romeinse officieren ten voorbeeld stelde aan de ’gediplomeerde’ en stellige gelovigen. De DC koppelt geloof aan menselijkheid. God kennen is kiezen voor een bepaalde levenswijze. Bij Jezus kun je zien hoe die levenswijze er uitziet, wat God met mensen bedoelde. Van Jezus’ sterven leren we wat loslaten is. Zijn opstanding is een bemoediging: na Jezus’ dood valt de groep niet uiteen maar blijft bij elkaar.

De socioloog Durk Hak definieert godsdienst in de Bremmerbundel als ’een geheel van opvattingen en handelingen dat betrekking heeft op een niet-zintuiglijk waarneembare werkelijkheid’. Volgens die definitie valt de DC zeker binnen de categorie godsdienst. Maar er is wel een scheermes gehanteerd. Alle opvattingen over God, Jezus, Geest, kerk en noem maar op, zonder praktische betekenis, zijn weggesneden. Religie is God gegeven bezinning op praktisch handelen. Daarmee is de DC een markant christelijk alternatief voor de huidige verindividualiseerde, geseculariseerde levenskunstfilosofie en roeit misschien nog wel meer tegen de culturele hoofdstroom in dan varianten van het christendom die weliswaar meer oog hebben voor het stellig weten van de Heidelberger, maar tegelijk opmerkelijk veel tolerantie tonen voor subjectief, contextueel bepaald handelen – en dat alles onder het motto ’wij zijn nu eenmaal zondaars’.

Gelukkig lees ik in de DC ook nog dat de kerk tekenen van Gods aanwezigheid zoekt en viert. Zij het dat dat meteen weer gekoppeld wordt aan het zoeken van de naaste. Mag zoeken en vieren van God ook even zonder naaste? Even alleen met God en niks anders? Even stilte om de stilte? Ik moet al zo veel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden