Een cabareteske ode aan de popmuziek

Heddy Lester als Oma Loes in 'Dromen zijn bedrog'. (FOTO ROY BEUSKER)

’Dromen zijn bedrog’, Harry Kies Theaterprodukties / Beeldenstorm, tournee t/m 17 april 2010 www.dromenzijnbedrog.com

Wat hebben Spargo, Ilse de Lange, Herman Brood en Anita Meijer met elkaar gemeen? Van hen, en van zo’n veertig andere Nederlandse muziektoppers zitten – flarden van – songs in de musical Dromen zijn bedrog. Dat levert een geweldig muzikaal feest op. Het schrijfplezier van auteurs Dick van den Heuvel en Sjoerd Kuyper straalt ervanaf. Niet alleen wisten ze op originele wijze allerlei popsongs in hun verhaal te voegen, maar waar het maar kon plakten ze, al dan niet met vette knipogen, ook zinnetjes uit beroemde liedjes in de dialogen. „Ben ik te min?”, „Moet je aan je moeder vragen” of „Bestel maar”, klinkt het dan en passant.

Het verhaal: Opa sterft en in de twee dagen tussen zijn overlijden en de crematie spelen zich allerlei familie-verwikkelingen af. Door verdriet en zenuwen gedragen de personages zich extremer en dat is een goede basis voor een pittig verhaal, een snelkookpan vol confrontaties, humor en cabaretesk gebrachte maatschappijkritiek. Dat geeft de musical een bijzonder en actueel tintje waarbij overheidsbetutteling, religie (bidden tot God, Allah of de AEX) en louche politiek ervanlangs krijgen.

Oma Loes (Heddy Lester) is weemoedig, maar voelt ook dat het na veertig jaar dwangbuis tijd wordt voor iets anders (een zangcarrière). Zoon Aris (Remko Vrijdag) heeft het te druk met zijn carrière en aanstaand ministerschap. „Euthanasie kun je toch wel een uurtje uitstellen als je zoon een vergadering heeft.” Schoondochter Sophie (Vera Mann), een aan lager wal – en alcohol – geraakte dichteres grossiert in filosofische bespiegelingen. En Venus (Jelka van Houten), zwanger van Aris, verleidt Sophie én Aris’ zoon Kecks (Joël de Tombe) – die dus ontmaagd wordt door het vriendinnetje van zijn vader.

Regisseur Frank Lammers laat het verhaal op hoog tempo voorbijstuiteren. Telkens gebeurt er veel tegelijk. Liggend op de randen van de open kist spreekt Aris zijn dode vader toe terwijl Loes – dronken – op de grond „allemaal beestjes...” ligt te zingen en Sophie tussen het publiek met een man flirt.

Het spel neigt naar slapstick, maar wordt waar nodig serieus, en dan volgen mooie verstilde momenten. Vrijdag is sterk met zijn warme stem en droge humor. Van Houten overtuigt als ruige vrouw met gevoelige snaren. Lester kraakt en piept innemend van levenswijsheid. En Mann fluctueert knap van klein, gebroken en verward tot felle feeks en dronken lor. Met als topper haar breekbare solo „Red mij niet” (Maarten van Roozendaal).

De stevige band rockt ruig en telkens stromen golven van herkenning door de zaal. Je krijgt zin om al die originele nummers weer te beluisteren. Een heuse ode aan de popmuziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden