Een carrière als boom

Vijf jaar geleden oogstten decor en kostuums van Janáceks ’Het sluwe vosje’ terecht veel lof. Vanaf vandaag is de kleurrijke en inventieve enscenering van De Nederlandse Opera opnieuw te zien. Hoe is het om in al die schitterende kostuums rond te lopen? Een gesprek met twee operafiguranten.

’Alle kippen naar het toneel! Libellen – vijf minuten!’ Door de intercom van de kleedruimtes van het Muziektheater in Amsterdam kun je die commando’s deze dagen horen schallen. Op de gangen in de catacomben, waar het vanwege de voorgenerale een drukte van belang is, staan rekken die boordevol hangen met de meest fantastische kostuums.

Die worden gebruikt in Janáceks aandoenlijke opera over het al dan niet bestaande verschil tussen mens en dier, en over de cyclus van leven en dood. Al die sublieme kostuums alsook het schitterend houten decor van glooiende akkers met geploegde voren werden ontworpen door Antony McDonald. Vijf jaar geleden, toen deze productie van ’Het sluwe vosje’ in première ging, was nog niet bekend dat McDonald ook heel behoorlijk kan regisseren; bij de Nationale Reisopera realiseerde hij inmiddels twee succesvolle afleveringen van Wagners ’Der Ring des Nibelungen’.

Rik Adema en Paul Holterman beamen volmondig dat McDonald met de kostuums voor ’Het sluwe vosje’ iets heel speciaals heeft gemaakt. „Die kostuums zijn zó gaaf”, zegt Holterman, „dat je daarom alleen al naar de voorstelling zou moeten komen. Het is bijna zonde dat mensen in de zaal de minutieuze detaillering die McDonald op zijn creaties aanbracht nauwelijks kunnen waarnemen.” Adema: „McDonald heeft het zo gemaakt dat je geen kopie van een dier speelt en ook geen karikatuur; al zijn dieren zijn heel menselijk.”

Holterman speelt in deze wonderlijke wereld ’Het zwarte paard’ en ’Boom’. Adema is ’Kever’, ’Muzikant’ en ’Jonge boswachter’. De twee mannen horen bij het legertje figuranten in deze opera, de belangrijke entourage van solo- en koorzangers, zelf niet zingend maar wel mede bepalend voor het beeld van een opera.

Wat is er nou leuk aan het spelen van een boom in de opera?

„Je staat op één van de mooiste operapodia ter wereld”, zegt Holterman, „dat alleen al is gewoonweg kicken. Nee, dat vele wachten is helemaal niet erg. Als er lichtrepetities zijn, sta je weleens van ’s ochtends tien tot ’savonds tien op het toneel met je collega’s. Ik vind dat heerlijk.”

„Daar komt dan een geweldige dimensie bij als de koor- en solozangers om je heen gaan zingen”, zegt Adema. „Dan sta je daar in al die decibellen. Man, man, wat kunnen die operazangers een geluid produceren; dat was echt een grote verrassing voor mij toen ik dat de eerste keer meemaakte. Opwindend en indrukwekkend!”

Adema zong jarenlang in kinderkoor De Kickers, was vertrouwd met klassieke muziek en werd op zijn 17de gevraagd om figurant te worden. „Ze hadden een jonge jongen nodig voor de productie van ’Mefistofele’. Ik moest daarin op een trampoline springen en me een beetje als een hooligan gedragen. Zo ben ik erbij gekomen. Mijn volgende productie was die van ’Het sluwe vosje’ vijf jaar geleden; ik speel daarin nu dezelfde rollen als toen.”

Holterman, die zichzelf spottend een gemankeerd acteur noemt, leerde De Nederlandse Opera kennen als leverancier van technische middelen aan de decor- en rekwisietenafdeling. „Toen ze daar in 2009 driehonderdvijftig vrijwilligers zochten voor hun productie van ’Carmen’ heb ik me aangemeld. Ik heb toen zo veel lol gehad, dat ik zo ongeveer in een zwart gat viel toen het voorbij was. Inmiddels zit ik in de kaartenbak bij DNO en heb sindsdien al gefigureerd in ’Il prigioniero’, ’Die Soldaten’ en ’Fidelio’. Ik kan beter ’s werelds beste figurant zijn dan krampachtig proberen om acteur te worden.”

De fascinatie voor opera ontstond bij Holterman toen hij met de eindexamenklas van de havo in een voorstelling van ’Parsifal’ in de Stadsschouwburg belandde. „De helft van mijn medeleerlingen was in de eerste pauze al verdwenen, in de tweede pauze waren er nog meer weg, maar ik zat vanaf het begin aan mijn stoel genageld. Ik denk dat hetgeen de muziekleraar ons had verteld over Wagners Gesamtkunstwerk mij op die dag helemaal duidelijk werd.”

Volgens beiden is er een heel prettige sfeer bij DNO waarin geen plaats is voor hiërarchie tussen zangers, dansers en figuranten. Iedereen gaat gemoedelijk met elkaar om. Adema: „Omdat ik de rol van ’jonge boswachter’ speel heb ik redelijk contact met Dale Duesing die de rol van boswachter zingt. Hij noemt me voortdurend ’young Dale’, en dat zegt iets over de leuke werksfeer die er hier is.”

Voor de figuratie van een opera worden gewoon audities afgenomen. Binnen de inmiddels redelijk vaste groep van DNO-figuranten is er ook dan geen onderlinge strijd of jaloezie. „Soms heeft een regisseur een bepaald type nodig en voldoe je daar niet aan”, zegt Holterman. „Soms staat een kostuum de een beter dan de ander, zo simpel kan het zijn.” Maar audities verlopen soms ook heel anders. Adema: „Voor de komende voorstellingen van ’Billy Budd’ moest ik met dertig anderen een auditie van bijna twee uur doen. Onder leiding van een choreograaf kregen we een soort work-out waarin we stoelen moesten stapelen, push-ups moesten doen en buikspieroefeningen. In die voorstelling blijkt een scène voor te komen waarin twee groepen met elkaar strijden om wie het snelst een kanon in elkaar kan zetten.”

Adema kreeg de rol. Bij de auditie werd meteen verteld dat er ook naaktscènes in voorkwamen. „Als je daar geen problemen mee hebt, krijg je voor één minuutje naakt substantieel meer betaald. Sowieso levert het figureren meer op dan vakkenvullen bij de supermarkt.”

Betaling is leuk, maar dat de twee zich tegelijkertijd cultureel aan het laven zijn is zeker zo belangrijk. „Soms sta ik zo intens te genieten op het toneel”, zegt Holterman, „dan wordt er zo mooi gezongen of gespeeld, dat ik als boom mijn concentratie verlies. Daar moet je voor oppassen want dan ga je zo in het geheel op dat je je cue mist.” Adema vindt het fijn dat hij moderne en moeilijke muziek van Zimmermann of Tan Dun leert begrijpen omdat hij die als figurant zo vaak hoort. „Ineens snap je dan waarover het gaat.”

Het grootste nadeel vinden beiden dat ze de voorstelling waarin ze spelen zelf nooit kunnen zien. „Maar als het kan”, zegt Holterman, „ga ik op een rustig plekje in de coulissen op een stoel zitten om te luisteren. Omdat je er zo goed in zit, hoor je het meteen als een zanger zijn tekst kwijt is, of struikelt over de muziek.”

En natuurlijk is de ene regisseur de andere niet, erkennen de figuranten. Sommigen hebben de houding van: het is maar figuratie. Dan krijg je volgens beiden weleens het gevoel van ’wat doe ik hier’. Maar vaak voelen ze zich een onmisbaar onderdeel van het geheel, van het Gesamtkunstwerk, en is er zelfs ruimte voor eigen invulling. „Als zwart paard”, legt Holterman uit, „ga ik een paar keer op en af. Bij één afgang valt op het toneel de duisternis in, en omdat een paard ’s avonds ook moe kan zijn, laat ik dan mijn hoofd net even iets meer zakken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden