Een burgervader neemt zijn mensen mee

Voor burgemeesters gaan de zeeën nu vaak hoog, zoals op avonden over asielzoekers. Bijna dagelijks staat wel één van hen in het nieuws. En ze hebben het al zo druk: niet alleen met bezoeken aan diamanten echtparen, maar ook bij het promoten van de gemeente, bestrijden van de criminaliteit, zorgen voor een integer bestuur. Is dat nog wel te behappen?

Maken de mannen en vrouwen in het burgemeestersambt benarde tijden mee, nu in hun gemeenten het asieldebat vaak zo hoog oploopt? "Dat zal best, maar laten we het ook wel even relativeren", sust burgemeester Paul Depla (50) in zijn werkkamer op het stadhuis van Breda. "Er waren vaker zware tijden. Denk alleen maar eens terug aan wat burgemeester Wim Polak voor zijn kiezen kreeg, tijdens de Amsterdamse krakersrellen van de jaren tachtig. Denk aan de acties rond 'Geen woning, geen kroning'. Allerlei steden, zoals Nijmegen, kenden in het verleden ook wel eens het nodige rumoer. Burgemeesters hebben het vaker zwaar gehad. Overschat je eigen tijdperk nooit."

Maar toch. Al wekenlang zie je burgemeesters in een wanhopige positie. Tegenover een kolkende zaal verontruste burgers die het hun persoonlijk kwalijk komen nemen dat het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (Coa) vluchtelingen in de gemeente wil opvangen. Depla: "De burgemeester is het gezicht van de stad en die krijgt de onrust van de bevolking dus over zich heen. Maar hij moet er niet in z'n eentje voor gaan staan. Het moet niet zijn besluit of voornemen zijn, maar van het college of liefst de hele raad om vluchtelingen op te vangen. Trek niet alles naar je toe, maar durf te delen."

Tegelijk is hij in zijn rol als burgervader nu juist de aangewezen persoon om bezorgdheid over asielzoekers onder zijn bevolking weg nemen, beaamt Depla: "De boel bij elkaar houden, zoals Job Cohen het altijd noemde, is je eerste taak. De mensen meenemen, maar wel vanuit de gedachte dat de politiek de besluiten neemt."

Angst wegnemen

Soms moet je tegenstanders letterlijk meenemen. Als ex-wethouder van ruimtelijke ordening in Nijmegen herinnert Depla zich hoe hij soms demonstranten tegen een nieuwbouwplan aan de jas trok om elders te gaan kijken naar een soortgelijk bouwproject. Het bracht de discussie wel eens in rustiger vaarwater. In de asieldiscussie zou zoiets ook vaker kunnen. Depla: "Vraag ze mee met een bus en ga langs bij bewoners die al een asielzoekerscentrum in hun buurt hebben. Dat zorgt voor verbinding. Dan blijk je ineens mensen onder elkaar. Bovendien kan de praktijk angst wegnemen."

"Ik ben het eens met mijn CDA-collega Piet Bruinooge uit Alkmaar. Die zei dat je zorgen over asielzoekers onder de bevolking vaak niet met woorden kunt wegnemen, omdat veel zorgen zijn gebaseerd op veronderstellingen. Die kun je alleen maar weghalen door in de praktijk te laten zien dat het meevalt."

En verder? Depla is groot voorstander van het inspraakrecept dat steeds meer burgemeesters hanteren. "Laat mensen hun bezorgdheid uiten op een inloopspreekuur, dat een hele dag wordt gehouden. Grote inspraakavonden oude stijl, die werken niet. Mensen die echte vragen hebben komen daar niet aan bod. Zoek de menselijke maat in de contacten. En daarnaast: doe toezeggingen die je kunt waarmaken. Beloof iets minder en kom die beloftes dan wel na."

"Uiteraard hou je altijd tegenstanders die helemaal niks willen met welke asielopvang dan ook. Ik zeg dan: Ik kan u niet verplichten opeens voorstander te worden. Maar het gaat er nu wel komen. Dan moet een burgermeester een rechte rug tonen. Je kunt nooit iedereen overtuigen. En je moet natuurlijk nooit de gedachte hebben dat je die paar aanhangers van de Nederlandse Volksunie kunt overtuigen dat er een azc moet komen."

Georganiseerde misdaad

Met een volle agenda en aan het rumoerige front van het vluchtelingenvraagstuk, zijn burgemeesters al langere tijd ook nog eens in de rol gedrukt als bestrijders van de georganiseerde misdaad in hun gemeente. Ze staan tegenover zware criminelen die hun verworven bezittingen uit de misdaad moeten inleveren, nu ze allang niet meer alleen een celstraf riskeren.

Het gemeentebestuur neemt dure foute panden af, sluit dubieuze café's of doet de deur dicht van het clubhuis van de criminele motorbende. De burgemeester staat weer voorop. Als regisseur van de bestuurlijke aanpak van georganiseerde misdaad. Met alle risico's van dien.

Dat bevalt Bernt Schneiders, burgemeester van Haarlem en voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, maar matig. In het vakblad Binnenlands Bestuur zei Schneiders onlangs over die moeilijke rol als 'crimefighter': 'De vraag dringt zich op of wij de aangewezen figuren zijn om deze taak uit te voeren en of we erop zijn toegerust'. Schneiders maakte een wrange grap over bedreigingen, intimidaties en brandstichtingen: 'De teller staat nu op één BMW, één Volvo en een gemeentehuis'. Eén van die uitgefikte auto's was van de Haarlemse burgemeester zelf.

Toch blijft Depla voorstander van die grotere rol van lokale bestuurders in het gevecht tegen georganiseerde criminaliteit. "Dat is een industrie geworden waarin veel geld wordt verdiend. Voor die criminelen maakt een celstraf van vijf jaar niet veel uit als hun industrie blijft bestaan. Die moet je breken en dat kan niet alleen via het strafrecht. De rol van de burgemeester die panden sluit, en van de belastingdienst die namens het openbaar bestuur de criminele winsten probeert af te pakken, ligt dan voor de hand."

Niet als enkeling

Burgemeesters werden crimefighters tegen wil en dank? "Je moet tegenwoordig wel beseffen dat dit een onderdeel van het vak is geworden", zegt Paul Depla. "Een burgemeester moet volgens mij wel voorkomen dat hij eenzaam en alleen naar buiten treedt als criminaliteitbestrijder. Dat hij het niet als enkeling doet, maar namens alle burgemeesters en andere lokale bestuurders in zijn regio."

Depla: "Je moet als burgemeesters ook niet te vaak in het nieuws willen komen als typische crimefighter. De verleiding is groot om 's avonds bij Jeroen Pauw aan te schuiven. Dat hoort bij politici, je wilt graag aandacht voor je prestaties. Ik heb dat zelf ervaren toen ik destijds als burgemeester van Heerlen de henneptelers aanpakte. Nou, ik werd een graag geziene gast in de media. Maar gaat het een burgemeester om de kijkcijfers of om de resultaten?"

Burgemeester is nooit een gemakkelijk ambt geweest

De bijna vierhonderd burgemeesters in Nederland zijn niet voor een kleintje vervaard, maar er komt tegenwoordig wel heel veel op hun bordje te liggen. "Het is nooit een gemakkelijk ambt geweest", zegt bestuurskundige Niels Karsten, universitair docent in Tilburg, "maar het wordt de laatste tijd extra ingewikkeld. Burgemeesters hebben tegenwoordig wel heel veel taken en verantwoordelijkheden. En daardoor zijn ze kwetsbaar."

Het is ook een eenzame positie. Dat blijkt vooral als de zaken fout lopen. "Dan kan een burgemeester eigenlijk op weinig terugvallen", aldus Karsten. "Ja, hij kan het probleem aankaarten bij de Commissaris van de koning. Maar die heeft in feite ook weinig opties om de zaak op te lossen."

De burgemeesters zitten in 'het knooppunt' van een serie ontwikkelingen in het lokale bestuur. Ze zijn én voorzitter van het college van b. en w. én voorzitter van de gemeenteraad, wat soms een lastige combinatie is. Ze ondervinden bovendien aan den lijve dat het politieke klimaat in Nederland feller en rauwer wordt, want dat heeft zijn effect op de omgang met en tussen gemeenteraadsleden.

Nog een complicatie is dat gemeenteraden, net als de Tweede Kamer, steeds gefragmenteerder raken, met veel kleine fracties - de raad van Almelo bijvoorbeeld telt 35 zetels en maar liefst dertien fracties; die versplintering komt de bestuurskracht niet ten goede. Verschillende burgemeesters hebben te kampen met een bestuurscrisis, denk aan de situatie in het Noord-Hollandse Bloemendaal.

Er komt nog meer op ze af. Ze lopen al mee voorop in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit. En vanaf 1 januari zijn de burgemeesters ook nog eens verantwoordelijk voor de bevordering van de bestuurlijke integriteit in hun gemeente. Het wordt alles bij elkaar wel heel veel, zegt Karsten, die samen met een paar collega-bestuurskundigen en juristen van de Universiteit van Tilburg uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de positie van de burgemeester. "In het rapport doen we een oproep om nu eens goed na te denken over wat we met het ambt willen. Alles komt nu op die ene persoon af, je kunt je afvragen of dat op de lange termijn houdbaar is."

Het meest in het oog springt de laatste maanden de opvang van vluchtelingen. Burgemeesters van nogal wat gemeentes moeten proberen daarvoor draagvlak te krijgen bij de bevolking. Dat gebeurt op inspraak- of informatieavonden die soms buitengewoon tumultueus verlopen.

Karsten noemt het voorbeeld van een rumoerige avond in Rotterdam-Beverwaard waar burgemeester Aboutaleb zich de nodige verwensingen moest laten welgevallen. "Je ziet wat voor ingewikkelde positie hij dan moet innemen. Hij moet de beslissing voor de opvang van zeshonderd asielzoekers in de wijk verdedigen en staat voor een zaal met boze bewoners die het daar niet mee eens zijn maar van wie hij ook de burgervader is. Dat is hij echter evenzeer van de mensen die wél akkoord gaan met de komst van de vluchtelingen, en van die vluchtelingen is hij in feite misschien ook wel de burgemeester. Dat is wel heel moeilijk."

De burgemeester is ook kwetsbaar door de wijze waarop hij of zij wordt aangewezen, meent Karsten. Formeel gebeurt dat nog steeds via een benoeming door de Kroon, maar in feite beslist (de meerderheid van) de gemeenteraad wie de ambtsketen omgehangen krijgt, want er wordt nooit meer van een voordracht door de raad afgeweken. En in de praktijk beslist de raad ook over herbenoeming. De burgemeester, die geacht wordt onafhankelijk te zijn en boven de partijen te staan, is daardoor sterk afhankelijk van de raad. Dat wringt. Karsten: "Als je die onafhankelijke positie de kern van het ambt vindt, dan is de weg terug naar een zuivere kroonbenoeming misschien nog niet zo gek."

Gelukkig is het ambt de laatste tijd sterk geprofessionaliseerd, zegt de bestuurskundige. "De kwaliteit is flink toegenomen. Er wordt stevig geïnvesteerd, door het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, en door het ministerie van binnenlandse zaken. Zij organiseren klasjes voor aantredende burgemeesters, en zittende burgemeesters worden getraind voor die nieuwe taak rond de integriteitsbewaking."

Af en toe gaat het fout, en blijkt een burgemeester niet tegen zijn taak opgewassen, of heeft hij zijn hand overspeeld, en moet hij aftreden. Dat haalt natuurlijk de publiciteit, zeker in de lokale pers. Minder in het zicht zijn de gevallen waarbij een burgemeester tussentijds te horen krijgt dat hij - bijvoorbeeld wegens gebrekkig functioneren - niet voor herbenoeming in aanmerking komt. Karsten: "Misschien is het wel goed dat we dat niet zien, want zodra dat op straat ligt, is zo'n burgemeester zijn gezag natuurlijk in één klap kwijt en is hij feitelijk al weg. Maar zo vaak komt dit gelukkig niet voor."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden