Een Canadees in Rotterdam

Bijna vijf jaar zijn er verstreken sinds Yannick Nézet-Séguin (37) in december 2007 voorgesteld werd als nieuwe chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Toen nog redelijk onbekend, inmiddels een internationaal veelgevraagde en bejubelde maestro. Tijd voor een tussenstand.

Hij bekent het zonder blikken of blozen. "Johannes Brahms staat bij mij absoluut op nummer één", zegt de Canadese dirigent Yannick Nézet-Séguin. "Geen discussie over mogelijk, en hij staat zelfs met afstand op nummer één. Kijk, daarna, die nummers twee, dat begint moeilijker te worden; daar heb ik er een hele boel van." Volgt rap een heel rijtje namen waarin Bruck-ner, Mahler, Beethoven en nog een paar anderen langs stuiven.

De chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest boft, want deze maand hebben orkest en de Doelen 'Dossier Johannes Brahms' geprogrammeerd. Daarin mag Nézet-Séguin de Eerste en Tweede symfonie dirigeren, evenals het Dubbelconcert en het Eerste pianoconcert. Als klap op de vuurpijl zal hij zich voor het eerst in Rotterdam als pianist manifesteren. Samen met Nicholas Angelich begeleidt hij dan een kwartet sterzangers in Brahms' 'Liebesliederwalzer'. "Ik heb die prachtige liederen als pianist al eens in Montreal gedaan met mijn eigen koor, maar dit is de eerste keer dat ik het met vier solisten zal doen."

Eén van die solisten in Brahms is bariton Christopher Maltman, die vanavond ook debuteert als Markies van Posa in 'Don Carlo' van Verdi bij De Nederlandse Opera. Nézet-Séguin en het Rotterdams Philharmonisch Orkest begeleiden de enscenering van de Duitse regisseur Willy Decker, die in 2004 voor het eerst te zien was. Destijds markeerde deze 'Don Carlo'-productie het afscheid van Riccardo Chailly bij het Koninklijk Concertgebouworkest en zijn vertrek uit Amsterdam. Heel toevallig dirigeert Chailly vanavond, acht jaar later, in het Concertgebouw zijn huidige orkest, het Gewandhausorchester Leipzig.

Omdat het een reprise is, zat Nézet-Séguin dus opgescheept met de keuzes die Chailly destijds gemaakt had. Niet de originele Franstalige versie in vijf akten, maar de Italiaanse in vier. Bovendien had Chailly naar voorbeeld van de Italiaanse operaveteraan Francesco Molinari-Pradelli ook nog eens een paar fikse coupures in die kortere versie aangebracht.

"Ik heb er met de artistieke leiding van De Nederlandse Opera en met Willy Decker nog over gepraat", vertelt Nézet-Séguin. "Of er misschien wat veranderd kon worden. Want de versie in vijf akten heeft wel mijn bijzondere voorkeur. Maar om die later geschrapte eerste akte te laten spelen in het schitterende eenheidsdecor dat voor deze enscenering is ontworpen, bleek onmogelijk. Ik heb wel in goed overleg enkele van die voor mij onbegrijpelijke coupures - zoals in het eerste duet tussen Elisabetta en Carlo - in ere hersteld.

"Ik heb de versie in vijf akten al eens gedirigeerd in de Metropolitan Opera in New York. Het was mijn eerste Verdi-opera überhaupt, en dan ook nog in zo'n theater. Ik werkte daar wel met zangers die hun rollen al vele malen hadden gezongen, en dat is hier in Amsterdam gelukkig anders. Met zangers die hun rol voor de eerste keer zingen, zoals Christopher Maltman, kun je op ontdekkingstocht, alsof je samen door ongerepte sneeuw wandelt en daarin jóuw voetstappen achterlaat.

"In New York was er bij het orkest, dat de opera natuurlijk al vele malen had gespeeld, heel veel ontzag voor de partituur. Het was iets heiligs voor ze. Ik denk vergelijkbaar met als je in Amsterdam de Negende symfonie van Mahler op de lessenaars zet. Het Rotterdams Philharmonisch heeft 'Don Carlo' nog nooit gespeeld. Traditie is iets prachtigs, maar om te merken dat de musici hier opveren als ze voor de eerste keer dat heerlijke ritme van Eboli's 'Canzon del velo' spelen is toch ook wel heel erg leuk om mee te maken.

"Ja, 'Don Carlo' hoort wel tot mijn topvijf van beste opera's. Het is de culminatie van de Italiaanse opera, en dan ook nog een politieke opera, een heel belangrijk gegeven voor iemand als Verdi. De muziek ligt zo dicht bij Verdi's Requiem, dat natuurlijk in dezelfde tijd ontstaan is. Nee, ik geloof niet dat Verdi uit de mode raakt. Natuurlijk is er buitensporig veel aandacht voor Wagner tegenwoordig. Het feit dat we volgend jaar zowel Verdi's als Wagners 200ste geboortedag herdenken heeft vooralsnog veel, heel veel Wagnerplannen opgeleverd. Ieder beetje operahuis wil tegenwoordig een 'Ring des Nibelungen' programmeren, terwijl dat vroeger toch voor hele speciale gelegenheden en speciale plekken gereserveerd was. Nee, ik heb nog geen Wagner gedaan, maar over een paar jaar begin ik met 'Der fliegende Holländer'. Om eerlijk te zijn zou ik liever met 'Parsifal' beginnen, maar dat is typisch Nézet-Séguin. Bij de symfonieën van Bruckner begon ik ook meteen met de Negende, de laatste."

Het telefoontje van de dirigent gaat. Hij vraagt om toestemming om op te nemen. Het is de orkestdirecteur. Er zijn wat onduidelijkheden in een citaat van een eerder interview deze week. Nézet-Séguin legt uit wat hij precies gezegd heeft. Het luistert nauw, interviews geven.

Hoe is het met de verwachtingen toen hij in Rotterdam begon? Is daar wat van uitgekomen?

"Ja, over het algemeen zeker. Wat ik verwachtte te moeten doen, het werk met het orkest, de connectie met het publiek, dat is wel uitgekomen ja. En toch, onderweg, merk je dat sommige zaken langer nodig hebben, dat je het tempo moet aanpassen. Ik heb het instellen en handhaven van een stabiel repetitieschema onderschat. Het proces van repeteren is chaotischer geweest dan ik verwacht had.

"Onder mijn voorganger Valeri Gergjev had het orkest de noodzaak van veel repeteren een beetje uit het oog verloren. Ze vertrouwden op de spontaniteit van het muziekmaken. Ik heb ze er echt van moeten overtuigen dat veel repeteren niet resulteert in saaie concerten. Kijk naar iemand als dirigent Carlos Kleiber. Als je opnamen van hem ziet, dan ziet het er heel vrij en ontspannen uit. Maar hij kon dat alleen maar bereiken door heel gedetailleerd te repeteren.

"De ambities van het orkest om de internationale status te verhogen komen eerder dan verwacht. Het platencontract met het klassieke label Deutsche Grammophon is een enorme opsteker, en ook qua internationale tournees zitten we in de lift."

Maar dat komt toch vooral door het feit dat de dirigent zelf heel snel een enorme sterrenstatus heeft gekregen? Het contract met DG draait toch vooral om hem? Hij mag toch alle zeven volwassen opera's van Mozart - zonder het RPhO - voor het gele label opnemen?

"Ik zal het niet ontkennen. Natuurlijk draait het vooral om mij en de status die mijn naam nu kennelijk heeft. Maar mijn naam mag nog zo bekend zijn, dat heeft geen enkele betekenis als er niks achter staat. Het hele team van het orkest is van groot belang. We hebben de stad nodig, het management, de marketing-afdeling, het artistieke team. Voor mijn gevoel is dat nu perfect op orde allemaal. De chemie moet goed zijn, anders kan er geen winst zijn.

"Het zou pretentieus zijn om te zeggen dat ik het DNA van Rotterdam nu ken. Maar ik heb er wel een betere grip op. En dat gaat uiteraard veel verder dan de clichés die je altijd hoort over harde werkers en zo. De mensen zijn heel beleefd, dat merk ik ook in restaurants en winkels. Ik vind het heel waardevol om dit soort dingen te ontdekken. Er is nooit bliksem en donder voorgevallen tussen de musici en mij, maar ik merk wel dat we steeds meer op één golflengte zitten. Een lange termijnvisie met een orkest vind ik erg belangrijk. Mijn contract loopt nu tot 2015 maar we praten ook al over de toekomst. We zijn eigenlijk pas net begonnen met plezier maken."

Bij Nézet-Séguins officiële inauguratie in Rotterdam kreeg hij de baton van Eduard Flipse, de eerste chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch. Waar is die eigenlijk?

De dirigent kijkt verrast. "O, die ligt heel mooi op een plank bij mij thuis in Montreal. Ik heb ook een huis in Rotterdam, maar in Montreal staan al mijn partituren en daar hangt bijvoorbeeld ook een origineel briefje van Ravel. Daar ligt de baton van Flipse bij, op een hele mooie plek dus. Nee, originele partituren van Flipse heb ik nog niet gezien, maar we gaan de bibliotheek hier aanpakken, dus wie weet."

'Don Carlo' en Brahms
Vanavond in het Muziektheater in Amsterdam de première van Verdi's 'Don Carlo' in een regie van Willy Decker met het Rotterdams Philharmonisch Orkest olv Nézet-Séguin. Negen voorstellingen t/m 30/5. www.dno.nl Het Dossier Johannes Brahms begint op 11 mei in de Doelen in Rotterdam met de Eerste symfonie door het RPhO olv Nézet-Séguin. Als pianist is hij op 24 mei te horen. www.dedoelen.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden